ECLI:NL:RBLIM:2025:9833
Rechtbank Limburg
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Schorsing last onder dwangsom voor bewoning woonunit wegens onevenredigheid handhaving
Verzoekers wonen in een woonunit op een perceel in Weert waar ook een woning in aanbouw is. Het college van burgemeester en wethouders heeft een last onder dwangsom opgelegd vanwege overtreding van het bestemmingsplan en de Omgevingswet door bewoning van de woonunit. Verzoekers maakten bezwaar tegen dit besluit, dat door het college ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelden zij beroep in en vroegen zij de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het college niet had mogen handhaven omdat het handhavend optreden onevenredig is in verhouding tot de te dienen belangen. Er is geen zwaarwegend of acuut spoedeisend belang dat schorsing onacceptabel maakt of tot onomkeerbare gevolgen leidt. Daarom wordt het bestreden besluit per direct geschorst als tijdelijke ordemaatregel.
De schorsing geldt in afwachting van de inhoudelijke behandeling van het beroep, waarvoor een zitting is gepland. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe, maar geeft geen vergoeding van griffierecht. Er is geen rechtsmiddel tegen deze uitspraak mogelijk.
Uitkomst: Het besluit tot oplegging van een last onder dwangsom wordt per direct geschorst wegens onevenredigheid van handhaving.