Provincie Limburg en gemeenten Meerssen en Sittard-Geleen schreven een Europese openbare aanbestedingsprocedure uit voor onderhoud van openbare verlichting, waarbij inschrijvers een volledig ingevuld Uniform Europees Aanbestedingsdocument (UEA) moesten indienen. Insta Zuid diende een inschrijving in met een onvolledig ingevuld UEA, waarbij elf hoofdvragen niet waren beantwoord.
Provincie c.s. sloten Insta Zuid uit wegens ongeldigheid van de inschrijving. Insta Zuid maakte tijdig een kort geding aanhangig en vorderde onder meer dat zij alsnog het UEA mocht aanvullen en haar inschrijving alsnog beoordeeld zou worden. De voorzieningenrechter oordeelde dat het UEA duidelijk was en dat Insta Zuid geen gebruik had gemaakt van de mogelijkheid om vooraf vragen te stellen, zoals vereist volgens het Grossmann-arrest.
De rechter overwoog dat het niet beantwoorden van essentiële vragen over uitsluitingsgronden geen geringe fout of kennelijke omissie was die herstel rechtvaardigt. De inschrijving was op essentiële punten onvolledig en er was geen objectieve vaststelling mogelijk van de ontbrekende antwoorden. Daarom was de uitsluiting terecht en werden de vorderingen afgewezen.
Insta Zuid werd veroordeeld in de proceskosten en de wettelijke rente. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.