ECLI:NL:RBLIM:2026:1216

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
11 februari 2026
Publicatiedatum
5 februari 2026
Zaaknummer
11921324 \ CV EXPL 25-4347
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Piëtte
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:162 BWArt. 7:611 BWArt. 99 Rv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geen zelfstandige overeenkomst tussen Atlas Support B.V. en CB Agencies B.V. voor douane-inklaring

Op 16 oktober 2023 sloten VEAS Logistics en CB Agencies B.V. een overeenkomst waarbij VEAS Logistics namens CB Agencies douaneaangiften verrichtte. Atlas Support B.V. (voorheen VEAS customs B.V.) voerde op 8 november 2023 een inklaring uit en factureerde CB Agencies hiervoor € 5.082,88. CB Agencies betaalde niet.

Atlas vorderde betaling van het factuurbedrag vermeerderd met rente en kosten, stellende dat zij een rechtstreekse overeenkomst met CB Agencies had op basis van een volmacht uit artikel 6 van Pro de overeenkomst tussen VEAS Logistics en CB Agencies. CB Agencies betwistte dit en stelde dat Atlas buiten mandaat handelde en geen zelfstandige overeenkomst bestond.

De rechtbank oordeelde dat VEAS Logistics de opdracht had gekregen en dat Atlas slechts onderaannemer was, waardoor geen zelfstandige overeenkomst met CB Agencies tot stand kwam. Daarom rustte geen betalingsverplichting op CB Agencies jegens Atlas. De vordering werd afgewezen.

De rechtbank wees ook het verzoek van CB Agencies af om Atlas te veroordelen tot vergoeding van interne behandelingskosten, omdat geen uitzonderlijke omstandigheden waren gesteld. Atlas werd veroordeeld in de gewone proceskosten van € 864,00. De rechtbank Limburg verklaarde zich bevoegd en wees de vorderingen van Atlas af.

Uitkomst: De vordering van Atlas tot betaling wordt afgewezen en Atlas wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANKLIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer: 11921324 \ CV EXPL 25-4347
Vonnis van 11 februari 2026
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid ATLAS SUPPORT B.V.,
gevestigd en kantoor houdende te Venlo,
eisende partij,
hierna te noemen: Atlas,
gemachtigde: mr. S.E.L. van Kerkhof,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid CB AGENCIES B.V.,
gevestigd te Venlo,
gedaagde partij,
hierna te noemen: CB Agencies,
gemachtigde: [gemachtigde].

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord
- de conclusie van repliek
- de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Op 16 oktober 2023 is er tussen VEAS Logistics en CB Agencies een overeenkomst gesloten waarbij VEAS Logistics namens en voor rekening van CB Agencies douaneaangiften verricht voor goederenzendingen.
2.2.
In artikel 6 van Pro deze overeenkomst is het volgende bepaald:
(…)
Artikel 6. DERDEN
6.1
De expeditieonderneming is gerechtigd de uitvoering van deze overeenkomst/machtiging te laten geschieden door hierna genoemde derde.
Company name: VEAS customs B.V.
Adres: [adres]
(…)
2.3.
VEAS customs B.V. handelt nu onder de naam Atlas.
2.4.
Op 8 november 2023 is er door Atlas ten behoeve van CB Agencies een zending goederen uit Albanië ingeklaard.
2.5.
Atlas heeft op 8 november 2023 voor deze werkzaamheden een factuur aan CB Agencies gestuurd ter hoogte van € 5.082,88.
2.6.
CB Agencies heeft deze factuur onbetaald gelaten

3.Het geschil

3.1.
Atlas vordert - samengevat – uitvoerbaar bij voorraad, CB Agencies te veroordelen om aan Atlas te betalen € 7.023,66 vermeerderd met wettelijke handelsrente over een bedrag van € 5.082,88 vanaf 24 september 2025 tot aan de dag van volledige betaling en de proceskosten.
3.2.
Atlas legt aan haar vordering ten grondslag dat er sprake is van een overeenkomst tussen Atlas en CB Agencies. Op basis van artikel 6 van Pro de overeenkomst is Atlas door CB Agencies gemachtigd om de uitvoering te geven aan de overeenkomst. Atlas heeft de werkzaamheden op basis van deze machtiging voor CB Agencies uitgevoerd. CB Agencies heeft geen bezwaar gemaakt tegen de inklaring. CB Agencies is op basis van de overeenkomst gehouden voor de werkzaamheden aan Atlas te betalen.
3.3.
CB Agencies voert verweer. CB Agencies voert aan geen opdracht te hebben verstrekt aan Atlas voor de inklaring van 8 november 2023. Atlas had weliswaar een volmacht van CB Agencies ontvangen maar deze volmacht is niet compleet en niet rechtsgeldig. Atlas heeft gehandeld buiten mandaat en in strijd met haar zorgplicht. CB Agencies concludeert tot afwijzing van de vorderingen van Atlas, met veroordeling van Atlas in de kosten van deze procedure en € 1.700,00 (exclusief btw) aan interne behandelingskosten.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

Er is geen overeenkomst gesloten tussen Atlas en CG Agencies
4.1.
Op 16 oktober 2023 is er tussen VEAS Logistics en CB Agencies een overeenkomst gesloten waarbij CB Agencies VEAS Logistics heeft gemachtigd en opdracht heeft verleend tegen vergoeding douane aangiften te verrichten in naam en voor rekening van CB Agencies.
4.2.
Atlas stelt dat zij opdracht heeft gekregen van VEAS Logistics en dat er daarmee een rechtstreekse overeenkomst tot stand is gekomen tussen CB Agencies en Atlas.
4.3.
Uit artikel 6 van Pro de met VEAS Logistics gesloten overeenkomst volgt duidelijk dat VEAS Logistics bij de uitvoering van de overeenkomst met name genoemde derden, waaronder Atlas, mag inschakelen voor de uitvoering van de overeenkomst. Daarmee komt er echter geen zelfstandige overeenkomst tot stand met Atlas, ook niet via contract overneming.
4.4.
Atlas is de onderaannemer van VEAS Logistics. Als onderaannemer is Atlas niet degenen die direct zou moeten factureren. Er rust daarom geen betalingsverplichting op CB Agencies om aan Atlas te betalen. De vordering van Atlas tot betaling van € 5.082,88 wordt afgewezen.
4.5.
Omdat de vordering tot betaling van de hoofdsom wordt afgewezen, worden ook de nevenvorderingen afgewezen.
Rechtbank Limburg is bevoegd
4.6.
Nu uit het vorenstaande volgt dat er geen overeenkomst tot stand is gekomen Tussen Atlas en CB Agencies zijn de algemene voorwaarden met daarin de exclusieve bevoegdheid van de Rechtbank Rotterdam niet van toepassing. De Rechtbank Rotterdam is daarom niet exclusief bevoegd. Uit artikel 99 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering volgt dat de rechter in de woonplaats van de gedaagde bevoegd is. Dat maakt dat de Rechtbank Limburg in deze zaak bevoegd is.
Atlas moet proceskosten betalen
4.7.
Het verzoek van CB Agencies, om Atlas te veroordelen tot betaling van € 1.700,00 (exclusief btw) aan interne behandelingskosten, vat de kantonrechter op als een verzoek om Atlas te veroordelen in de werkelijke gemaakte proceskosten.
4.8.
Voor een vergoeding van de volledige, werkelijke proceskosten (in plaats van een forfaitaire vergoeding op basis van het liquidatietarief) is slechts in uitzonderlijke omstandigheden plaats, waarbij gedacht dient te worden aan misbruik van procesrecht, onrechtmatige daad of schending van artikel 7:611 BW Pro. De kantonrechter is van oordeel dat CB Agencies niet heeft gesteld van welke uitzonderlijke omstandigheden in dit geval sprake is en CB Agencies heeft ook niet nader met feiten onderbouwd waarom deze uitzonderlijke omstandigheden in dat geval zouden moeten leiden tot vergoeding van de volledige en werkelijke proceskosten. De vordering van Atlas tot vergoeding van € 1.700,00 exclusief btw zal daarom worden afgewezen.
4.9.
Atlas is wel in het ongelijk gesteld en moet daarom de “gewone” proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van CB Agencies worden begroot op:
- salaris gemachtigde
720,00
(2 punten × € 360,00)
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
864,00

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
wijst de vorderingen van Atlas af,
5.2.
veroordeelt Atlas in de proceskosten van € 864,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Atlas niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Piëtte en in het openbaar uitgesproken op 11 februari 2026.