Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
's-Hertogenbosch.
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
Feit 3:een (illegaal omgebouwd) alarmpistool en een of meer kogelpatronen voorhanden heeft gehad.
3.De beoordeling van het bewijs
(feit 1 primair), reeds vanwege het feit dat uit de camerabeelden blijkt dat de verdachte niet in de richting van [slachtoffer 2] heeft geschoten.
hierna: de verdachte). Ik zie dat de verdachte omstreeks 21:14:16 uur aanbelt bij het pand. lk zie dat omstreeks 21:14:27 uur een persoon uit het pand aan de [adres 2] komt en op de verdachte afloopt. Hij is geïdentificeerd als: [slachtoffer 1] (
hierna: [slachtoffer 1]). Ik zie dat de verdachte met zijn rechterhand een zwart voorwerp pakt. Ik zie dat hij dit voorwerp richt in de richting van [slachtoffer 1] . Gezien de kleur, vorm en manier waarop de verdachte dit voorwerp vasthoudt, is dit wapen vermoedelijk een vuurwapen. Ik zie dat [slachtoffer 1] naar de verdachte blijft toelopen. Ik zie dat de verdachte achteruit blijft lopen, in de richting van de straat, met het vuurwapen gericht naar [slachtoffer 1] . lk zie dat, tussen het aanbellen en het naar buiten komen van [slachtoffer 1] , een derde persoon uit de bus stapt vanuit de bijrijderszijde. Hij is geïdentificeerd als: [slachtoffer 2] (
hierna: [slachtoffer 2] ).Ik zie dat [slachtoffer 2] naar de achterzijde loopt. lk zie dat op het moment dat de verdachte en [slachtoffer 1] op straat komen, [slachtoffer 2] vanuit de achterzijde van de bus in zicht komt van de camera. Ik zie dat [slachtoffer 2] naar [slachtoffer 1] toestapt en met zijn rechterhand slaat richting het hoofd van [slachtoffer 1] . Ik zie dat dit om 21:14:37 uur is. Ik zie dat [slachtoffer 1] achteruit springt. Ik zie dat de verdachte nabij staat, met het vuurwapen nog steeds gericht richting [slachtoffer 1] . Ik zie dat de verdachte naar [slachtoffer 1] toestapt. Ik zie dat [slachtoffer 2] tussen beiden in staat en een stap naar achteren zet. Ik zie dat op het moment dat [slachtoffer 2] een stap naar achteren zet, een lichtflits en mondingsvuur te zien is bij het vuurwapen van de verdachte. Het vuurwapen was hierbij gericht richting [slachtoffer 1] . Ik zie dat dit omstreeks 21:14:39 uur is.
rechtbankheeft tijdens de zitting van 10 februari 2026 de bovengenoemde beelden bekeken en daarop aanvullend het volgende
waargenomen:
Als vervolgens [slachtoffer 2] [slachtoffer 1] slaat, slaat [slachtoffer 1] terug. Vervolgens maakt [slachtoffer 1] twee stappen naar achteren. Op datzelfde moment zet [slachtoffer 2] een stap naar achteren en zet de verdachte met het wapen in de hand drie stappen naar voren in de richting van [slachtoffer 1] en met het wapen nog steeds gericht in de richting van [slachtoffer 1] , terwijl [slachtoffer 1] zich op korte afstand van verdachte bevindt en in beweging is. De verdachte schiet daarop tijdens het zetten van de derde stap met gestrekte arm in de richting van [slachtoffer 1] . Het mondingsvuur van dat schot wijst naar voren.
aangifteen
aanvullende aangifte– zakelijk weergegeven – onder meer als volgt:
de rechtbank begrijpt: [verdachte] ),ja, dat is hem.
verdachteverklaarde tijdens de zitting van 10 februari 2026 – zakelijk weergegeven – onder meer als volgt:
10 februari 2026.
op 29 mei 2025 te Bocholtz (in de gemeente Simpelveld) [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, door die [slachtoffer 1] een vuurwapen te tonen en voor te houden en op die [slachtoffer 1] te richten en gericht te houden en (vervolgens) met dat vuurwapen te schieten;
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
In tegendeel, [slachtoffer 1] houdt de hand met de krik tijdens het lopen deels omlaag. [slachtoffer 1] wijst daarbij tevens op de camera’s die aan zijn woning hangen. De verdachte en [slachtoffer 1] komen uit op de straat waarbij de verdachte op enige afstand - circa twee meter - van [slachtoffer 1] staat en [slachtoffer 1] nog steeds geen slaande bewegingen met de krik maakt. Vervolgens komt [slachtoffer 2] , die al uit het busje was gestapt voordat [slachtoffer 1] de voordeur had geopend, vanachter het busje vandaan en [slachtoffer 2] loopt op [slachtoffer 1] af en slaat [slachtoffer 1] . In reactie hierop slaat [slachtoffer 1] [slachtoffer 2] met de krik. Op het moment dat [slachtoffer 1] naar achter terugdeinst, zet de verdachte drie stappen naar voren in de richting van [slachtoffer 1] met het vuurwapen op [slachtoffer 1] gericht. Tijdens de derde stap schiet [naam 2] vanuit de voordeur en onmiddellijk daarna - in diezelfde seconde en eveneens tijdens die derde stap - schiet de verdachte. Hoewel niet duidelijk is wanneer het vuurwapen doorgeladen werd, stelt de rechtbank wel vast dat het vuurwapen al was doorgeladen op het moment dat [naam 2] schoot.
De rechtbank hecht geen geloof aan de verklaring van de verdachte dat hij het vuurwapen pas heeft doorgeladen nadat hij een schot hoorde en [slachtoffer 2] zag vallen, nu deze verklaring zijn weerlegging vindt in de beelden.
Vervolgens rijst de vraag of op dat moment sprake is geweest van een daartoe onmiddellijk dreigend gevaar. De rechtbank is van oordeel dat daarvan geen sprake is geweest, nu [slachtoffer 1] geen slaande beweging in de richting van de verdachte heeft gemaakt, maar de hand met daarin de krik grotendeels omlaag houdt tijdens het lopen. Voor zover al sprake zou zijn geweest van een dreigend gevaar, faalt het beroep op noodweer, omdat niet is voldaan aan de proportionaliteitseis en het juist de verdachte is geweest die de situatie heeft opgezocht door met een vuurwapen op een laat tijdstip bij [slachtoffer 1] thuis langs te gaan om het motorhesje op te eisen. In dat geval faalt het beroep op noodweerexces eveneens, omdat een hevige gemoedsbeweging in het geheel niet aannemelijk is geworden.
6.De straf
7.De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
Verder onderzoek naar het voorgaande levert een onevenredige belasting van het strafgeding op. De rechtbank zal de benadeelde partij daarom niet-ontvankelijk verklaren in de vordering. De benadeelde partij kan de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.
8.Het beslag
- een vuurwapen (G1809471);
- een kogelpatroon (G1809472);
- een kogelpatroon (G1809473).
- een telefoon (G1809783);
- sleutels (G1809789);
- een bon (van de Gamma) (G1809790).
9.De wettelijke voorschriften
10.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte voor de feiten 1 primair, 2 en 3 tot
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
Benadeelde partij
- verklaartde benadeelde partij
[slachtoffer 1]ten aanzien van feit 1 primair en feit 2
niet-ontvankelijkin de vordering tot schadevergoeding; - bepaalt dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, tot op heden begroot op
onttrekt aan het verkeerde volgende in beslag genomen voorwerpen:
- een vuurwapen (G1809471);
- een kogelpatroon (G1809472);
- een kogelpatroon (G1809473);
gelast de teruggavevan de volgende in beslag genomen voorwerpen aan de verdachte:
- een telefoon (G1809783);
- sleutels (G1809789);
- een bon (van de Gamma) (G1809790).
mr. L.M.W. Peters, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L. Mooijekind, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 24 februari 2026.
genoemde personen heeft geschoten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
hij op of omstreeks 29 mei 2025 te Bocholtz (in de gemeente Simpelveld), [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [slachtoffer 1] een vuurwapen te tonen en/of voor te houden en/of een vuurwapen op die [slachtoffer 1] te richten en/of gericht te houden en/of (vervolgens) met dat vuurwapen te schieten;