De zaak betreft een huurovereenkomst tussen eiser en de onderbewindgestelde huurder, waarbij eiser de ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning vordert wegens een aanzienlijke huurachterstand.
De huurder is sinds oktober 2022 huurder van de woning en heeft een huurachterstand opgebouwd van twaalf maanden. Eiser heeft de huurder gewezen op schuldhulpverlening en de gemeente geïnformeerd in het kader van vroegsignalering. Bewind is ingesteld over de goederen van de huurder.
De kantonrechter stelt vast dat de huurachterstand ernstig genoeg is voor ontbinding. De vordering tot betaling van achterstallige huur, wettelijke rente, buitengerechtelijke incassokosten en gebruiksvergoeding wordt toegewezen. De huurder wordt veroordeeld tot ontruiming binnen veertien dagen na betekening van het vonnis.
De proceskosten worden aan de huurder opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en is gewezen door mr. R.P.J. Quaedackers op 8 oktober 2025.