Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
uitspraak van de voorzieningenrechter van 25 februari 2026 in de zaak tussen
Allbo Holding B.V., uit Einighausen, verzoekster
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Sittard-Geleen
Samenvatting
Procesverloop
.Verzoekster heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
Beoordeling door de voorzieningenrechter
Op dit bedrijventerrein is de aan- en afvoer van spullen, de opslag in de loods en de overslag buiten de loods in containers passend binnen milieucategorie 3.1.” en op bladzijde 7 staat (onderaan) vermeld: “
Op het moment van de aanvraag gaat het echter niet om uitbreiding, maar om het inpandig plaatsen van een deel van het buitenterrein naar een dichte loods en om een functionele verschuiving van activiteiten, waarbij de sortering/overslag van materialen in containers in de bestaande loods kan plaatsvindt met als gevolg minder op- en overslag buiten en minder geluidsoverlast.” Op bladzijde 8 van de omgevingsvergunning staat “
2. De belangen van de directe buren worden niet onevenredig geschaad. Het plaatsen van de loods zorgt er juist voor dat de situatie er voor de omwonenden op vooruit gaat. Bepaalde activiteiten die voorheen in de buitenlucht plaatsvonden en naar binnen worden verplaatst, zorgden voor overlast. Dat is de aanleiding geweest om deze nieuwe loods te bouwen.”Gelet op het voorgaande is de voorzieningenrechter van oordeel dat vergunningvoorwaarde d, voor meerdere uitleg vatbaar is. De vergunningvoorwaarde spreekt van “sortering ofwel overslag”, terwijl dit verschillende handelingen zijn die feitelijk ook plaatsvinden in de (nieuwe) loods. Er vindt alleen beperkte overslag buiten plaats en dat mag gelet op wat in de omgevingsvergunning staat vermeld. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter kan daarom niet ‘klip en klaar’ worden vastgesteld dat de vergunningsvoorwaarde d is overtreden. Het voorgaande heeft tot gevolg dat het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft en de desbetreffende last in de beslissing op bezwaar aangepast moet worden. Dat betekent dat de voorzieningenrechter aanleiding ziet om het bestreden besluit ten aanzien van last 3, de last die is opgelegd in verband met het overtreden van vergunningvoorwaarde d, te schorsen.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe;
- schorst het bestreden besluit tot op het bezwaar van verzoekster is beslist;
- veroordeelt het college in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 1.868,00;
- bepaalt dat het college het door verzoekster betaalde griffierecht van € 385,00 vergoedt.