ECLI:NL:RBLIM:2026:1515
Rechtbank Limburg
- Beschikking
- Dohmen
- Rechtspraak.nl
Machtiging tot verwerping nalatenschap voor minderjarige door wettelijk vertegenwoordiger
Op 15 november 2025 is de heer overleden, die de achter-oudoom is van de minderjarige. De wettelijk vertegenwoordiger van de minderjarige verzoekt de kantonrechter om machtiging om namens de minderjarige de nalatenschap te verwerpen op grond van artikel 4:193 lid 1 BW Pro.
De kantonrechter beoordeelt dat het verzoek in het belang van de minderjarige is, omdat de nalatenschap negatief blijkt uit de schriftelijke toelichting. Er zijn geen feiten of omstandigheden die zich tegen het verzoek verzetten. De machtiging wordt voorwaardelijk verleend, enkel voor het geval de wettelijk vertegenwoordiger de nalatenschap daadwerkelijk verwerpt.
De kantonrechter wijst erop dat de nalatenschap nog niet is verworpen met deze machtiging; daarvoor moet een verklaring worden afgelegd bij de griffie van de rechtbank Limburg binnen drie maanden na de verwerping. De beschikking is op 13 februari 2026 in het openbaar uitgesproken door mr. Dohmen.
Uitkomst: De kantonrechter verleent voorwaardelijke machtiging om namens de minderjarige de nalatenschap te verwerpen.