Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord,
- de conclusie van repliek,
- de conclusie van dupliek.
2.De feiten
- € 1.255,00 aan huur,
- € 20,00 voor de aanvullende leveringen en diensten,
- € 120,00 maandelijks voorschot voor de verwarming.
Rechtbank Limburg
De huurder had een zelfstandige woonruimte gehuurd van de verhuurder en bij aanvang een waarborgsom betaald van €1.395,00. Tijdens de huurperiode schakelde de huurder een slotenmaker in vanwege het niet ontvangen van alle sleutels, waarvan de kosten van €320,00 werden ingehouden op de huurbetaling. Na beëindiging van de huurovereenkomst hield de verhuurder deze kosten en daarnaast €94,08 aan stookkosten in op de waarborgsom.
De huurder vorderde de volledige terugbetaling van de waarborgsom, vermeerderd met rente en kosten. De verhuurder stelde dat de inhoudingen terecht waren. De kantonrechter oordeelde dat de kosten van de slotenmaker terecht waren ingehouden omdat de huurder geen toestemming had verkregen en onvoldoende had onderbouwd dat deze kosten voor rekening van de verhuurder kwamen. Er was ook geen sprake van wanprestatie of onrechtmatige daad van de verhuurder.
Voor de stookkosten over 2024 oordeelde de kantonrechter dat de verhuurder onvoldoende had onderbouwd dat deze kosten verschuldigd waren. Er waren geen stukken overgelegd die dit aantonen. De vordering van de huurder tot betaling van €94,08 werd daarom toegewezen, maar de gevorderde wettelijke rente werd afgewezen wegens onvoldoende stelplicht.
De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis werd uitgesproken door kantonrechter Lafghani op 11 februari 2026.
Uitkomst: De verhuurder moet €94,08 terugbetalen van de waarborgsom, maar mag de kosten van de slotenmaker inhouden.