Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
(feit 1)en met gebruik van geweld van [slachtoffer 1] geld en goederen heeft gestolen
(feit 2);
(feit 3);
(feit 4)en met gebruik van geweld en bedreiging met geweld van [slachtoffer 3] geld en goederen heeft gestolen
(feit 5);
(feit 6)en met gebruik van geweld van [slachtoffer 4] geld en goederen heeft gestolen
(feit 7);
(feit 8).
“ [slachtoffer 4] ”in de zinsnede
“te zeggen dat als die [slachtoffer 4] niet meewerkt zij (verdachte en zijn mededaders) hem naar een loods brengen”beschouwt de rechtbank, in het licht van het dossier, als een kennelijke verschrijving, die aldus wordt verbeterd dat in plaats daarvan wordt gelezen
"te zeggen dat als die [slachtoffer 3] niet meewerkt zij (verdachte en zijn mededaders) hem naar een loods brengen".
3.De beoordeling van het bewijs
schoppenvan slachtoffer [slachtoffer 2] , zoals is tenlastegelegd onder feit 3.
proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] (met als bijlage een overzicht van de gestolen cryptomunten) van 8 augustus 2023staat, zakelijk weergegeven, het volgende gerelateerd [2] :
telefonisch contact op te nemen met de bank. Dit was omstreeks 05:45 uur of 06.45 uur. Ik heb gebeld met mijn eigen telefoon. Ik moest zeggen van hun dat ik geld wilde overmaken in verband met crypto opportunity. Ik handel zelf in crypto, dus ik wist wat ze hiermee bedoelden. Er moest geld overgemaakt worden naar een cryptobeurs om cryptomunten te kopen met als doel om deze tegen een betere koers te verkopen. Ik heb een [naam cryptobeurs] app op mijn telefoon, dit heeft te maken met crypto's. Ik heb inmiddels afschriften gekregen van mijn Rabobank, toen zag ik dat geld was overgeboekt naar een buitenlandse rekening van Payward Ltd. Ik heb toen gegoogeld op Payward en toen zag ik dat dat [naam cryptobeurs] genoemd werd als handelsnaam van Payward en voor mij was het duidelijk dat het te maken heeft met crypto's. De medewerkster van de Rabobank, die ik aan de lijn had, gaf tijdens het telefoongesprek aan dat ze de rekening niet kon deblokkeren. Ik kon vanaf 09:00 uur terugbellen om mijn rekening te deblokkeren. De daders wilden zekerheid en zijn daarom tot 09:00 uur bij mij gebleven. Toen werd ik om 09:00 uur weer door ze gedwongen om te bellen met de Rabobank met het verzoek om zo snel mogelijk mijn rekening te deblokkeren. Zodoende was de rekening weer "geopend" en kon er geld van mijn rekening worden overgeboekt. Op een gegeven moment hebben de twee daders mijn woning verlaten. Het was inmiddels 10.15 uur.
proces-verbaal van het verhoor van de verdachte van 6 december 2023staat het volgende gerelateerd [3] , zakelijk weergegeven:
V: Op welke locatie was dat?
A: Dat was in zijn huis. Ik weet de straat niet meer. Ik weet wel dat dat in Venlo Noord was.
A: 42.000,- euro en een boek. Een EHBO-kistje die op hem gebruikt is om zijn verwondingen te helen. Een pak multivruchten die we met hem gedeeld hebben. En een reep Milka die we ook met hem gedeeld hebben. En zijn telefoon. Zijn pasjes: zijn bankpasje en zijn ID-kaart. En zijn sleutel.
A: Ik heb die app ook
A: Een van die drie keren heb ik hem gebruikt.
A: Dat was bij [slachtoffer 1] . Toen heb ik ook mijn foto gestuurd.
proces-verbaal van bevindingen van 17 december 2023staat het volgende gerelateerd [4] , zakelijk weergegeven:
proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] van 1 oktober 2023staat het volgende gerelateerd [5] , zakelijk weergegeven:
proces-verbaal van het verhoor van de verdachte van 28 mei 2024staat het volgende gerelateerd [6] :
proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3] (met als bijlage de bankafschriften en e-mails van [naam bedrijf] ) van 17 oktober 2023staat het volgende gerelateerd [7] , zakelijk weergegeven:
- Mijn geldig Nederlands ID-Bewijs (pasje)
- Mijn rijbewijs
- Kentekenbewijs van mijn auto met kenteken: [kenteken]
- Mijn bril
- Huissleutel
- Mijn bankpas van de Rabobank, pasnummer 2004
- 3.500,- euro en 2.700,- euro, totaal 6.200,- euro afgeschreven van mijn rekening.
proces-verbaal van het verhoor van de verdachte van 28 mei 2024staat het volgende gerelateerd [8] , zakelijk weergegeven:
A: Op een parkeerplaats bij VVV'03. Dat is een voetbalclub in Venlo.
A: Met de auto. Dat was mijn auto. Ik was de lokaas. Ik was degene die op de bestuurdersstoel zat toen [slachtoffer 3] aankwam. [slachtoffer 3] stapt in aan de rechterkant. Hij ziet mijn gezicht. Het was donker. Toen is de rest gebeurd.
A: [slachtoffer 3] is vastgebonden en in de kofferbak van zijn eigen auto gegooid. Daarna is zijn telefoon afgepakt en is er geld van zijn rekening afgehaald, weer via crypto.
A: Ik weet niet precies hoeveel, ongeveer 4000,- euro. En volgens mij zijn pasjes. Die heb ik niet in mijn handen gehad. Die telefoon heb ik wel zelf meegenomen.
proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 4] van 1 november 2023staat het volgende gerelateerd [9] , zakelijk weergegeven:
proces-verbaal van bevindingen van 1 november 2023staat het volgende gerelateerd [10] , zakelijk weergegeven:
- Ze hebben in totaal 24.500 euro van mijn rekening gehaald.
proces-verbaal van het aanvullend verhoor van aangever [slachtoffer 4] van 2 november 2023staat het volgende gerelateerd [11] , zakelijk weergegeven:
V: Hoe hebben ze jouw nek dichtgeknepen?
A: Ze hebben mij geprobeerd te wurgen, dit zeiden ze ook. Ik hoorde dat iemand zei ‘wurg hem’.
proces-verbaal van het verhoor van de verdachte van 28 mei 2024staat het volgende gerelateerd [12] , zakelijk weergegeven:
A: 31 oktober 2023.
A: [slachtoffer 4] .
A: Ik weet alleen dat die [naam app] app eruit werd getrokken en een half uur later stonden we bij [slachtoffer 4] .
A: Ik was weer lokaas, dus ik zat in de auto.
A: Nee, hij is op de achterbank gelegd.
A: De afspraak was gemaakt. Een half uur later is hij op de plek geweest. Ik was weer de lokaas. Hij is ook vastgetapet. Hij is achter in de auto gelegd. Toen kwam weer dat riedeltje met die telefoon. Zijn rekening.
- de bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 10 en 11 september 2025;
- de kennisgeving van inbeslagneming van de verdovende middelen van 6 december 2023:
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf
7.De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
8.Het beslag
9.De wettelijke voorschriften
10.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 5 jaren;
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij
- veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;
- legt aan de verdachte hoofdelijk op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [slachtoffer 1] , van een bedrag van € 5.065,19, bestaande uit € 2.565,19,- aan materiële en € 2.500,- aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 augustus 2023 tot aan de dag der algehele voldoening. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 60 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op;
- bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat, daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;
- bepaalt dat indien en voor zover de verdachte en/of zijn mededader aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt;
- wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij
- veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;
- legt aan de verdachte hoofdelijk op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van de Rabobank, van een bedrag van € 41.885,61, bestaande uit materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 8 september 2023 tot aan de dag der algehele voldoening. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 120 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op;
- bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat, daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;
- bepaalt dat indien en voor zover de verdachte en/of zijn mededader aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt;
- wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij
- veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;
- wijst af het meergevorderde aan materiële schadevergoeding;
- bepaalt dat de benadeelde partij ten aanzien van de immateriële schade voor het overige niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vordering;
- legt aan de verdachte hoofdelijk op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [slachtoffer 2] , van een bedrag van € 1.565,34, bestaande uit € 65,34,- aan materiële en € 1.500,- aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 oktober 2023 tot aan de dag der algehele voldoening. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 60 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op;
- bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat, daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;
- bepaalt dat indien en voor zover de verdachte en/of zijn mededader aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt;
- wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij
- veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;
- legt aan de verdachte hoofdelijk op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [slachtoffer 3] , van een bedrag van € 9.384,94,-, bestaande uit € 4.384,94,- aan materiële en € 5.000,- aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 oktober 2023 tot aan de dag der algehele voldoening. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 60 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op;
- bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat, daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;
- bepaalt dat indien en voor zover de verdachte en/of zijn mededaders aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt;
- wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij
- veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;
- bepaalt dat de benadeelde partij ten aanzien van het overige niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vordering;
- legt aan de verdachte hoofdelijk op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [slachtoffer 4] , van een bedrag van € 6.984,66,-, bestaande uit € 1.984,66,- aan materiële en € 5.000,- aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 oktober 2023 tot aan de dag der algehele voldoening. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 60 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op;
- bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat, daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;
- bepaalt dat indien en voor zover de verdachte en/of zijn mededaders aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt;
- geld, € 10,-, goednummer 796777;
- geld, € 300,-, goednummer796776;
- stukken plakband, goednummer 1647458, 1647459, 1647460, 1647804, 1647794, 1647796, 1647798, 1647799, 1647801 en 1647802.