De ouders van een gehandicapte cliënt met gedrags- en psychiatrische problematiek vorderden in kort geding de afgifte van camerabeelden van een incidentnacht in de zorginstelling waar hun kind verblijft. De beelden zijn gemaakt ter analyse door een gedragswetenschapper en worden niet standaard bewaard. De ouders willen de beelden gebruiken om de zorg te evalueren en als bewijs in eventuele procedures.
De zorginstelling verweerde zich met het argument dat de ouders de beelden al in geblurde vorm hebben mogen inzien en dat toezichthouders zoals de IGJ de beelden ook hebben bekeken zonder afgifte te vragen. Daarnaast stelde de instelling dat afgifte de privacy van medewerkers schaadt en de zorgkwaliteit ondermijnt, omdat medewerkers zich anders niet meer gefilmd willen voelen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het belang van de ouders onvoldoende aannemelijk is, mede omdat toezichthouders de beelden kunnen inzien via de instelling en de zorginstelling een zwaarwegend belang heeft bij bescherming van haar medewerkers en het voorkomen van reputatieschade. De vordering tot afgifte van de beelden werd daarom afgewezen. De ouders werden veroordeeld in de proceskosten.