Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
(feit 1)en met gebruik van geweld en bedreiging met geweld van [slachtoffer 4] geld en goederen heeft gestolen
(feit 2);
(feit 3)en met gebruik van geweld van [slachtoffer 5] geld en goederen heeft gestolen
(feit 4);
(feit 5).
“ [slachtoffer 5] ”in de zinsnede
“te zeggen dat als die [slachtoffer 5] niet meewerkt zij (verdachte en zijn mededaders) hem naar een loods brengen”beschouwt de rechtbank, in het licht van het dossier, als een kennelijke verschrijving, die aldus wordt verbeterd dat in plaats daarvan wordt gelezen
"te zeggen dat als die [slachtoffer 4] niet meewerkt zij (verdachte en zijn mededaders) hem naar een loods brengen".
3.De beoordeling van het bewijs
proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 4] (met als bijlage de bankafschriften en e-mails van [cryptobank] ) van 17 oktober 2023staat het volgende gerelateerd [2] , zakelijk weergegeven:
- Mijn geldig Nederlands ID-Bewijs (pasje)
- Mijn rijbewijs
- Kentekenbewijs van mijn auto met kenteken: [kenteken]
- Mijn bril
- Huissleutel
- Mijn bankpas van [slachtoffer 2] , pasnummer [nummer]
- 3.500,- euro en 2.700,- euro, totaal 6.200,- euro afgeschreven van mijn rekening.
proces-verbaal van het verhoor van de verdachte van 7 februari 2024staat het volgende gerelateerd [3] :
A: Dat we iemand zijn rekening zouden openen en dat we het geld zouden overmaken. Het ging over crypto.
A: Getapet en in de kofferbak gezet.
V: Waar is hij getapet?
A: Aan zijn voeten, zijn handen, zijn mond en zijn ogen.
A: Door een van de medeverdachten.
V: Er werd gezegd, dat het gelukt was. Wat was gelukt?
A: Dat er geld was overgemaakt.
A: 3.500,- euro. Dat werd toen door de telefoon tegen mij gezegd. Eerst zeiden ze 6.000,- euro en nog wat. En daarna zeiden ze 2.800,- euro is bevroren. Uiteindelijk was 3.500,- euro gelukt.
A: Ik was volgens mij om ongeveer 05:00 uur thuis. En het was om ongeveer 00:30 uur begonnen.
verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 10 september 2025- zakelijk weergegeven – inhoudende:
proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 5] van 1 november 2023staat het volgende gerelateerd [4] :
- Ze hebben in totaal 24.500 euro van mijn rekening gehaald.
proces-verbaal van het verhoor van aangever [slachtoffer 5] van 2 november 2023staat het volgende gerelateerd [6] :
V: Hoe hebben ze jouw nek dichtgeknepen?
A: : Ze hebben mij geprobeerd te wurgen, dit zeiden ze ook. Ik hoorde dat iemand zei ‘wurg hem’.
proces-verbaal van het verhoor van de verdachte van 10 januari 2024staat het volgende gerelateerd [7] :
A: Het was in [plaats 1] , bij de McDonalds in de buurt.
A: Niks. Volgens mij is alweer alleen die telefoon buitgemaakt. Dat is wat ik weet. En met dat geld... we moesten 24 uur wachten. Ik wilde dat niet en de medeverdachten ook niet. Toen zijn we weggegaan.
verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 10 september 2025- zakelijk weergegeven – inhoudende:
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf
7.De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
8.Het beslag
9.De wettelijke voorschriften
10.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 30 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren;
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- bepaalt dat het voorwaardelijke gedeelte van de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van een proeftijd van 2 jaar zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;
- stelt de volgende bijzondere voorwaarden, waaraan de veroordeelde gedurende de proeftijd heeft te voldoen:
- geeft aan de reclassering de opdracht als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;
- voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde gedurende de proeftijd:
- bepaalt dat de benadeelde partij
- veroordeelt de benadeelde partij in de proceskosten door verdachte ter verdediging tegen die vordering gemaakt, tot op heden begroot op nihil;
- bepaalt dat de benadeelde partij
- veroordeelt de benadeelde partij in de proceskosten door verdachte ter verdediging tegen die vordering gemaakt, tot op heden begroot op nihil;
- wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij
- veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;
- legt aan de verdachte hoofdelijk op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [slachtoffer 4] , van een bedrag van € 9.384,94,-, bestaande uit € 4.384,94,- aan materiële en € 5.000,- aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 oktober 2023 tot aan de dag der algehele voldoening. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 60 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op;
- bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat, daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;
- bepaalt dat indien en voor zover de verdachte en/of zijn mededaders aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt;
- wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij
- veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;
- bepaalt dat de benadeelde partij ten aanzien van het overige niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vordering;
- legt aan de verdachte hoofdelijk op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [slachtoffer 5] , van een bedrag van € 6.984,66,-, bestaande uit € 1.984,66,- aan materiële en € 5.000,- aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 oktober 2023 tot aan de dag der algehele voldoening. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 60 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op;
- bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat, daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;
- bepaalt dat indien en voor zover de verdachte en/of zijn mededaders aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt;