9.2.Om te beoordelen of het college handhavend mocht optreden, moet er sprake zijn van een overtreding aan de zijde van de als overtreder aangemerkte persoon. Het handelen in strijd met (de voorwaarden van) een verleende vergunning is in strijd met artikel 5.5, eerste lid, onder b, van de Omgevingswet.
Is sprake van een overtreding?
Het sorteren en overslaan van goederen
10. Volgens het college is sprake van een overtreding van vergunningvoorwaarde d omdat tijdens diverse controles is gebleken dat het sorteren en overslaan van materialen en goederen in containers (nog steeds) buiten op het terrein in de open lucht en niet in de bestaande loods plaatsvindt. In het verweerschrift en ter zitting heeft het college nog aangevoerd dat de bedoeling van de verleende omgevingsvergunning is om de geluidsoverlast die door omwonenden wordt ervaren terug te dringen door het sorteren en overslaan inpandig in de bestaande loods te laten plaatsvinden. Uit vergunningvoorwaarde d volgt volgens het college glashelder dat sortering en overslag van goederen en materialen in containers in de bestaande hal moet plaatsvinden en het maakt daarbij niet uit welke omvang de ontvangende of stortende container heeft. Dat de bestaande loods feitelijk te klein zou zijn om voor de door verzoekster gebruikte vrachtwagen en containers aldaar sortering en overslag te laten plaatsvinden, acht het college niet onderbouwd. Zelfs als dat zo zou zijn, dan dient dit voor rekening en risico van verzoekster te komen en dient zij met een creatieve oplossing te komen zodat zij (alsnog) aan de vergunningvoorwaarde voldoet. Dat buitenopslag (achter de voorgevelrooilijn) is toegestaan, betekent niet dat overslag in de buiten opgestelde containers buiten mag plaatsvinden.
11. Volgens verzoekster vindt de overslag van de bedrijfswagens (waarin het materiaal wordt meegenomen naar de loods) en de sortering naar (3 m3) containerbakken plaats in de nieuwe loods, die verder weg van en dus gunstiger voor de omwonenden ligt. Op dat moment zijn de goederen in de containers gesorteerd. Vervolgens worden de containers met daarin de goederen overgeheveld naar grotere containers (van respectievelijk 18 m3 en 38 m3) die buiten staan, aan de westkant van het bedrijventerrein. Volgens verzoekster heeft verweerder zich pas recent op het standpunt gesteld dat ook de grotere containers bij het sorteerproces betrokken dienen te worden. Verzoekster bestrijdt dat vergunningvoorwaarde d ook betrekking heeft op de sortering of overslag naar de grotere containers en dat dit glashelder uit vergunningvoorschrift d volgt. De grotere containers kunnen gelet op hun afmetingen en de heftechnieken van de voertuigen immers onmogelijk in de bestaande (of nieuwe) loods worden geplaatst. Bovendien is de opslag van de grotere containers op het buitenterrein toegestaan, zoals ook volgt uit de verleende omgevingsvergunning.
12. De voorzieningenrechter is van oordeel dat, anders dan het college heeft betoogd in voorwaarde d, in onderlinge samenhang bezien met de omgevingsvergunning niet glashelder volgt dat al het sorteren en overslaan van goederen in de bestaande loods dient te geschieden. Zo staat op bladzijde 6 van de omgevingsvergunning vermeld: “
Op dit bedrijventerrein is de aan- en afvoer van spullen, de opslag in de loods en de overslag buiten de loods in containers passend binnen milieucategorie 3.1.” en op bladzijde 7 staat (onderaan) vermeld: “
Op het moment van de aanvraag gaat het echter niet om uitbreiding, maar om het inpandig plaatsen van een deel van het buitenterrein naar een dichte loods en om een functionele verschuiving van activiteiten, waarbij de sortering/overslag van materialen in containers in de bestaande loods kan plaatsvindt met als gevolg minder op- en overslag buiten en minder geluidsoverlast.” Op bladzijde 8 van de omgevingsvergunning staat “
2. De belangen van de directe buren worden niet onevenredig geschaad. Het plaatsen van de loods zorgt er juist voor dat de situatie er voor de omwonenden op vooruit gaat. Bepaalde activiteiten die voorheen in de buitenlucht plaatsvonden en naar binnen worden verplaatst, zorgden voor overlast. Dat is de aanleiding geweest om deze nieuwe loods te bouwen.”Gelet op het voorgaande is de voorzieningenrechter van oordeel dat vergunningvoorwaarde d, voor meerdere uitleg vatbaar is. De vergunningvoorwaarde spreekt van “sortering ofwel overslag”, terwijl dit verschillende handelingen zijn die feitelijk ook plaatsvinden in de (nieuwe) loods. Er vindt alleen beperkte overslag buiten plaats en dat mag gelet op wat in de omgevingsvergunning staat vermeld. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter kan daarom niet ‘klip en klaar’ worden vastgesteld dat de vergunningsvoorwaarde d is overtreden. Het voorgaande heeft tot gevolg dat het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft en de desbetreffende last in de beslissing op bezwaar aangepast moet worden. Dat betekent dat de voorzieningenrechter aanleiding ziet om het bestreden besluit ten aanzien van last 3, de last die is opgelegd in verband met het overtreden van vergunningvoorwaarde d, te schorsen.
Kringloopwinkel en webshop
13. De voorzieningenrechter stelt bij de beoordeling van de vraag of ten aanzien van de kringloopwinkel en webshop sprake is van een overtreding, voorop dat tussen partijen niet in geschil is dat ten tijde van het tot stand komen van het bestreden besluit sprake was van detailhandel op het perceel, omdat op dat moment nog activiteiten in de kringloopwinkel plaatsvonden. Tussen partijen is echter in geschil of sprake is van het overtreden van vergunningvoorschrift f, mede gelet op de definitie die (volgens de Beheersverordening) aan detailhandel verbonden moet worden.
14. Het college heeft zowel ten aanzien van de kringloopwinkel als de webshop een overtreding van vergunningvoorwaarde f van de omgevingsvergunning ten grondslag gelegd. Het college heeft het overtreden van vergunningvoorwaarde f verdeeld over twee lasten, te weten last 1 strekkende tot het staken van de webshop en last 2 strekkende tot het staken van de kringloopwinkel. Volgens het college doet het niet ter zake of detailhandel op grond van de Beheersverordening nu wel of niet is toegestaan. De detailhandel is immers voor het gehele terrein uitgesloten in vergunningvoorwaarde f behorende bij de omgevingsvergunning en dat is de grondslag voor de handhaving.
15. Verzoekster heeft ter zitting nader toegelicht dat weliswaar sprake is van een onherroepelijke omgevingsvergunning, maar dat de vergunningvoorwaarden niet deugen. Volgens verzoekster kloppen de vergunningvoorwaarden niet omdat verzoekster eerst op een andere locatie, de Lindenheuvel, een webwinkel exploiteerde en zij met instemming van de gemeente naar haar huidige locatie is verhuisd. Bovendien handhaaft het college op grond van een omgevingsvergunning voor het oprichten en gebruiken van een nieuwe loods in strijd met de Beheersverordening. De omgevingsvergunning en de bijbehorende vergunningvoorwaarden kunnen dus alleen betrekking hebben op activiteiten betreffende de nieuwe loods en niet op activiteiten betreffende de bestaande loods. Volgens verzoekster kan daarom niet op grond van de vergunningvoorwaarden handhavend jegens haar worden opgetreden.
16. Desgevraagd ter zitting heeft het college verklaard dat de vergunningvoorwaarden voor het gehele terrein gelden en dat het een bewuste keuze is geweest om enkel op grond van de vergunningvoorwaarden tot handhavend optreden over te gaan en niet (ook) op grond van de Beheersverordening.
17. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter heeft het college onvoldoende gemotiveerd dat zij bevoegd is tot handhavend optreden op grond van de vergunningvoorwaarden behorende bij de omgevingsvergunning voor het oprichten voor de nieuwe loods voor de activiteiten bouwen en het gebruiken in strijd met de geldende Beheersverordening. Daarbij betrekt de voorzieningenrechter dat verzoekster ten aanzien van de webshop heeft toegelicht dat de webshop wordt uitgevoerd vanuit de bestaande loods, nu de nieuwe loods in gebruik is als overslagruimte. Het college heeft niet weersproken dat de webshop vanuit de bestaande loods wordt uitgevoerd. Wat betreft de kringloopwinkel betrekt de voorzieningenrechter daarbij dat niet duidelijk is geworden, noch uit hetgeen is toegelicht ter zitting, noch uit het rapport objectcontrole van 22 november 2025, of de kringloopwinkel ten tijde van het nemen van het bestreden besluit in de nieuwe loods of de bestaande loods werd ontplooid. Gelet op het voorgaande heeft het bezwaar naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter een redelijke kans van slagen. De voorzieningenrechter ziet daarom in het voorgaande aanleiding om ook voor zover het gaat om lasten 1 en 2 het bestreden besluit te schorsen.