Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBLIM:2026:1792

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
23 februari 2026
Publicatiedatum
23 februari 2026
Zaaknummer
03.063761.23
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36b SrArt. 36c Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens ontbreken wetenschap van aanwezigheid hard- en softdrugs in zeecontainer

Op 3 maart 2023 werd in een zeecontainer op het adres van de verdachte in Overloon een aanzienlijke hoeveelheid hard- en softdrugs aangetroffen. De verdachte ontkende kennis te hebben van de drugs en verklaarde de container uitsluitend te gebruiken voor opslag van gereedschap. Medeverdachte had eveneens een sleutel van de container.

De officier van justitie en de verdediging stelden dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs was dat de verdachte wetenschap had van de drugs. De rechtbank oordeelde dat het alternatieve scenario van de verdachte, dat de drugs mogelijk kort voor de vondst door een ander waren geplaatst, niet onaannemelijk was.

Daarom kon niet worden vastgesteld dat de verdachte de drugs in zijn machtssfeer had en hiervan op de hoogte was. De verdachte werd vrijgesproken van de tenlastegelegde feiten. Wel werden de in beslag genomen verdovende middelen onttrokken aan het verkeer vanwege hun aard en het belang van de wet.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van wetenschap en beschikkingsmacht over hard- en softdrugs.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Roermond
Strafrecht
Parketnummer : 03.063761.23
Tegenspraak (gemachtigde raadsman)
Vonnis van de meervoudige kamer van 23 februari 2026
in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2000,
wonende te [adres 1] .
De verdachte wordt bijgestaan door mr. M.F.M. Geeratz, advocaat kantoorhoudende te Venlo.

1.Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 9 februari 2026. De verdachte is niet verschenen. Wel is verschenen zijn gemachtigde raadsman. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.
Deze zaak is gelijktijdig, doch niet gevoegd, behandeld met de strafzaken tegen medeverdachte [medeverdachte 1] met het parketnummer 03.063761.23 en medeverdachte [medeverdachte 2] met het parketnummer 03.062140.23.

2.De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte op 3 maart 2023 te Overloon samen met (een) ander(en) opzettelijk aanwezig heeft gehad:
Feit 1:ongeveer 465,43 gram MDMA;
Feit 2:36,50 gram hennep en 767,29 gram hasjiesj.

3.De beoordeling van het bewijs

3.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot vrijspraak van beide tenlastegelegde feiten. De verdachte heeft verklaard dat hij niet van de aanwezigheid van de verdovende middelen afwist en dat hij de zeecontainer louter gebruikte als opslagplaats voor onder meer zijn gereedschap. Het is onvoldoende om te stellen dat omdat het zijn container is, dat daarom alle spullen die erin liggen van de verdachte zijn. Er is al met al niet genoeg wettig en overtuigend bewijs om tot een bewezenverklaring te komen.
3.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsman bepleit vrijspraak voor beide feiten wegens het ontbreken van voldoende wettig en overtuigend bewijs dat de verdachte wetenschap had van de aanwezigheid van de verdovende middelen. Daartoe heeft de raadsman aangevoerd dat de verdachte elke betrokkenheid bij de verdovende middelen ontkent, hij de zeecontainer alleen gebruikt voor de opslag van zijn gereedschap en er geen DNA van hem is aangetroffen op de verdovende middelen. Verder had medeverdachte [naam] een eigen sleutel van de zeecontainer, waardoor de verdachte geen zicht had op de spullen die [naam] hierin had opgeslagen. Bovendien kan op basis van het dossier niet worden vastgesteld wanneer de verdovende middelen hier terecht zijn gekomen. Wellicht heeft medeverdachte [naam] deze verboden goederen er die ochtend pas neergelegd toen hij in de container is geweest. De verbalisanten hebben in ieder geval geen melding gemaakt van de ambtshalve bekende geur van hennep in de container, wat erop zou kunnen duiden dat de verdovende middelen er pas een korte tijd lagen.
3.3
Het oordeel van de rechtbank
Niet ter discussie staat dat op 3 maart 2023 op de [adres 2] te Overloon, waar de verdachte woonachtig is, in een zeecontainer in de tuin ongeveer 465 gram harddrugs en 800 gram softdrugs is aangetroffen. De vraag waar de rechtbank zich voor gesteld ziet is of de verdachte wetenschap had van de aanwezigheid van die verdovende middelen en hij deze al dan niet samen met (een) ander(en) in zijn machtssfeer had.
De verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij niet wist dat er hard- en softdrugs in de zeecontainer bij hem in de tuin lag. Hij heeft wel een sleutel van de zeecontainer, maar hij gebruikt deze alleen voor de opslag van zijn gereedschap. Verder is gebleken dat medeverdachte [naam] ook een eigen sleutel van de zeecontainer heeft. De verdachte heeft hiervoor als verklaring gegeven dat [naam] de zeecontainer ook gebruikte om spullen in op te slaan, maar dat hij niet aan de spullen van hem kwam en [naam] niet aan zijn spullen. Dit alternatieve scenario van de verdachte is op grond van het dossier niet onaannemelijk gebleken, waardoor de rechtbank het niet als hoogst onwaarschijnlijk terzijde kan schuiven.
Aldus kan niet worden uitgesloten dat de verdovende middelen daar door iemand anders - en mogelijk zeer recent - zijn neergelegd. De verdediging heeft terecht gesteld dat de mogelijkheid bestaat dat medeverdachte [naam] de verdovende middelen er pas die ochtend heeft neergelegd.
De rechtbank is daarom, met de officier van justitie en de verdediging, van oordeel dat het dossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bevat om buiten gerede twijfel te kunnen vaststellen dat de verdachte niet alleen de beschikkingsmacht had over de aangetroffen verdovende middelen in de container bij hem in de tuin, maar ook wetenschap hiervan had. Uit de enkele omstandigheid dat de verdachte de sleutel van de zeecontainer had, kan immers niet worden afgeleid dat hij wetenschap had van de hard- en softdrugs die daar in een tas op het bureau en een krat onder het bureau lagen. De verdachte zal dan ook worden vrijgesproken van het samen met anderen opzettelijk aanwezig hebben van hard- en softdrugs.

4.Het beslag

De officier van justitie heeft gevorderd dat de in beslag genomen goederen worden onttrokken aan het verkeer. De raadsman heeft zich ten aanzien van het beslag gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
De rechtbank komt tot het oordeel dat de hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerpen zullen worden onttrokken aan het verkeer, aangezien deze voorwerpen (in hun gezamenlijkheid) van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang.

5.De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 36b en 36c Wetboek van Strafrecht van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

6.De beslissing

De rechtbank:
Vrijspraak
- spreekt de verdachte vrij van de tenlastegelegde feiten;
Beslag
  • onttrekt aan het verkeer de volgende in beslag genomen voorwerpen:
  • 1 STK Tas (Omschrijving: PL2300-2023033636-G1587275, diverse blokken hasj, wit, merk: Action);
  • 1 STK Zak (Omschrijving: PL2300-2023033636-G1587573, Bruto gewogen, 0,95 kg aangetroffen in krat onder werkbank, zwart);
  • 1 STK Zak (Omschrijving: PL2300-2023033636-G1587574, Bigshopper, bruto gewogen 0,4 kg, aangetroffen in krat onder, geel);
  • 1 STK Fust (Omschrijving: PL2300-2023033636-G1587575, diversen, 0,55 kg);
  • 1 STK Fust (Omschrijving: PL2300-2023033636-G1591200, Ziplock zak met pillen 1591202);
  • 1 STK Fust (Omschrijving: PL2300-2023033636-G1591204);
  • 1 STK Fust (Omschrijving: PL2300-2023033636-G1591206);
  • 1 STK Verdovende Middelen (Omschrijving: PL2300-2023033636-G1591202);
  • 1 STK Verdovende Middelen (Omschrijving: PL2300-2023033636-G1591205);
  • 1 STK Verdovende Middelen (Omschrijving: PL2300-2023033636-G1591208);
  • 8 STK Verdovende Middelen (Omschrijving: PL2300-2023033636-G1591195 767,29 gr);
  • 1 STK Fust (Omschrijving: PL2300-2023033636-G1591215, zak met wit poeder/brokken 1591216);
  • 1 STK Verdovende Middelen (Omschrijving: PL2300-2023033636-G1591216, Wit poeder/ brokken uit sealbag 1591215, wit, merk: poeder);
  • 1 STK Fust (Omschrijving: PL2300-2023033636-G1591225, sealbag met witte kristallen 1591226);
  • 1 STK Fust (Omschrijving: PL2300-2023033636-G1591228, Sealbag met vermoedelijk verdomi 1591229);
  • 1 STK Fust (Omschrijving: PL2300-2023033636-G1591231, Sealbag met gripzakjes witte kristallen 1591232);
  • 1 STK Verdovende Middelen (Omschrijving: PL2300-2023033636-G1591226, witte kristallen uit sealbag 1591225);
  • 1 STK Verdovende Middelen (Omschrijving: PL2300-2023033636-G1591229, Mogelijk verdomi uit sealbag 1591228);
  • 1 STK Verdovende Middelen (Omschrijving: PL2300-2023033636-G1591232, Witte kristallen uit sealbag 1591231);
  • 1 STK Verdovende Middelen (Omschrijving: PL2300-2023033636-G1591965, Indicatief hennep 36,5 gr);
  • 6 STK Verdovende Middelen (Omschrijving: PL2300-2023033636-G1592658, bruto gewicht 3,4 gram indicatief getest op cocaine, wit);
  • 1 STK Verdovende Middelen (Omschrijving: PL2300-2023033636-G1592663, Indicatief getest ketamine 36,5 gr bruto 7 gripzakjes);
  • 97 STK Verdovende Middelen (Omschrijving: PL2300-2023033636-G1592677, Indicatief xtc, paars);
  • 11 STK Verdovende Middelen (Omschrijving: PL2300-2023033636-G1592680, netto 14,3 gram 2 MMC verdeeld over 11 gripzakjes);
29 FLS Fles (Omschrijving: PL2300-2023033636-G1592688).
Dit vonnis is gewezen door mr. G.H. Hermanides, voorzitter, mr. S.A.M.C. van de Winkel en mr. M. Landsman, rechters, in tegenwoordigheid van mr. F.M.A. Curfs, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 23 februari 2026.
Buiten staat
Mr. M. Landsman is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.