Uitspraak
RECHTBANK Limburg
1.[gedaagde 1] ,
2.
[gedaagde 2],
1.De procedure
- de akte van [eisende partij] met productie 12
- de akte van [gedaagden] met productie 1-11.
Rechtbank Limburg
In deze civiele bodemzaak vordert de aannemer betaling van een openstaande factuur voor herstelwerkzaamheden en meerwerk aan een woning. De rechtbank heeft bij tussenvonnis de aannemer de gelegenheid geboden om de werkzaamheden en meerwerk nader te specificeren in een excelbestand. De aannemer heeft dit bestand overgelegd, maar zonder nadere toelichting of specificatie.
De gedaagden hebben aangevoerd dat de specificatie onvoldoende was om te beoordelen of de werkzaamheden daadwerkelijk zijn verricht en of de bedragen juist zijn. De rechtbank deelt dit oordeel en stelt vast dat de aannemer onvoldoende heeft gesteld en onderbouwd dat zij aanspraak heeft op het volledige gevorderde bedrag van € 32.751,13.
Verder is vastgesteld dat de opstalverzekering dekking bood voor herstelwerkzaamheden op basis van een open begroting van € 74.500,-, inclusief een bedrag voor een natuurstenen vloer die niet is gelegd. De kosten voor deze vloer zijn door de verzekeraar rechtstreeks aan een derde vergoed. Hierdoor komt het bedrag voor herstelkosten op € 44.366,-. Het meerwerk aan de badkamer is erkend voor € 13.934,95, zodat het totaal op € 58.270,95 komt.
De gedaagden hebben reeds € 54.192,77 betaald, waardoor een restant van € 4.078,18 resteert. De rechtbank wijst alleen dit bedrag toe met wettelijke rente vanaf 8 november 2023. Vergoeding van buitengerechtelijke kosten wordt afgewezen vanwege het ontbreken van specificatie. De proceskosten worden gecompenseerd, zodat iedere partij de eigen kosten draagt.
Uitkomst: Gedaagden worden veroordeeld tot betaling van € 4.078,18 met wettelijke rente, overige vorderingen worden afgewezen.