Uitspraak
RECHTBANK Limburg
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 4 februari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
- het versturen van herhaalde berichten via facebook Messenger en of andere sociale media met dringende en soms dwingende of vijandige toon;
- het meermalen verschijnen bij de woning van eiseres, waarbij zij aanbelt en/of
- Het straatverbod dat is gericht op het [adres 2] te [plaats] (ter zitting bleek dit het adres van de ouders van [eiseres] te zijn) wordt afgewezen, nu dit gevorderde verbod op geen enkele manier is onderbouwd. Het gebied waarvoor het verbod voor [gedaagde] om zich daarin te bevinden dan wel op te houden zal gelden, zal worden beperkt tot een gebied in de woonomgeving van [eiseres] , Een straal van 100 meter acht de rechtbank – gelet op het doel van het straatverbod – onredelijk groot.
- Het contact verbod ziet enkel op het direct danwel indirect contact zoeken met [eiseres] , fysiek, telefonisch, schriftelijk al dan niet via persoonlijke digitale berichten via sociale media.
- In verband met de eisen van proportionaliteit zullen de verboden voor de de duur van vier maanden worden opgelegd. De voorzieningenrechter geeft partijen in overweging om daarna (eventueel met de hulp van een mediator/coach) met elkaar en [naam] in overleg te treden om duidelijke afspraken met elkaar te maken over hoe zij zich in de toekomst tot elkaar willen verhouden.
- De voorzieningenrechter ziet vooralsnog geen aanleiding voor het opleggen van een dwangsom of om te bepalen dat de tenuitvoerlegging van het vonnis voor zover nodig zal geschieden met behulp van de sterke arm van politie en justitie. De relatie tussen partijen staat al onder spanning. Het opleggen van het contact- en straatverbod is bedoeld om partijen even rust te gunnen en beoogt een de-escalerende werking. De dreiging of oplegging van een dwangsom kan de verhoudingen weer op scherp zetten en het vertrouwen tussen partijen nog verder aantasten, terwijl het belangrijk is dat de verhouding in de toekomst normaliseert, in ieder geval ten behoeve van het ongeboren kind en [naam] .