Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
de rechtbank begrijpt: de verdachte) plotseling aankomen. Hij woont op [huisnummer] van de [straatnaam 1] . Vervolgens stak [verdachte] mij met een mes in mijn hoofd. Hij stak mij gelijk, met zijn rechterhand. Ik had dat mes niet eens gezien. Toen hij aan het steken was, hoorde ik [naam 2] zeggen: “Hij heeft een mes!”, maar toen was het al te laat. Hij stak één keer aan de linkerkant van mijn hoofd.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf
.
7.De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
8.Het beslag
9.De vordering tot tenuitvoerlegging
10.De wettelijke voorschriften
11.De beslissing
de zaak 03.333301.23 primair en in de zaak 03.253631.25 onder 2ten laste gelegde feiten;
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3 .4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde het de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte voor het
- beveelt dat indien de veroordeelde de taakstraf niet of niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van
- veroordeelt de verdachte voor het
- bepaalt dat de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van een proeftijd van
- stelt de volgende bijzondere voorwaarden, waaraan de veroordeelde gedurende de proeftijd heeft te voldoen:
- geeft aan de reclassering de opdracht als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;
- voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde gedurende de proeftijd:
- wijst de vordering van de benadeelde partij
- veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij, [benadeelde partij] , van een bedrag van
- wijst de vordering voor het overige af;
- bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen;
- legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [benadeelde partij] , van een bedrag van 2.000 euro, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 december 2023 tot aan de dag der algehele voldoening;
- bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van
- bepaalt dat verdachte van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde is bevrijd voorzover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade;
Ten aanzien van 03-253631-25 feit 1:
- wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij
- veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij, [naam 1] , van een bedrag van
- veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;
- legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [naam 1] , van een bedrag van 1.034,55 euro, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 26 september 2025 tot aan de dag der algehele voldoening;
- bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van
- bepaalt dat verdachte van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde is bevrijd voorzover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade;
Beslag
een taakstraf voor de duur van 30 uren subsidiair 15 dagen hechtenis.