ECLI:NL:RBLIM:2026:1278

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
4 februari 2026
Publicatiedatum
6 februari 2026
Zaaknummer
11973317 CV EXPL 25-4784
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Otto
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 BWArt. 6:265 BWRichtlijn 93/13/EEGBesluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokostenBesluit Gemeentelijke Schuldhulpverlening
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding huurovereenkomst en ontruiming wegens langdurige huurachterstand

Maasvallei verhuurt sinds december 2019 een woning aan de huurder, die een huurprijs van €466,75 per maand verschuldigd is. De huurder heeft meerdere maanden geen huur betaald, ondanks aanmaningen en de mogelijkheid tot schuldhulpverlening. De huurder erkent de achterstand niet, maar betwist het overzicht niet.

De kantonrechter toetst de huurovereenkomst aan het consumentenrecht en vindt de voorwaarden niet oneerlijk. De huurachterstand bedraagt meer dan tien maanden, wat ernstig genoeg is voor ontbinding van de overeenkomst. De huurder weigert overleg en betaling, waardoor ontbinding en ontruiming worden toegewezen.

De huurder wordt veroordeeld tot betaling van de achterstallige huur, wettelijke rente, incassokosten en een gebruiksvergoeding vanaf december 2025 tot ontruiming. Tevens moet hij binnen veertien dagen na betekening ontruimen. De proceskosten worden aan de huurder opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en de huurder veroordeeld tot ontruiming en betaling van achterstallige huur, rente, incassokosten en gebruiksvergoeding.

Uitspraak

RECHTBANKLIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 11973317 \ CV EXPL 25-4784
Vonnis van 4 februari 2026
in de zaak van
WONINGSTICHTING MAASVALLEI MAASTRICHT,
te Maastricht,
eisende partij,
hierna te noemen: Maasvallei,
gemachtigde: Janssen & Janssen c.s. Gerechtsdeurwaarders Eindhoven,
tegen
[gedaagde partij],
te in de [gemeente] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde partij] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald
- het bericht van 15 januari 2026 met productie(s) van Maasvallei
- de mondelinge behandeling van 27 januari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Het bij aanvang van deze procedure bestaande beschermingsbewind werd bij beschikking van de kantonrechter 21 november 2025 opgeheven, hetgeen tot gevolg heeft dat [gedaagde partij] zelf procespartij/ gedaagde is geworden.
2.2.
Maasvallei verhuurt met ingang van 23 december 2019 aan [gedaagde partij] de woning aan het adres [adres] (hierna: het gehuurde). De huur bedraagt (uiteindelijk) € 466,75 per maand en is bij vooruitbetaling verschuldigd. Op deze huurovereenkomst zijn algemene voorwaarden van toepassing.
2.3.
[gedaagde partij] heeft (een deel van) de huur niet betaald. Maasvallei heeft [gedaagde partij] aangemaand op 9 mei 2025 om aan zijn betalingsverplichtingen te voldoen.
2.4.
Maasvallei heeft [gedaagde partij] schriftelijk gewezen op de mogelijkheid van schuldhulpverlening bij betalingsachterstanden. [gedaagde partij] heeft daarop afwijzend gereageerd.

3.Het geschil

3.1.
Maasvallei vordert – samengevat – ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde en betaling van € 5.964,98 aan huurachterstand, rente en incassokosten.
3.2.
[gedaagde partij] voert verweer. Hij stelt te worden genegeerd door de woningstichting.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
De huurovereenkomst is gesloten met een consument. Daarom moet ambtshalve worden getoetst aan het Europese en Nederlandse consumentenrecht, met name aan Richtlijn 93/13/EEG (de Richtlijn oneerlijke bedingen).
4.2.
De voor de vordering relevante van de huurovereenkomst zijn getoetst en niet oneerlijk bevonden.
4.3.
[gedaagde partij] heeft aangevoerd dat hij een duurzame oplossing wenst, waarbij – zo begrijpt de kantonrechter – hij de erkenning krijgt dat hij in staat is zijn eigen problemen op te lossen, los van een bewindvoerder. [gedaagde partij] – zo blijkt tijdens de mondelinge behandeling – staat echter niet open voor overleg met Maasvallei om onder andere tot een betalingsregeling te komen. Uit het door Naasvallei ingebrachte actueel overzicht huurachterstand volgt dat [gedaagde partij] reeds maanden in het geheel geen huur meer betaalt. [gedaagde partij] betwist dit overzicht niet, evenmin als de nevenvorderingen betreffende buitengerechtelijke incassokosten en reeds vervallen rente. Dit gedeelte van de vordering zal worden toegewezen.
4.4.
[gedaagde partij] is te laat met het betalen van de verschillende huurtermijnen en dus zal de gevorderde wettelijke rente over de huurachterstand worden toegewezen.
4.5.
Maasvallei vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). Daarom zal een bedrag van € 631,79 worden toegewezen, als hierna onder 5.3 opgenomen in het totaal toe te wijzen totaal bedrag. De gevorderde rente over de buitengerechtelijke incassokosten zal worden toegewezen.
4.6.
De kantonrechter heeft vastgesteld dat Maasvallei heeft voldaan aan de informatieplicht en de meldplicht als bedoeld in artikel 2 van Pro Besluit Gemeentelijke Schuldhulpverlening.
4.7.
Over de vorderingen tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde overweegt de kantonrechter als volgt. De huurder is verplicht om de huur op tijd en volledig te betalen. Iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen geeft aan de wederpartij de bevoegdheid om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. [1] De kantonrechter wijst een vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst alleen toe als de huurachterstand ernstig genoeg is om de huurovereenkomst te beëindigen. Vaak zal een achterstand van meer dan drie maanden genoeg zijn, maar de kantonrechter moet alle omstandigheden afwegen. Van belang is bijvoorbeeld ook of de huur weer wordt betaald en of de achterstand (deels) is ingelopen. [2]
4.8.
Op het moment van dagvaarden bedroeg de huurachterstand meer dan tien maanden. [gedaagde partij] betaalt in het geheel geen huur meer. De huurachterstand is daarom ernstig genoeg om de huurovereenkomst te ontbinden.
4.9.
De gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst zal op grond van het voorgaande worden toegewezen. [gedaagde partij] zal worden veroordeeld het gehuurde te ontruimen op een termijn van veertien dagen na betekening van het vonnis. De kantonrechter is van oordeel dat dit een redelijke termijn is om aan de veroordeling te voldoen.
4.10.
Maasvallei wil ook dat [gedaagde partij] wordt veroordeeld tot het betalen van een maandelijks bedrag van € 466,75, te rekenen vanaf de maand december 2025 tot het moment dat [gedaagde partij] het gehuurde ontruimt. Dit is de huurprijs per maand en na het ontbinden van de huurovereenkomst is dit een gebruiksvergoeding voor de tijd dat [gedaagde partij] nog in het gehuurde verblijft. Deze vordering zal worden toegewezen.
4.11.
[gedaagde partij] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Maasvallei worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
146,14
- griffierecht
543,00
- salaris gemachtigde
678,00
(2 punten × € 339,00)
- nakosten
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.502,14

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
ontbindt de tussen partijen bestaande huurovereenkomst met betrekking tot het gehuurde aan het adres [adres] ,
5.2.
veroordeelt [gedaagde partij] om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis het gehuurde te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van Maasvallei zijn, en de sleutels af te geven aan Maasvallei,
5.3.
veroordeelt [gedaagde partij] om te betalen aan Maasvallei:
- € 5.964,98 aan achterstallige huur tot en met november 2025, reeds vervallen rente en incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van over een bedrag van € 5875,30 vanaf 5 november 2025 tot de dag van voldoening,
- € 466,75 per maand of gedeelte daarvan vanaf december 2025 tot en met het eind van de maand waarin de daadwerkelijke ontruiming heeft plaatsgevonden,
5.4.
veroordeelt [gedaagde partij] in de proceskosten van € 1.502,14, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde partij] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Otto en in het openbaar uitgesproken op 4 februari 2026.

Voetnoten

1.Artikel 6:265 BW Pro.
2.HR 28 september 2018 (ECLI:NL:HR:2018:1810)