ECLI:NL:RBLIM:2026:1536

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
18 februari 2026
Publicatiedatum
12 februari 2026
Zaaknummer
11855481 CV 25-3599
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Dohmen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 555 RvArt. 444 Rv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorwaardelijke ontbinding huurovereenkomst wegens huurachterstand met betalingsregeling

De stichting ZoWonen heeft de huurovereenkomst met [huurder 1] en [huurder 2] ontbonden wegens een huurachterstand van ruim vijf maanden en onbetaalde servicekosten. De huurders erkenden de achterstand en de onbetaalde servicekosten.

Partijen hebben voorafgaand aan de mondelinge behandeling een regeling getroffen waarbij de ontbinding en ontruiming voorwaardelijk worden uitgesproken. De huurders dienen een betalingsregeling na te komen waarbij zij de achterstand en de maandelijkse huur inclusief aflossing betalen.

De rechtbank wijst de vorderingen van ZoWonen toe, maar stelt dat ontruiming pas zal plaatsvinden indien de huurders niet aan de voorwaarden voldoen. De proceskosten worden gecompenseerd, zodat iedere partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De huurovereenkomst wordt voorwaardelijk ontbonden met een betalingsregeling en uitstel van ontruiming zolang aan de voorwaarden wordt voldaan.

Uitspraak

RECHTBANKLIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer: 11855481 \ CV EXPL 25-3599
Vonnis van 18 februari 2026
in de zaak van
de stichting STICHTING ZOWONEN,
gevestigd te Sittard, gemeente Sittard-Geleen,
eisende partij,
hierna te noemen: ZoWonen,
gemachtigde: Rosmalen Gerechtsdeurwaarders,
tegen

1.[huurder 1] ,

2. [huurder 2] ,
beiden wonende te [adres] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [huurders] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding;
- de conclusie van antwoord;
- de beslissing waarbij een mondelinge behandeling van partijen is gelast;
- de berichten van partijen waaruit blijkt dat partijen een regeling hebben getroffen.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Op en ingaande 9 januari 1995 heeft ZoWonen met [huurder 1] een huurovereenkomst gesloten met betrekking de woning aan het [adres] (hierna: het gehuurde). [huurder 2] is van rechtswege medehuurder geworden.
2.2.
De huur is bij vooruitbetaling verschuldigd.
2.3.
Bij factuur van 23 juni 2025 heeft ZoWonen de servicekosten over het jaar 2024 met [huurders] afgerekend. Het factuurbedrag van € 1.799,81 heeft [huurders] nog niet betaald.
2.4.
Tot en met januari 2026 bedraagt de huurachterstand € 5.095,51.

3.Het geschil

3.1.
ZoWonen vordert bij dagvaarding - kort samengevat -:
- ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde;
- veroordeling van [huurders] tot betaling van:
- de huurachterstand tot en met de maand augustus 2025 van € 4.185,16,
- de gebruiksvergoeding van € 903,35 per maand vanaf de dag van ontbinding van
de huurovereenkomst tot aan het moment van ontruiming,
- de afrekening stook- en servicekosten van € 1.799,81,
- veroordeling van [huurders] in de proceskosten.
3.2.
[huurders] erkent dat sprake is van een huurachterstand en dat de afrekennota voor de servicekosten over 2024 niet is betaald.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.Afspraken gemaakt voorafgaand aan de geplande mondelinge behandeling

4.1.
Voorafgaand aan de geplande mondelinge behandeling hebben partijen de kantonrechter laten weten dat zij in deze zaak overeenstemming hebben bereikt en dat de zitting niet hoeft door te gaan. Partijen hebben de kantonrechter daarbij verzocht de door hen gemaakte afspraken op te nemen in een (voorwaardelijk) vonnis.
4.2.
Met betrekking tot het in deze zaak gevorderde, zijn partijen overeengekomen dat de gevorderde ontbinding en ontruiming voorwaardelijk worden uitgesproken. De voorwaarden waaraan [huurders] gedurende (in ieder geval) twee jaar na betekening van het vonnis dient te voldoen luiden:
  • de totale betalingsachterstand tot en met januari 2026 van € 6.895,32, zijnde € 5.095,51 huurachterstand en € 1.799,81 afrekening servicekosten over het jaar 2024, wordt middels een betalingsregeling ingelopen;
  • een eventuele teruggave servicekosten over het jaar 2025 wordt verrekend met de betalingsachterstand;
  • in februari 2026 wordt de lopende maandhuur van € 832,35 voldaan;
  • vanaf maart 2026 wordt elke maand de maandhuur van € 832,35 plus een aflossing van € 200,00 voldaan. Betalingen dienen uiterlijk de 15e van de maand op de rekening van ZoWonen te staan;
  • betalingen worden via (handmatige) overboeking overgemaakt op [rekeningnummer] [kenmerk] .

5.De beoordeling

5.1.
ZoWonen heeft op de in de dagvaarding aangevoerde gronden gevorderd ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming van het gehuurde, betaling van de betalingsachterstand en betaling van de gebruikersvergoeding, te vermeerderen met rente, met veroordeling van [huurders] in de proceskosten.
5.2.
Gezien de standpunten van partijen en gelet op de aard en ernst van de wanprestatie, bestaande uit een huurachterstand van ruim vijf maanden, worden de vorderingen van ZoWonen toewijsbaar geacht. Gelet op de tussen partijen gemaakte afspraken zullen de vorderingen worden toegewezen zoals hierna wordt beslist. Nu partijen daarover geen (nadere) afspraken hebben gemaakt, zal de wettelijke rente worden toegewezen vanaf de dag der dagvaarding.
5.3.
ZoWonen zal dus niet overgaan tot ontruiming van het gehuurde zolang [huurders] aan de overeengekomen voorwaarden voldoet. Indien [huurders] zich niet aan de voorwaarden houdt, kan ZoWonen alsnog overgaan tot ontruiming van het gehuurde.
5.4.
ZoWonen heeft geen machtiging van de kantonrechter nodig om het (voorwaardelijk) toe te wijzen bevel tot ontruiming zo nodig af te dwingen. De in de wet aan de deurwaarder verleende bevoegdheden tot reële executie (artikelen 555 e.v. Rv in verbinding met artikel 444 Rv Pro) worden toereikend geacht, zodat eisende partij bij een afzonderlijke machtiging geen belang heeft.
5.5.
Nu partijen zulks zijn overeengekomen, zullen de proceskosten worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

6.De beslissing

De kantonrechter
6.1.
ontbindt,
voorwaardelijk, enkel voor het geval [huurders] niet aan de hiervoor onder 4.2. genoemde voorwaarden voldoet, de huurovereenkomst met betrekking tot het gehuurde aan het [adres] , en veroordeelt [huurders] ,
voorwaardelijk, enkel voor het geval [huurders] niet aan de hiervoor onder 4.2. genoemde voorwaarden voldoet, het gehuurde binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis met alle personen en zaken die zich van zijn kant in het gehuurde bevinden, te verlaten en te ontruimen en ontruimd te houden en onder afgifte van de sleutels ter vrije en algehele beschikking van ZoWonen te stellen,
6.2.
veroordeelt [huurders] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan ZoWonen te betalen een bedrag van € 6.895,32, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 13 augustus 2025 tot de dag der algehele voldoening.
6.3.
veroordeelt [huurders] tot betaling aan ZoWonen van een bedrag van € 832,35 per maand vanaf 1 februari 2026 - aan huur dan wel - indien en voor zover de voorwaarde voor de ontbinding effect sorteert - gebruiksvergoeding tot het tijdstip van een eventuele ontruiming,
6.4.
compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
6.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
6.6.
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. Dohmen en in het openbaar uitgesproken op 18 februari 2026.