ECLI:NL:RBLIM:2026:1816

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
4 maart 2026
Publicatiedatum
23 februari 2026
Zaaknummer
11974363 \ CV EXPL 25-4997
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Piëtte
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vorderingen tot ontbinding en nakoming bij gemengde koop-/aanneemovereenkomst glaslevering

Eiser bestelde in mei 2021 glas bij gedaagden en betaalde €11.700 inclusief btw, maar het glas is niet geleverd. Eiser vordert primair ontbinding van de overeenkomst met terugbetaling, subsidiair nakoming en meer subsidiair een verklaring voor recht dat het prijswijzigingsbeding onduidelijk is.

De rechtbank stelt vast dat er geen perfecte overeenkomst tot stand is gekomen omdat de definitieve glasmaten niet waren vastgesteld. Hierdoor kon gedaagden niet nakomen, wat niet aan haar kan worden toegerekend. Daarom is er geen grond voor ontbinding of terugbetaling.

Ook de subsidiaire vordering tot nakoming wordt afgewezen omdat de definitieve maten nog niet zijn doorgegeven. De meer subsidiaire vordering wordt verworpen omdat partijen stilzwijgend een prijsherziening hebben overeengekomen, die mede gebaseerd is op de keuze van duurder glas door eiser.

De buitengerechtelijke kosten worden niet toegewezen en eiser wordt in het ongelijk gesteld. De proceskosten worden niet begroot wegens afwezigheid van gedaagden op de zitting.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van eiser tot ontbinding, nakoming en verklaring voor recht af wegens ontbreken van een perfecte overeenkomst en geldige prijsherziening.

Uitspraak

RECHTBANKLIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer: 11974363 \ CV EXPL 25-4997
Vonnis van 4 maart 2026
in de zaak van
[eiser],
te [plaats 1] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: mr. T.A.F.M. Mortier, ARAG SE Rechtsbijstand,
tegen

1.de vennootschap onder firma [gedaagde 1] ,

te [plaats 2] ,
2.
[gedaagde 2],
te [plaats 2] ,
3.
[gedaagde 3],
te [plaats 2] ,
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: [gedaagden] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord
- de conclusie van repliek
- de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
[eiser] heeft bij [gedaagden] glas besteld in mei 2021. Daarvoor heeft hij € 11.7000,00 inclusief btw betaald.
2.2.
Het glas is nog niet geleverd.

3.Het geschil

3.1.
[eiser] vordert - samengevat - :
Primair:
  • Ontbinding van de overeenkomst;
  • veroordeling van [gedaagden] tot terugbetaling van een bedrag van € 11.700,00, te vermeerderen met de wettelijke rente;
  • [gedaagden] te bevelen medewerking te verlenen aan de ongedaanmakingsverbintenis op straffe van een dwangsom;
Subsidiair:
  • [gedaagden] te veroordelen tot nakoming van de verplichtingen uit de overeenkomst door het glaswerk te leveren, op straffe van een dwangsom;
  • te bepalen dat bij niet nakoming de overeenkomst per die datum is ontbonden met de daaruit voortvloeiende ongedaanmakingsverbintenissen;
Meer subsidiair:
- Een verklaring voor recht dat het prijswijzigingsbeding onduidelijk en onbegrijpelijk is en buiten toepassing moet worden gelaten;
Voorts:
- Veroordeling van [gedaagden] in de proceskosten.
3.2.
[gedaagden] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [eiser] .
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
De kantonrechter is van oordeel dat de vorderingen van [eiser] moeten worden afgewezen. Dit zal hierna worden uitgelegd.
De primaire vordering
4.2.
[eiser] vordert in de eerste plaats ontbinding van de koopovereenkomst omdat er niet geleverd is. Uit het dossier kan het volgende worden afgeleid: [gedaagden] stuurt op 10 mei 2021 een offerte aan [eiser] . [1] Deze offerte vermeldt een prijs van € 7.900,00 exclusief btw. Volgens de offerte is deze prijs geldig tot en met 31 mei 2021 waarna een algehele prijsherziening van ten minste 6,65% zal worden toegepast. De offerte noemt verder aantallen en afmetingen en er werd ook aangegeven dat afwijkende maten en aantallen tot een andere prijs zullen leiden. Op 15 juni 2021 stuurt [gedaagden] per e-mail een aanvulling waarbij zij aangeeft dat er een toeslag geldt in verband met het Sun – vierseizoenenglas en dat dit leidt tot een koopprijs van € 9.395,00 exclusief btw. Deze prijs is geldig tot en met 31 december 2021. Voor de rest wordt verwezen naar de eerdere offerte van 10 mei 2021.
4.3.
De vraag die gesteld kan worden is of er met die offerte en het accepteren een perfecte overeenkomst tot stand is gekomen. De kantonrechter is van oordeel dat dit niet het geval is. Daarbij wijst de kantonrechter op de e-mail van 25 juni 2021. [2] In deze e-mail schrijft [gedaagden] dat de glasmaten zijn ontvangen, maar dat een elektronisch dossier pas kan worden opgemaakt als alle glasmaten definitief zijn. [3] Ook wordt in die e-mail de volgende vraag gesteld: “Wanneer zijn alle maten bekend, zodat de order dan ook in productie kan gaan?” [4] In de reactie daarop [5] vermeldt [eiser] dat op de definitieve maten nog teruggekomen moet worden. Dit houdt in dat op 25 juni 2021 nog geen definitieve perfecte overeenkomst tot stand was gekomen.
4.4.
Uit de daarop volgende correspondentie komt daarin geen verandering. Zo schrijft [eiser] op 13 juli 2021 [6] dat op de definitieve maten nog teruggekomen wordt.
Op 31 augustus 2021 stelt [gedaagden] per e-mail [7] een tussenoplossing voor in het geval dat de definitieve glasmaten van de schuifpui nog op zich laten wachten. Uit de stukken leidt de kantonrechter af dat voor deze tussenoplossing is gekozen. Zo blijkt uit het bestelformulier en de vermeldingen daarop dat de posten 1 tot en met 5 definitief zijn en de posten 6, 7 en 8 nog niet. [8] Maar ook dit blijkt toch niet het geval te zijn, want [eiser] geeft in zijn e-mail van 3 september 2021 [9] aan dat de glasmaten van de posten 1 tot en met 5 geenszins vastliggen. Ook geeft [eiser] aan dat wellicht aanpassing van de overige kozijnen noodzakelijk zal zijn.
4.5.
Het voorgaande leidt tot geen andere conclusie dat er nooit een perfecte overeenkomst tot stand is gekomen. De definitieve maten stonden nog steeds niet vast, althans hiervan is in deze procedure niet gebleken. Dit houdt in dat [gedaagden] haar verplichting tot levering feitelijk niet heeft kunnen nakomen. Dit kan niet aan haar toegerekend worden. Omdat er geen sprake is van een tekortkoming aan de kant van [gedaagden] , althans dit is door [eiser] niet aangetoond, is er ook geen grond voor ontbinding van de overeenkomst. Logischerwijs strandt dan ook de vordering tot ongedaanmaking en tot de veroordeling van [gedaagden] tot terugbetaling van het al betaalde bedrag aan [eiser] en het verlenen van medewerking.
4.6.
Omdat de primaire vordering wordt afgewezen, wordt toegekomen aan de beoordeling van de subsidiaire vordering
De subsidiaire vordering
4.7.
[eiser] vordert subsidiair nakoming door [gedaagden] van de verplichtingen uit de overeenkomst en voor het geval [gedaagden] dit niet nakomt te bepalen dat de overeenkomst ontbonden is. De kantonrechter wijst ook deze vordering af. Hier geldt immers hetzelfde als bij de beoordeling van de gevorderde ontbinding van de overeenkomst. [gedaagden] kan nog niet nakomen omdat [eiser] de definitieve maten van het glas nog niet heeft doorgegeven.
De meer subsidiaire vordering
4.8.
[eiser] vordert een verklaring voor recht dat het ingeroepen prijswijzigingsbeding onduidelijk en onbegrijpelijk is en daarom buiten toepassing moet worden gelaten. Ter onderbouwing stelt [eiser] dat partijen een vaste prijs van € 9.395,00 overeengekomen zijn. Ondanks deze vaste prijs heeft [gedaagden] voor hetzelfde glas de prijs verhoogd naar € 10.019,00. Aan de wettelijke voorwaarden voor een eenzijdig wijzigingsbeding is volgens [eiser] niet voldaan.
4.9.
[gedaagden] voert aan dat [eiser] de doorgevoerde prijswijziging zonder enig voorbehoud heeft betaald. [eiser] was er bovendien van op de hoogte dat de vastgestelde prijs tot een bepaalde datum gold.
4.10.
De kantonrechter overweegt op dit punt als volgt. In de basisofferte zijn partijen een prijs van € 7.900,00 overeengekomen. Deze prijs gold tot maximaal 31 mei 2021 en daarna zou een prijsherziening van minimaal 6,65% doorgevoerd worden. Daarna bevestigt [gedaagden] per e-mail op 15 juni 2021 dat er een prijswijziging is doorgevoerd in verband met de keuze van het sun- vierseizoenenglas. De prijs is hierbij vastgesteld op € 9.395,00 exclusief btw, dus € 11.367,95 inclusief btw. Dit was een vaste prijs die gold tot en met 31 december 2021. [eiser] heeft hiertegen niet geprotesteerd. Integendeel, hij heeft diverse betalingen verricht. [10] Bij de betalingen van 30 september 2021 vermeldt [eiser] bij de omschrijving dat het om een restbetaling gaat na aanbetaling op een totaalbedrag van € 11.367,95. Dit kan niet anders geduid worden dat ook [eiser] is uitgegaan van de herziene prijs. Zoals [gedaagden] terecht opmerkt is er betaald zonder dat enig voorbehoud is gemaakt.
4.11.
De conclusie luidt dan ook dat partijen al dan niet stilzwijgend een prijsherziening zijn overeengekomen die overigens (mede) gestoeld is op de keuze van [eiser] voor duurder glas.
De buitengerechtelijke kosten
4.12.
Omdat alle vorderingen van [eiser] worden afgewezen is er ook geen grond voor toewijzing van buitengerechtelijke incassokosten.
De proceskosten
4.13.
[eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom reis- en verletkosten van [gedaagden] betalen. Omdat [gedaagden] niet op een zitting is verschenen, worden deze kosten begroot op nihil. Een veroordeling is daarom niet aan de orde.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
wijst de vorderingen van [eiser] af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Piëtte en in het openbaar uitgesproken op 4 maart 2026.

Voetnoten

1.Bijlage 18 bij conclusie van antwoord
2.B31 bij conclusie van antwoord
3.B32 bij conclusie van antwoord
4.B33 bij conclusie van antwoord
5.B34 bij conclusie van antwoord
6.B37 bij conclusie van antwoord
7.B38 bij conclusie van antwoord
8.B40 en B41 bij conclusie van antwoord
9.B42 bij conclusie van antwoord
10.Productie 5 bij dagvaarding