Uitspraak
RECHTBANK Limburg
1.De procedure
1 t/m 5 alsmede de brief van 2 november 2015 van voormalig testamentair bewindvoerder
[naam 1].
- [verzoekende partij] , vergezeld door haar partner de heer [naam 2], bijgestaan door mr. Van Hees;
- [belanghebbende] .
2.De feiten
BESCHERMINGSBEWIND
Aanvang en duur bewind
Strekking bewindHet bewind is ingesteld in het belang van de onder bewind gestelde.
3.Het verzoek en het verweer
4.De beoordeling
9 januari 2007 en van kracht is geworden met het overlijden van erflaatster op [datum] 2009. Het betreft een testamentair bewind dat is ingesteld in het belang van [verzoekende partij] . [5]
TERUGVORDERINGSBRIEF – ONVERSCHULDIGDE BETALING
De benoeming van [belanghebbende] volgt uit een notariële akte van ‘overdracht bewindvoering’ van
23 maart 2016. [7] Wat op dit punt in de brief van 26 december 2025 staat is dus onwaar. De rechtbank kan niet uitsluiten dat [verzoekende partij] deze brief gestuurd heeft onder invloed van een derde. De bewindvoerder heeft immers onbetwist aangevoerd dat de discussie over de opheffing van het testamentair bewind pas ontstaan is nadat [verzoekende partij] en haar huidige partner een relatie kregen. Op grond van al het voorgaande is niet aannemelijk geworden dat [verzoekende partij] in staat is zelfstandig haar belangen te behartigen.