ECLI:NL:RBLIM:2025:9566
Rechtbank Limburg
- Beschikking
- W.Th.M. Raab
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring ontkenning vaderschap met behoud geslachtsnaam belanghebbende
De man verzocht de rechtbank om de ontkenning van zijn vaderschap van de meerderjarige belanghebbende te verklaren, nadat een DNA-test uitwees dat hij niet de biologische vader is. De rechtbank stelde vast dat het vaderschap door huwelijk was ontstaan en dat de ontkenning tijdig en volgens wettelijke voorwaarden was ingediend.
Hoewel het vaderschap werd ontkend, oordeelde de rechtbank dat het belanghebbende niet verplicht kon worden zijn geslachtsnaam te wijzigen. Dit omdat hij die naam al 29 jaar draagt, deze naam essentieel is voor zijn identiteit en hij zich verbonden voelt met zijn stiefbroer die dezelfde naam draagt. De rechtbank vond dat strikte toepassing van artikel 1:5 BW Pro in strijd zou zijn met het recht op bescherming van identiteit en privéleven zoals gewaarborgd in artikel 8 EVRM Pro.
De rechtbank verklaarde daarom de ontkenning van het vaderschap gegrond, maar onthield het rechtsgevolg van geslachtsnaamwijziging, zodat belanghebbende zijn huidige geslachtsnaam behoudt. De griffier zal een afschrift van de beschikking aan de burgerlijke stand zenden na drie maanden, tenzij hoger beroep wordt ingesteld.
Uitkomst: De ontkenning van het vaderschap wordt gegrond verklaard, maar belanghebbende behoudt zijn geslachtsnaam.