ECLI:NL:RBLIM:2025:9509
Rechtbank Limburg
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening bij afwijzing bijstandsaanvraag wegens onduidelijke financiële situatie
Verzoekster heeft een aanvraag ingediend voor bijstand op grond van de Participatiewet, welke door het college van burgemeester en wethouders van Heerlen is afgewezen wegens het ontbreken van voldoende gegevens over haar financiële situatie. Verzoekster maakte bezwaar tegen dit besluit en verzocht om een voorlopige voorziening in afwachting van de bezwaarprocedure.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er sprake was van spoedeisend belang, omdat verzoekster geen inkomsten heeft en dreigt dakloos te worden. De kernvraag was of het college de aanvraag terecht kon afwijzen vanwege onvoldoende inzicht in de financiële situatie en daarmee onduidelijkheid over de bijstandbehoefte.
Het college had verzoekster meerdere malen verzocht om aanvullende informatie, met name over contante stortingen en bijschrijvingen van derden, en over hoe zij sinds januari 2025 in haar levensonderhoud voorzag. Verzoekster leverde onvoldoende controleerbare gegevens aan en gaf geen concrete toelichting op deze posten. De rechtbank vond het college voldoende gemotiveerd om de aanvraag af te wijzen en wees het verzoek om voorlopige voorziening af.
De uitspraak bevestigt dat de bewijslast voor het aantonen van bijstandbehoevendheid bij de aanvrager ligt en dat het college mag terugkijken tot zes maanden voor de aanvraag om de financiële situatie te beoordelen. De rechtbank zag geen aanleiding voor vergoeding van griffiekosten en stelde dat tegen deze uitspraak geen hoger beroep mogelijk is.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat verzoekster onvoldoende inzicht heeft gegeven in haar financiële situatie.