Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de weigering van het college om een omgevingsvergunning te verlenen voor het aanleggen van een verharding op haar perceel. De rechtbank beoordeelt dat het college de aanvraag onvoldoende heeft gemotiveerd en de door eiseres overgelegde stukken onvoldoende heeft betrokken bij de besluitvorming.
Het college heeft de aanvraag geweigerd op grond van het bestemmingsplan en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), maar heeft nagelaten de aanvraag als een verzoek om afwijking van het bestemmingsplan te behandelen zoals vereist volgens artikel 2.11, tweede lid, van de Wabo. Ook is het college tekortgeschoten in de motivering omtrent de impact op het straatbeeld, de waterbergingsfunctie en de ecologische quickscan.
De rechtbank stelt vast dat eiseres procesbelang heeft en dat het college ten onrechte het gebruik van de verharding als parkeerplaats heeft betrokken bij de beoordeling, terwijl dit niet was aangevraagd. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt het college op een nieuw besluit te nemen, waarbij de juiste wettelijke toetsingskaders worden toegepast. Tevens wordt het griffierecht aan eiseres vergoed en worden proceskosten aan haar toegekend.