ECLI:NL:RBLIM:2026:1675
Rechtbank Limburg
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening sluiting woning op grond van Opiumwet
De burgemeester van de gemeente Echt-Susteren heeft op 26 januari 2026 besloten de woning van verzoeker 1 voor zes maanden te sluiten op grond van artikel 13b van de Opiumwet. Verzoekers maakten bezwaar tegen dit besluit en vroegen op 6 februari 2026 een voorlopige voorziening om de sluiting te schorsen.
De voorzieningenrechter beoordeelde of een ordemaatregel getroffen kon worden om het besluit te schorsen in afwachting van de uitspraak. Hierbij werd overwogen dat een ordemaatregel alleen in bijzondere gevallen wordt toegekend bij dreigend, ernstig en onherstelbaar nadeel.
Verzoekers stelden dat zij dakloos zouden worden en dat verzoeker 1 de financiële gevolgen niet kon dragen. De voorzieningenrechter stelde vast dat verzoeker 1 al bij zijn vriendin woont, verzoeker 2 in detentie zit en verzoeker 3 bij zijn moeder kan verblijven. Hierdoor is geen sprake van onherstelbaar nadeel. Ook was niet aannemelijk gemaakt dat verzoeker 1 in financiële nood zou komen.
Daarom concludeerde de voorzieningenrechter dat er geen spoedeisend belang is en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af. Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de sluiting van de woning wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.