Uitspraak
RECHTBANK Limburg
1.De procedure
- de dagvaarding van 8 december 2025 met producties 1 tot en met 14,
- de mondelinge behandeling van 15 januari 2026 waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt en waarbij door [gedaagde] spreekaantekeningen zijn overgelegd.
2.De feiten
3.Het geschil
heeft sub 2. In dat geval niet binnen drie maanden daarna aan een derde vervreemdt en overgedragen, dan zal het voorkeursrecht met alle in deze akte uitgedrukte bepalingen en bedingen voor sub 1 herleven”, door [gedaagde] geen beroep kan worden gedaan, in geval [gedaagde] afziet van aankoop van de woning, mits de vervreemding en levering van het onroerend goed geschiedt binnen negen maanden na het in deze te wijzen vonnis;