Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord,
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald,
Rechtbank Limburg
De zaak betreft een ontruimingsvordering van eiser tegen gedaagde, die na het overlijden van de huurder zonder recht of titel in de woning verblijft. De huurovereenkomst eindigde per 1 oktober 2025 van rechtswege na het overlijden van de huurder.
Gedaagde stelde dat zij samenwoonde met de overleden huurder, maar heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij hoofdverblijf had in de woning of een duurzame gemeenschappelijke huishouding voerde. Hierdoor is niet voldaan aan de voorwaarden voor voortzetting van de huurovereenkomst op grond van artikel 7:268 lid 2 BW Pro.
De kantonrechter oordeelt dat gedaagde zonder recht of titel in de woning verblijft en wijst de ontruiming toe met een termijn van veertien dagen. Tevens wordt gedaagde veroordeeld tot betaling van een gebruikersvergoeding van €565 per maand vanaf 1 oktober 2025 tot ontruiming en tot betaling van de proceskosten. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot ontruiming binnen veertien dagen en betaling van gebruikersvergoeding en proceskosten.