ECLI:NL:RBLIM:2026:1579

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
16 februari 2026
Publicatiedatum
13 februari 2026
Zaaknummer
ROE 26/299
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • K.P.M. Jacobs
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:87 AwbArt. 2.3.5 Wmo 2015
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen eenzijdige stopzetting ambulante begeleiding in euthanasietraject

Verzoeker, die een indicatie heeft voor ambulante begeleiding van 180 minuten per week in het kader van zijn euthanasietraject, verzoekt de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Sittard-Geleen om de begeleiding per 23 december 2025 stop te zetten op verzoek van de zorgaanbieder Levanto.

De voorzieningenrechter stelt vast dat de begeleidingsbehoefte niet in geschil is en dat het college bezig is een nieuwe zorgaanbieder te zoeken. De beëindiging van de begeleiding door Levanto is gebaseerd op een vermeende verandering van de ondersteuningsvraag en op grensoverschrijdende incidenten, maar de feitelijke onderbouwing van deze incidenten ontbreekt in het dossier.

De voorzieningenrechter concludeert dat het bestreden besluit twijfelachtig is en dat het spoedeisend belang van verzoeker evident is. Daarom wordt het verzoek om een voorlopige voorziening toegewezen, met de verplichting voor het college om binnen twee weken een zorgaanbieder te vinden die de begeleiding kan voortzetten totdat op het bezwaar is beslist.

Daarnaast wordt het college veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van verzoeker. De uitspraak is bindend voor de voorlopige fase en staat geen hoger beroep of verzet toe.

Uitkomst: De voorzieningenrechter beveelt het college binnen twee weken een zorgaanbieder te vinden die de ambulante begeleiding voortzet totdat op het bezwaar is beslist.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Bestuursrecht
zaaknummer: ROE 26/299

uitspraak van de voorzieningenrechter van 16 februari 2026 in de zaak tussen

[naam], uit Sittard, verzoeker

(gemachtigde: mr. A.C.S. Grégoire),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Sittard-Geleen, het college
(gemachtigde: mr. V.P.A. Dassen).

Samenvatting

Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over de eenzijdige stopzetting van ambulante begeleiding per 23 december 2025 op verzoek van de zorgaanbieder. Verzoeker is het hier niet mee eens en verzoekt om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek toe.
Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

Procesverloop

Het college heeft met het besluit van 22 december 2025 de huidige indicatie ambulante begeleiding door Levanto beëindigd. Een andere zorgaanbieder zal de begeleiding overnemen.
Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen. Verzoeker heeft nadere stukken ingediend.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 9 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigden van partijen.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

Wat aan de zaak voorafging
1. Met een besluit van 16 februari 2023 heeft het college aan verzoeker een indicatie “begeleiding Behoud 3” van 180 minuten per week toegekend op grond van de Wet maatschappelijk ondersteuning 2015 (Wmo 2015). Avellana Zorg B.V. zal de begeleiding geven. De verwachting is dat met de begeleiding de volgende resultaten worden behaald:
  • De cliënt kan terugvallen op een ondersteunend netwerk.
  • De cliënt heeft de regie over praktische zaken.
  • Cliënt ontvangt op elkaar afgestemde ondersteuning, hulp en zorg.
  • De cliënt ervaart balans in activiteit en rust.
  • De cliënt heeft een gezonde en veilige woonsituatie.
2. Het college heeft op 15 november 2024, op verzoek van de zorgaanbieder, bepaald dat Avellana Zorg B.V. de begeleiding niet langer hoeft te leveren. Het college heeft vervolgens op 17 april 2025 bepaald dat de Stichting Levantogroep (Levanto) de begeleiding gaat geven.
6. In november 2025 heeft een huisbezoek plaatsgevonden waarbij de begeleiding door Levanto is geëvalueerd. Volgens het evaluatieverslag dat naar aanleiding van dit huisbezoek is opgemaakt, heeft verzoeker toen verklaard dat hij geen hulpvragen heeft. Dat begeleiding pas weer nodig is op het moment dat verzoeker een aanvraag kan indienen op grond van de Wet langdurige zorg. De voorzieningenrechter begrijpt uit de correspondentie per e-mail nadien, dat tijdens dit gesprek is gesproken over een wisseling van zorgaanbieder.
7. De gemachtigde van verzoeker heeft in een brief van 10 december 2025 de hulpvraag van verzoeker naar voren gebracht. Verzoeker heeft een zeer persoonlijke en existentiële euthanasiewens. De noodzaak tot begeleiding is er onverkort, want verzoeker kan dit niet alleen. Het gewenste resultaat is het waarborgen van een gestructureerde, veilige en humane levensfase, waarbij de regie over het levenseinde proces volledig wordt ondersteund totdat er een definitieve uitkomst is. Om te voorkomen dat in deze uiterst kwetsbare fase zorg wegvalt, is het van cruciaal belang dat de huidige zorg wordt voortgezet totdat de overdracht naar een andere zorgaanbieder is gerealiseerd.
8. Met een besluit van 22 december 2025 (bestreden besluit) heeft het college medegedeeld het verzoek van Levanto om de ambulante begeleiding te stoppen, te hebben geaccepteerd. De huidige indicatie ambulante begeleiding wordt stopgezet per 23 december 2025. Hieraan heeft het college ten grondslag gelegd dat Levanto de begeleiding niet langer kan doorzetten omdat de ondersteuningsaanvraag zodanig is veranderd dat zij hier niet (meer) in kunnen voorzien. Daarnaast hebben zich meerdere grensoverschrijdende incidenten voorgedaan, waardoor sprake is van een onherstelbaar verstoorde vertrouwens relatie. Hierdoor is de veiligheid van medewerkers van Levanto in het geding gekomen, hetgeen heeft geleid tot de onmiddellijke beëindiging van de begeleiding. Verder staat in dit besluit dat het college de gegevens van verzoeker heeft doorgegeven aan de zorgaanbieder Zorgen & Zo.
Het toetsingskader
9. In artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is bepaald dat indien tegen een besluit bij de bestuursrechter beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de bestuursrechter, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de bestuursrechter die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening kan treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
10. In artikel 2.3.5, derde lid, van de Wmo 2015 is bepaald dat het college een maatwerkvoorziening verstrekt ter compensatie van de beperkingen in de zelfredzaamheid of participatie. Deze maatwerkvoorziening levert een passende bijdrage aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid of participatie en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven.
Beoordeling van het verzoek
11. De voorzieningenrechter neemt het spoedeisende belang van verzoeker aan. Dit is ook niet betwist door het college. Vervolgens is de vraag of en zo ja, welke, voorziening moet worden getroffen. Bij deze beoordeling is van belang of het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft. Dat kan een reden zijn om het besluit van 22 december 2025 te schorsen.
12. Tussen partijen is niet in geschil dat verzoeker een begeleidingsbehoefte heeft op grond van de Wmo 2015 van 180 minuten per week. Uit wat is besproken ter zitting begrijpt de voorzieningenrechter dat niet in geschil is dat de begeleiding vooral erop gericht moet zijn om verzoeker te ondersteunen in het door hem gewenste euthanasietraject.
13. Verzoeker beoogt met het verzoek dat de begeleiding zo snel mogelijk weer wordt opgepakt door een van de zorgaanbieders. Het college heeft toegelicht dit ook belangrijk te vinden, maar afhankelijk te zijn van de zorgaanbieders. Zorgen & Co heeft aangegeven verzoeker niet te kunnen helpen. Het college heeft daarna twee andere zorgaanbieders benaderd, maar ook zij zien geen mogelijkheden om verzoeker te begeleiden. Eén andere zorgaanbieder is nu in beeld, maar over deze zorgaanbieder heeft de gemachtigde van verzoeker ter zitting uitgelegd dat hij twijfelt of dit een goede match is, vanwege het christelijke karakter van deze zorgaanbieder en dat dit mogelijk conflicteert met de euthanasiewens van verzoeker. Het college heeft aangegeven dat er nog twee andere gecontracteerde zorgaanbieders kunnen worden benaderd en ook dat een persoonsgebonden budget (pgb) mogelijk een optie is. De gemachtigde van verzoeker heeft verklaard dat een pgb geen optie is.
14. De voorzieningenrechter ziet dat het college diverse acties onderneemt en niet stil zit om voor verzoeker begeleiding te regelen. Tegen deze achtergrond vraagt de voorzieningenrechter zich af of het zinvol is een voorziening te treffen.
15. Maar aan de andere kant is het zo dat verzoeker op dit moment geen begeleiding heeft, terwijl eerder wel was besproken – zo begrijpt de voorzieningenrechter – dat de begeleiding door Levanto zou doorlopen, tijdens de zoektocht naar een andere begeleider. In het bestreden besluit heeft het college de begeleiding door Levanto echter per direct stopgezet om twee redenen. De eerste reden, de verandering van de ondersteuningsvraag, kan de voorzieningenrechter nog wel volgen op basis van de gedingstukken. Kijkend naar de doelen die in het toekenningsbesluit van 16 februari 2023 zijn opgenomen, dan wijken deze namelijk af van de doelen, zoals deze namens verzoeker zijn geformuleerd in de brief van 10 december 2025. Maar dat dit er ook toe zou moeten leiden dat Levanto de begeleiding niet meer kan geven, ook niet tijdelijk ter overbrugging, is voor de voorzieningenrechter niet duidelijk geworden. Voor de tweede reden, het voordoen van meerdere grensoverschrijdende incidenten, ontbreekt elke feitelijke onderbouwing. Er zijn namelijk geen stukken over het verloop van de begeleiding door Levanto, een beschrijving van de incidenten en waarom deze zo zwaarwegend waren, dat het college hierin aanleiding zag om de begeleiding door Levanto per direct te stoppen. De gemachtigde van het college kon dit desgevraagd niet nader toelichten ter zitting. Ook kon niet worden uitgelegd, waarom de vaste gedragslijn uit het Protocol Zorgweigering en eenzijdige zorgbeëindiging niet is gevolgd. Bij deze stand van zaken heeft de voorzieningenrechter grote twijfels of het bestreden besluit in bezwaar standhoudt.
16. In de regel bestaat aanleiding een voorlopige voorziening te treffen als er twijfel is over de rechtmatigheid van het besluit en aan de zijde van verzoeker een spoedeisend belang is. Zoals uit overweging 12 volgt, is de begeleidingsbehoefte van 180 minuten per week niet in geschil en is er een geldende indicatie. De voorzieningenrechter zal een voorziening treffen in lijn met wat het college op dit moment al probeert te regelen.

Conclusie en gevolgen

17. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe en treft de voorlopige voorziening dat het college binnen twee weken na verzending van deze uitspraak, een zorgaanbieder moet hebben gevonden (desnoods een niet-gecontracteerde zorgaanbieder) die in elk geval totdat op het bezwaar is beslist de geïndiceerde begeleiding kan bieden.
18. Mogelijk ten overvloede wijst de voorzieningenrechter partijen op het bepaalde in artikel 8:87 van Pro de Awb.
19. De voorzieningenrechter ziet aanleiding te bepalen dat het college het griffierecht moet vergoeden en dat verzoeker ook een vergoeding krijgt van zijn proceskosten. De gemachtigde heeft het verzoekschrift ingediend en aan de zitting deelgenomen. Elke proceshandeling heeft een waarde van € 934,-. De vergoeding bedraagt in totaal € 1.868,-.

Beslissing

De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek toe en treft de voorziening dat het college binnen twee weken na verzending van deze uitspraak, een zorgaanbieder moet hebben gevonden die de geïndiceerde begeleiding aan verzoeker kan bieden;
- bepaalt dat het college het griffierecht van € 54,- aan verzoeker moet vergoeden;
- veroordeelt verweerder tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten aan verzoeker.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K.P.M. Jacobs, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. C. Schrammen, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 16 februari 2026.
De griffier is buiten staat
de uitspraak mede te ondertekenen
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: 16 februari 2026.

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.