Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
2.De beoordeling
eenop 22 december 2025 aangetekende verzonden brief door de andere aandeelhouder op 3 januari 2026 is afgehaald, maar niet welke brief zich in die enveloppe bevond. De andere aandeelhouder stelt dat in de enveloppe een brief van 15 december 2025 van verzoeker aanwezig was en dat hij als bewijs daarvan die brief door PostNL heeft laten afstempelen (productie 1 bij verweerschrift). Bij deze stand van zaken kan de rechtbank, ook gelet het beperkte bestek van deze procedure (zie hiervoor onder rechtsoverweging 2.1) niet in voldoende mate vaststellen dat de andere aandeelhouder op juiste wijze is opgeroepen voor de aandeelhoudersvergadering van 31 december 2025. Dat betekent dat niet kan worden vastgesteld dat een rechtsgeldig besluit van de algemene vergadering van aandeelhouders tot het aanvragen van het faillissement van W+E B.V. is genomen.