ECLI:NL:RBLIM:2026:1466

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
25 februari 2026
Publicatiedatum
11 februari 2026
Zaaknummer
C/03/342151 / HA ZA 25-238
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Timmermans-Vermeer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geschil over kwaliteit en meerwerk bij aanneming van woningverbouwing

Op 7 augustus 2024 sloten partijen een aannemingsovereenkomst voor verbouw en uitbouw van een woning tegen een vaste aanneemsom van €23.501,87. Later ontstond twijfel over de kwaliteit van het werk en ontstond een geschil over meerwerk en betaling. De opdrachtgever hield de laatste termijn van €5.875,46 onbetaald en ontbond de overeenkomst buitengerechtelijk op 11 februari 2025.

De opdrachtgever vordert schadevergoeding en incassokosten, terwijl de aannemer in reconventie betaling van een bedrag vordert. De rechtbank constateert dat het geschil vooral draait om de kwaliteit van het werk, meerwerk voor plafond, keuken en andere onderdelen, en benoemt een deskundige voor een descente om de kwaliteit en herstelmaatregelen te beoordelen.

Partijen krijgen gelegenheid zich uit te laten over de deskundige, de vragen en de kosten. De rechtbank bepaalt dat het voorschot op de kosten door de opdrachtgever moet worden betaald. Verdere beslissingen worden aangehouden tot na het deskundigenonderzoek.

Uitkomst: De rechtbank benoemt een deskundige voor onderzoek en houdt verdere beslissingen aan tot na het deskundigenrapport.

Uitspraak

RECHTBANK Limburg

Civiel recht
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer: C/03/342151 / HA ZA 25-238
Vonnis van 25 februari 2026
in de zaak van

1.[opdrachtgever 1] ,

wonende te [plaats 1] ,
2.
[opdrachtgever 2],
wonende te [plaats 1] ,
eisende partijen in conventie,
verwerende partijen in reconventie,
hierna samen te noemen: [opdrachtgevers] ,
advocaat: mr. A.J.T.M. Hendriks,
tegen
[bedrijf 1] B.V.,
gevestigd te [plaats 2] ,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: [bedrijf 1] ,
advocaat: mr. R.J.S. Houtackers.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord in conventie tevens eis in reconventie
- de conclusie van antwoord in reconventie
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald
- de akte aanvullende producties 16 tot en met 42 d.d. 31 december 2025 aan de zijde van [opdrachtgevers]
- de mondelinge behandeling van 12 januari 2026, bij gelegenheid waarvan door [opdrachtgevers] en [bedrijf 1] spreekaantekeningen in het geding zijn gebracht.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
[bedrijf 1] is een allround klusbedrijf dat zich bezighoudt met algemene burgerlijke en utiliteitsbouw.
2.2.
Op 7 augustus 2024 is tussen [opdrachtgevers] en [bedrijf 1] een overeenkomst van aanneming van werk gesloten. De overeenkomst had betrekking op de verbouw en uitbouw van de woning van [opdrachtgevers] te [adres] (hierna: de woning). Deze overeenkomst hield (meer specifiek) onder andere in: het bouwen van een aanbouw, het plat dak voorzien van een lichtstraat, het aanbrengen van dakbedekking, isoleren, leveren van airco’s en cv-ketel en het uitvoeren van overige (aanvullende) werkzaamheden.
2.3.
Partijen zijn voor de in de aannemingsovereenkomst genoemde werkzaamheden een vaste aanneemsom overeengekomen van € 23.501,87 inclusief btw. Daarnaast is in de overeenkomst bepaald dat eventueel meerwerk wordt uitgevoerd tegen een uurtarief van € 45,00 exclusief btw.
2.4.
Op enig moment ontstond bij [opdrachtgevers] twijfel over de kwaliteit van de door [bedrijf 1] uitgevoerde werkzaamheden.
2.5.
[opdrachtgevers] heeft de laatste termijn van € 5.875,46 onbetaald gelaten.
2.6.
Oplevering van het werk heeft niet plaatsgevonden.
2.7.
Op 11 februari is de tussen [opdrachtgevers] en [bedrijf 1] gesloten aannemingsovereenkomst buitengerechtelijk ontbonden.

3.Het geschil

in conventie
3.1.
[opdrachtgevers] vordert dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I. [bedrijf 1] veroordeelt tot betaling van de door [opdrachtgevers] geleden schade ad € 68.376,45, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 11 februari 2025 tot aan de dag der algehele voldoening;
II. [bedrijf 1] veroordeelt tot betaling van de berekende incassokosten ad € 1.458,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf datum dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;
III. [bedrijf 1] veroordeelt tot betaling van de kosten van deze procedure, met bepaling dat indien [bedrijf 1] het bedrag aan proceskosten niet heeft voldaan binnen veertien dagen na dagtekening, althans betekening van het in dezen te wijzen vonnis, [bedrijf 1] vanaf de vijftiende dag over het bedrag aan proceskosten de wettelijke rente is verschuldigd, zulks tot aan de dag der algehele voldoening.
3.2.
[bedrijf 1] voert verweer. [bedrijf 1] concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [opdrachtgevers] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [opdrachtgevers] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [opdrachtgevers] in de kosten van deze procedure.
in reconventie
3.3.
[bedrijf 1] vordert in reconventie dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I. [opdrachtgevers] veroordeelt tot betaling van een bedrag van € 7.894,50 te vermeerderen met de rente van de dag van dagvaarding tot de dag der algehele voldoening.
II. [opdrachtgevers] veroordeelt in de kosten van de procedure, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na de datum van het in dezen te wijzen vonnis, dan wel vanaf een door de rechtbank te bepalen datum.
3.4.
[opdrachtgevers] voert verweer. [opdrachtgevers] concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [bedrijf 1] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [bedrijf 1] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [bedrijf 1] in de kosten van deze procedure.
3.5.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

in conventie
4.1.
Naar aanleiding van het verhandelde ter zitting stelt de rechtbank vast dat de kern van het geschil tussen partijen betrekking heeft op de werkzaamheden zoals omschreven in de offerte van 7 augustus met de daarbij behorende totaalprijs van € 23.501,87, alsmede op het plaatsen van een nieuwe keuken, het aanbrengen van gipsplaten in de slaapkamer, het realiseren van een omlijsting met deur ten behoeve van de cv-ketel en het plaatsen van een tuindeur met raamkozijn (in plaats van twee openslaande tuindeuren).
4.2.
Vaststaat dat partijen zijn overeengekomen dat voor het plafond van de voormalige keuken, thans in gebruik als slaapkamer, sprake is van meerwerk tegen een vaste bedrag van € 500,00. Voorts is ter zitting gebleken dat partijen het erover eens zijn dat voor de omlijsting van de cv-ketel en voor de tuindeur geen afzonderlijk meerwerk is overeengekomen. Naast de discussie over de kwaliteit van deze werkzaamheden en de schade die daaruit voortvloeit, bestaat tussen partijen tevens een geschil over de vraag of sprake is van meerwerk van 2,5 uur ter zake van het plaatsen van een nieuwe keuken (in plaats van het hergebruiken van de oude keuken zoals in eerste instantie overeengekomen).
4.3.
Ter zitting hebben partijen overeenstemming bereikt over het inschakelen van een rechtbankdeskundige middels een descente door de rechtbank. Voordat daartoe wordt overgegaan, zal de rechtbank partijen in de gelegenheid stellen zich uit te laten over:
  • de persoon van de te benoemen deskundige;
  • de aan de deskundige voor te leggen vragen.
4.4.
In verband met de aanwezigheid van een deskundige tijdens de descente heeft de rechtbank reeds de heer ir. [deskundige] , verbonden aan [bedrijf 2] te [plaats 3] aangezocht.
4.5.
De rechtbank gaat ervan uit dat partijen kunnen instemmen met de persoon van de deskundige. Voor zover er bij (een van) partijen daartegen bezwaar bestaat, dient die partij gemotiveerd aan te geven waaruit dit bezwaar bestaat. Daarbij moet het gaan om zwaarwegende redenen, die moeten worden onderbouwd. De rechtbank zal dan, na weging van de onderbouwing vóór en tegen de benoeming een beslissing nemen over de te benoemen deskundige.
4.6.
De deskundige heeft het voorschot voor de kosten voor de aanwezigheid bij de descente conform zijn offerte van 3 februari 2026 en de daarbij behorende voorwaarden gesteld op een bedrag van € 895,57 (inclusief btw). Partijen worden in de gelegenheid gesteld om zich hierover uit te laten. De rechtbank zal het voorschot vaststellen op een afgerond bedrag van € 900,00 (inclusief btw). In het geval er tijdens de descente geen schikking tot stand komt en een schriftelijke rapportage nodig wordt geacht, zal een aanvullend voorschot worden bepaald.
4.7.
De rechtbank ziet geen aanleiding om af te wijken van het uitgangspunt in de wet dat het voorschot op de kosten van de deskundige(n) door de eisende partij moet worden betaald. Dit voorschot moet daarom door [opdrachtgevers] worden betaald.
In het eindvonnis zal de rechtbank beslissen wie van partijen uiteindelijk de kosten van de deskundige moet betalen.
4.8.
De rechtbank is voorlopig van oordeel dat de volgende vragen aan de deskundige moeten worden voorgelegd:
Voldoen de door [bedrijf 1] uitgevoerde werkzaamheden in de woning van [opdrachtgevers] aan de eisen van goed en deugdelijk werk?
Indien de vraag onder 1) ontkennend wordt beantwoord, kunt u dan aangeven wat de passende herstelmaatregelen en de kosten daarvan zijn?
Heeft u verder nog op- en/of aanmerkingen uwerzijds waarvan u van oordeel bent dat die in het kader van het hier verzochte deskundigenbericht aan de rechtbank en aan partijen ter kennis dienen te worden gebracht?
4.9.
De deskundige heeft de rechtbank meegedeeld dat er algemene voorwaarden van toepassing zijn. De rechtbank aanvaardt dit voorbehoud voor zover deze algemene voorwaarden voorzien in een beperking van aansprakelijkheid. De publiekrechtelijke aard van de rechtsverhouding tussen de rechtbank en een deskundige, zoals geregeld in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), verzet zich tegen integrale toepassing van de algemene voorwaarden. Voor de volledigheid merkt de rechtbank op dat deze aansprakelijkheidsbeperking van toepassing is op de verhouding tussen de deskundige en partijen.
4.10.
De rechtbank zal de zaak naar de rol verwijzen, zodat partijen zich over de persoon van de door de rechtbank voorgestelde deskundige, de kosten en de aan hem voor te leggen vragen, bij akte kunnen uitlaten. Partijen moeten hun concept-akte uiterlijk een week vóór de roldatum naar elkaar toesturen, zodat zij in hun definitieve akte op de akte van de wederpartij kunnen reageren.
4.11.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
in reconventie
4.12.
Gelet op de samenhang tussen de vorderingen in conventie en reconventie ziet de rechtbank aanleiding deze gezamenlijk te behandelen. Dit brengt mee dat iedere verdere beslissing in reconventie wordt aangehouden.

5.De beslissing

De rechtbank
in conventie
5.1.
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van
woensdag 11 maart 2026om beide partijen in de gelegenheid te stellen een akte in te dienen waarin zij zich uitlaten over de persoon van de door de rechtbank voorgestelde deskundige, de kosten en de aan hem voor te leggen vragen,
5.2.
bepaalt dat partijen elkaar uiterlijk een week vóór de genoemde roldatum de concept-akte moeten toesturen, zodat zij ieder in hun eigen akte nog kunnen reageren op de standpunten van de wederpartij,
5.3.
houdt iedere verdere beslissing aan,
in reconventie
5.4.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. Timmermans-Vermeer en in het openbaar uitgesproken op 25 februari 2026.