Op 4 maart 2023 werd geprobeerd een personenauto in brand te steken in de gemeente Leudal. Verdachte werd ervan verdacht dit samen met medeverdachten te hebben gedaan. De zaak is inhoudelijk behandeld op 17 en 18 december 2025, waarna de rechtbank op 28 januari 2026 het onderzoek sloot.
De officier van justitie stelde dat verdachte en medeverdachten betrokken waren, onder meer op basis van telefoonbewegingen, contactmomenten en gebruik van een auto. De verdediging voerde integrale vrijspraak aan omdat het dossier onvoldoende bewijs bevatte om schuld buiten redelijke twijfel vast te stellen.
De rechtbank oordeelde dat hoewel verdachte’s bewegingen en contacten opmerkelijk waren, de telecomgegevens en andere bewijzen onvoldoende waren om het daderschap onomstotelijk vast te stellen. Ook het verzenden van een video na het incident en de signalering van een voertuig boden geen sluitend bewijs. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van de tenlastegelegde poging tot brandstichting.
De benadeelde partijen werden niet-ontvankelijk verklaard in hun schadevordering omdat de verdachte niet werd veroordeeld. Tevens wees de rechtbank de vordering tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf af. De verdachte en medeverdachten dragen ieder hun eigen proceskosten.