ECLI:NL:RBLIM:2026:1534

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
19 februari 2026
Publicatiedatum
12 februari 2026
Zaaknummer
12095002 \ EZ VERZ 26-38
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • Dohmen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:193 lid 1 BW
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging tot verwerping nalatenschap namens minderjarige kinderen

Op 19 februari 2026 heeft de kantonrechter van de Rechtbank Limburg een beschikking gegeven inzake een verzoek tot machtiging tot verwerping van een nalatenschap namens minderjarige kinderen. De verzoekers, als wettelijk vertegenwoordigers van hun minderjarige kinderen, vroegen toestemming om de nalatenschap van hun oom te verwerpen.

De overledene is in 2025 overleden. Verzoekers hebben aannemelijk gemaakt dat de nalatenschap negatief is, hetgeen het uitgangspunt is voor het toewijzen van een dergelijk verzoek. De kantonrechter oordeelde dat het verlenen van de machtiging in het belang van de minderjarigen is en dat er geen feiten of omstandigheden zijn die zich tegen het verzoek verzetten.

De beschikking benadrukt dat de machtiging niet gelijkstaat aan de verwerping zelf; daarvoor moet nog een verklaring worden afgelegd bij de griffie van de rechtbank van de laatste woonplaats van de overledene binnen drie maanden na het moment waarop de nalatenschap toekomt aan de erfgenaam.

Uitkomst: Machtiging verleend om namens minderjarige kinderen de nalatenschap te verwerpen wegens negatieve nalatenschap.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer: 12095002 \ EZ VERZ 26-38
Beschikking erfrecht van de kantonrechter van 19 februari 2026
Naar aanleiding van het verzoek van:

1.[verzoeker 1] ,

te [plaats 1] ,
2.
[verzoeker 2],
te [plaats 1] ,
verzoekers,
in de hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordigers van de minderjarigen:
  • [minderjarige 1], geboren te [plaats 2] op [datum 1] 2016,
  • [minderjarige 2], geboren te [plaats 2] op [datum 2] 2020.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 10 februari 2026.

2.De feiten

2.1.
Op [datum 3] 2025 is te [plaats 3] overleden de heer
[overledene], geboren te [geboorteplaats] op [datum 4] 1958 (hierna te noemen: de overledene).
2.2.
De overledene is een oom van [verzoeker 1] , verzoekster sub 1. Zij heeft het voornemen (haar aandeel in) de nalatenschap van de overledene te verwerpen.

3.Het verzoek

3.1.
Verzoekers vragen de kantonrechter machtiging te verlenen om namens hun minderjarige kinderen de nalatenschap van de overledene te kunnen verwerpen.

4.De beoordeling

4.1.
Het uitgangspunt is dat het verzoek tot verwerping van een nalatenschap enkel wordt toegewezen indien sprake is van een negatieve nalatenschap. Naar het oordeel van de kantonrechter hebben verzoekers voldoende aannemelijk gemaakt dat sprake is van een negatief nalatenschapssaldo.
4.2.
De kantonrechter overweegt dat het verzoek op de wet is gegrond en dat het verlenen van de gevraagde machtiging tot verwerping in het belang van de minderjarigen blijkt te zijn. Daarnaast is niet gebleken van feiten of omstandigheden die zich tegen inwilliging van het verzoek verzetten.
4.3.
De kantonrechter wijst er op dat met het verlenen van de gevraagde machtiging de nalatenschap nog niet is verworpen. Daartoe dient nog een verklaring te worden afgelegd ter griffie van de rechtbank van de laatste woonplaats van de overledene. Dit dient te geschieden binnen drie maanden, te rekenen vanaf het tijdstip waarop de nalatenschap de erfgenaam toekomt.

5.De beslissing

De kantonrechter
verleent [verzoeker 1] en [verzoeker 2] machtiging om namens hun minderjarige kinderen:
  • [minderjarige 1] , geboren te [plaats 2] op [datum 1] 2016, en
  • [minderjarige 2] , geboren te [plaats 2] op [datum 2] 2020,
de nalatenschap van de heer [overledene] te verwerpen.
Deze beschikking is gegeven door mr. Dohmen en in het openbaar uitgesproken op 19 februari 2026.