Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 februari 2026
in de zaak tussen
[eisers] , uit [woonplaats] , eisers
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
in beginselvoor moet worden betaald. Binnen het bestek van de beoordeling van het bestreden besluit valt wel dat de rechtbank beoordeelt of het college heeft onderzocht of de algemene voorziening in het individuele geval van eiser ook financieel haalbaar is. Als dat niet het geval is, dan is de algemene voorziening voor eiser namelijk geen adequate oplossing. De rechtbank volgt het college in zijn standpunt dat eiser niet heeft gesteld dat hij de eigen bijdrage niet kan dragen, zodat het college daarin geen aanleiding hoefde te zien om de algemene voorziening scootmobielen voor eiser niet adequaat te achten.
enliggen. Ter zitting heeft eiser bevestigd dat hij een drempelhulp heeft verwijderd. Hij gaf toen aan dat er slechts één drempelhulp aanwezig zou zijn geweest, namelijk bij de achterdeur. De rechtbank volgt eiser daarin niet, gelet op wat daarover in de ondersteuningsplannen staat. Dat de drempelhulp bij de berging te glad was en daarom onveilig, zoals eiser heeft gesteld, heeft hij niet aannemelijk gemaakt. Het college heeft er terecht op gewezen dat het niet de kans heeft gehad dit te onderzoeken, omdat eisers daarvan geen melding hebben gemaakt en de drempelhulpen op eigen initiatief hebben verwijderd. In de bezwaarfase, op 12 maart 2024, heeft het college bovendien bij een huisbezoek in het kader van een andere melding alsnog onderzoek willen doen naar de mogelijkheden voor stalling van de scootmobiel in de bering, maar toen hebben eisers geweigerd de Wmo-consulent binnen te laten. De rechtbank gaat daarom voorbij aan de stelling dat de berging niet toegankelijk is (gemaakt) met een drempelhulp.