ECLI:NL:RBLIM:2025:9346
Rechtbank Limburg
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen meervoudige strafkamer rechtbank Limburg
Op 18 september 2025 diende de advocaat namens zijn cliënt een verzoek tot wraking in tegen de meervoudige strafkamer van de rechtbank Limburg, bestaande uit drie rechters. Het verzoek betrof twee strafzaken met specifieke parketnummers. De wrakingskamer ontving een schriftelijke reactie van de rechters en beoordeelde het verzoek op grond van artikel 512 Wetboek Pro van Strafvordering.
De wrakingskamer overwoog dat rechters worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij uitzonderlijke omstandigheden een zwaarwegende aanwijzing voor vooringenomenheid opleveren. Het verzoeker stelde dat de schijn van vooringenomenheid was gewekt door het terzijde schuiven van een verzoek om ontlastende telefoongesprekken in het procesdossier op te nemen. De wrakingskamer stelde vast dat de afwijzing van dit verzoek een procesbeslissing betrof, waartegen wraking niet mogelijk is.
De wrakingskamer benadrukte dat zij niet bevoegd is om de juistheid of motivering van procesbeslissingen te toetsen, tenzij deze onomstotelijk duiden op vooringenomenheid. Dit was niet het geval. De motivering van de rechters toonde geen partijdigheid, ook al vond verzoeker de beslissing onjuist of onvoldoende gemotiveerd. Daarom werd het wrakingsverzoek ongegrond verklaard en werd een mondelinge behandeling achterwege gelaten.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de meervoudige strafkamer is ongegrond verklaard.