ECLI:NL:RBLIM:2026:1784

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
4 maart 2026
Publicatiedatum
23 februari 2026
Zaaknummer
11938426 \ CV EXPL 25-4550
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Piëtte
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling pechhulpkosten wegens niet tijdig doorgegeven kentekenwijziging

ANWB verleende pechhulp aan een auto van gedaagde en bracht hiervoor een factuur van €211,75 in rekening die niet is betaald. Gedaagde betwist de vordering en stelt dat hij het gewijzigde kenteken tijdig heeft doorgegeven, waardoor de auto onder de dekking van het lidmaatschap zou vallen.

De kantonrechter merkt op dat de dagvaarding summier is en niet aan de stelplicht voldoet, maar gaat toch inhoudelijk in op het geschil. Uit de overgelegde e-mails blijkt niet dat gedaagde het gewijzigde kenteken voorafgaand aan de pechhulp heeft doorgegeven; de wijziging is pas op de avond van de pechhulpdatum doorgegeven en wordt pas na twee werkdagen actief.

Hierdoor wordt het verweer van gedaagde verworpen en wordt aangenomen dat er geen dekking was voor de verleende pechhulp. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de hoofdsom, wettelijke handelsrente en buitengerechtelijke incassokosten. Vanwege de summiere dagvaarding compenseert de kantonrechter de proceskosten zodat iedere partij haar eigen kosten draagt.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van pechhulpkosten en incassokosten wegens niet tijdig doorgegeven kentekenwijziging.

Uitspraak

RECHTBANKLIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer: 11938426 \ CV EXPL 25-4550
Vonnis van 4 maart 2026
in de zaak van
ANWB B.V., mede h.o.d.n. “ANWB VOOR DE ZAAK”,
te ’s-Gravenhage,
eisende partij,
hierna te noemen: ANWB,
gemachtigde: KVN Gerechtsdeurwaarders & Juristen,
tegen
[gedaagde], h.o.d.n. [bedrijf],
te [plaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord
- de conclusie van repliek
- de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
ANWB heeft hulp verleend aan een auto van [gedaagde].
2.2.
Bij factuur van 1 juni 2023 is daarvoor een bedrag van € 211,75 inclusief btw in rekening gebracht. Deze factuur is niet betaald.

3.Het geschil

3.1.
ANWB vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 251,75 (€ 211,75 aan hoofdsom en € 40,00 aan buitengerechtelijke incassokosten), vermeerderd met rente en kosten.
3.2.
[gedaagde] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van ANWB.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

Voorafgaand aan de beoordeling
4.1.
De kantonrechter merkt allereerst op dat de dagvaarding heel summier is opgesteld. ANWB stelt dat partijen een overeenkomst hebben gesloten met betrekking tot hulpverlening ongeregistreerd kenteken. Bij de dagvaarding is de factuur overgelegd, maar deze geeft niet meer duidelijkheid. ANWB heeft hiermee niet voldaan aan de stelplicht.
[gedaagde] heeft bij wijze van verweer een groot aantal producties overgelegd. In de aanbiedingsbrief wordt niet concreet verwezen naar die producties. Het is in beginsel niet aan de kantonrechter om, zonder concrete verwijzing, zelf in die producties op zoek te gaan naar de standpunten en eventuele bewijsmiddelen van een partij. Maar omdat de dagvaarding onvoldoende duidelijk is, is de kantonrechter toch op zoek gegaan in de producties om zo te achterhalen wat het geschil precies inhoudt.
De inhoudelijke beoordeling
4.2.
Uit met name de bij wege van conclusie van antwoord overgelegde stukken, in samenhang met de conclusie van repliek, volgt dat [gedaagde] een zakelijk lidmaatschap heeft bij ANWB. Op 29 mei 2023 heeft [gedaagde] kennelijk de hulp ingeroepen van ANWB. De kosten daarvan heeft ANWB bij [gedaagde] in rekening gebracht omdat het kenteken op het moment van de pechmelding niet in dekking was. [gedaagde] betwist dit en voert aan dat hij de wijziging van het kenteken wel tijdig heeft doorgegeven. Hieruit begrijpt de kantonrechter dat er eerst een auto met een ander kenteken bij ANWB bekend was, en dat deze auto vervangen is door een auto met een ander kenteken.
4.3.
In deze zaak gaat het dus om de vraag of de auto van [gedaagde] met [kenteken] onder de dekking van het lidmaatschap viel. [gedaagde] stelt dat dit het geval is omdat hij de wijziging tijdig heeft doorgegeven. ANWB betwist dit en stelt dat de wijziging pas op 30 mei 2023, dus na de pechhulp is doorgevoerd.
4.4.
[gedaagde] voert een bevrijdend verweer. Dit houdt in dat hij ook voldoende feitelijk moet stellen en onderbouwen en eventueel moet bewijzen dat hij de wijziging tijdig heeft doorgegeven. [gedaagde] heeft een aantal e-mails overgelegd. Uit al deze e-mails kan niet worden vastgesteld dat [gedaagde] voorafgaand aan het inroepen van de pechhulp het gewijzigde kenteken heeft doorgegeven. Uit de e-mails blijkt dat een wijziging voor het eerst op 29 mei 2023 in de avond is doorgegeven en dat wijziging pas na 2 werkdagen actief is. Dat [gedaagde] al eerder een wijziging heeft doorgeven is door hem niet aangetoond. Dit houdt in dat aan het verweer van [gedaagde] voorbij wordt gegaan en dat er in rechte vanuit wordt gegaan dat er geen dekking was voor de verleende pechhulp. [gedaagde] zal de daarvoor in rekening gebrachte kosten moeten betalen. De gevorderde hoofdsom van € 211,75 wordt daarom toegewezen. Dit geldt ook voor de daarover gevorderde wettelijke handelsrente vanaf 29 juni 2023.
4.5.
ANWB vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Omdat er sprake is van een handelsovereenkomst die op of na 16 maart 2013 is gesloten, waarbij de betalingstermijn is verstreken, zal een bedrag van € 40,00 aan buitengerechtelijke kosten worden toegewezen.
4.6.
Hoewel ANWB in het gelijk is gesteld, ziet de kantonrechter in het feit dat ANWB niet aan de stelplicht heeft voldaan aanleiding om de proceskosten te compenseren in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan ANWB te betalen een bedrag van € 211,75, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 29 juni 2026, tot de dag van volledige betaling,
5.2.
veroordeelt [gedaagde] om aan ANWB te betalen een bedrag van € 40,00 aan buitengerechtelijke kosten,
5.3.
compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
5.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.5.
ontzegt het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. Piëtte en in het openbaar uitgesproken op 4 maart 2026.