De rechtbank Limburg heeft op 7 oktober 2025 uitspraak gedaan over de ontnemingsvordering tegen verdachte, die eerder is veroordeeld voor medeplegen van diefstal met geweld. Het wederrechtelijk verkregen voordeel werd vastgesteld op €930,98, gebaseerd op de omzetting van gestolen geld in cryptovaluta en de daaropvolgende uitbetalingen op de bankrekening van verdachte.
De feiten betreffen een gewelddadige beroving op 17 oktober 2023, waarbij het slachtoffer via een datingapp onder valse voorwendselen werd gelokt en urenlang werd vastgehouden. Tijdens de diefstal werd toegang verkregen tot de mobiele telefoon van het slachtoffer, waarna geld werd overgemaakt naar een cryptoplatform. Bewijsmateriaal bestond onder meer uit e-mailberichten met betaalopdrachten en betalingsbevestigingen van cryptotransacties.
De verdediging stelde dat de ontnemingsvordering moest worden afgewezen omdat het slachtoffer reeds een schadevergoedingsvordering had ingediend die de situatie van verdachte zou herstellen. De rechtbank oordeelde echter dat deze vergoeding pas in de executiefase in mindering kan worden gebracht.
De rechtbank legde aan verdachte de verplichting op om het bedrag van €930,98 aan de staat te betalen. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer, waarbij één rechter niet in de gelegenheid was mede te ondertekenen.