Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
2.De feiten
[de overledene], geboren te [geboorteplaats 3] op [geboortedag 3] 1964 (hierna te noemen: de overledene).
Rechtbank Limburg
Op 20 november 2025 is de grootvader van de minderjarige overleden. De wettelijk vertegenwoordiger van de minderjarige heeft bij de rechtbank Limburg een verzoek ingediend om machtiging te verkrijgen om namens de minderjarige de nalatenschap te verwerpen.
De kantonrechter heeft het verzoek beoordeeld en vastgesteld dat er sprake is van een negatieve nalatenschap, waardoor het verzoek gegrond is. Tevens is overwogen dat het verlenen van de machtiging in het belang van de minderjarige is en dat er geen feiten of omstandigheden zijn die zich tegen het verzoek verzetten.
De kantonrechter wijst erop dat de machtiging niet gelijkstaat aan de verwerping zelf; daarvoor moet nog een verklaring worden afgelegd bij de griffie van de rechtbank van de laatste woonplaats van de overledene binnen drie maanden na het moment waarop de nalatenschap toekomt.
De beschikking is op 13 februari 2026 in het openbaar uitgesproken door mr. Dohmen.
Uitkomst: Machtiging verleend om namens de minderjarige de nalatenschap van de grootvader te verwerpen wegens negatieve nalatenschap.