ECLI:NL:RBLIM:2026:2072

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
10 februari 2026
Publicatiedatum
3 maart 2026
Zaaknummer
C/03/348697/HA RK 26-5
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • Aalderink
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:206 BWArt. 4:208 BWArt. 73a Fw
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling aanvullend loon vereffenaar nalatenschap en opstellen nieuwe uitdelingslijst

De verzoeker is benoemd tot vereffenaar van een nalatenschap en heeft reeds loon ontvangen voor zijn werkzaamheden tot aan de uitdelingslijst. Na het ter inzage leggen van de uitdelingslijst heeft hij aanvullende werkzaamheden verricht, waaronder het voortzetten van het bedrijf, fiscale kwesties en overleg met erfgenamen.

De rechter-commissaris beoordeelt het verzoek tot aanvullend loon aan de hand van de Richtlijnen Vereffening nalatenschappen en de Recofa-richtlijnen, waarbij onder meer een specificatie van uren en een inhoudelijke onderbouwing vereist zijn. De verzoeker heeft uren gespecificeerd met bijbehorende uurtarieven en Recofa-factoren.

Een deel van de gedeclareerde uren wordt afgewezen wegens onvoldoende noodzaak of verband met de vereffening, waaronder uren voor een telefoongesprek en verzet tegen de uitdelingslijst, mede vanwege een door de vereffenaar zelf gemaakte verschrijving in de uitdelingslijst.

De rechter-commissaris stelt het aanvullend loon vast op € 8.279,46 exclusief btw, met 4% forfaitaire kosten, en beveelt de vereffenaar de uitdelingslijst in te trekken en een nieuwe, gecorrigeerde uitdelingslijst op te stellen en te publiceren zonder griffierecht. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Aanvullend loon van de vereffenaar wordt vastgesteld en de uitdelingslijst wordt ingetrokken en opnieuw opgesteld.

Uitspraak

RECHTBANK Limburg

Civiel recht
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer / rekestnummer: C/03/348697 / HA RK 26-5
Beschikking van 10 februari 2026
in de zaak van
mr. [verzoeker],
verbonden aan [B.V.] ,
kantoorhoudende te [adres] ,
hierna te noemen: de verzoeker,
inzake de nalatenschap van:
[persoon],
geboren te [plaats 1] op [datum 1] 1924, overleden op [datum 2] 2015,
laatstelijk wonende te [plaats 2] .

1.feiten

1.1.
De verzoeker is bij beschikking van 21 september 2017 van de rechtbank Limburg
benoemd tot vereffenaar van de hierboven genoemde nalatenschap.
Bij beschikking van 8 januari 2020 van de rechtbank Limburg is de rechter-commissaris
als zodanig benoemd. Het hof ‘s-Hertogenbosch heeft bij beschikking van 20 augustus
2020 laatstgemelde beschikking bekrachtigd.
1.2.
Bij beschikking d.d. 25 juli 2025 heeft de rechter-commissaris het loon van de vereffenaar inclusief forfaitaire kosten over de periode 21 september 2023 tot en met de afwikkeling vastgesteld op € 43.391,23 excl. btw (zijnde € 52.503,39 incl. btw). Daarbij heeft zij de in de beschikkingen d.d. 7 augustus 2019, d.d. 25 oktober 2020, 28 november 2023 vastgestelde voorschotten op het loon, als definitief vastgesteld.

2.procesverloop

2.1.
De verzoeker heeft op 14 januari 2026 een verzoekschrift met bijlagen ingediend. Gelet op de aard van het verzoek is afgezien van een behandeling op een zitting.

3.verzoek

3.1.
Het verzoek strekt ertoe dat de rechter-commissaris aanvullend op voornoemde beschikkingen en vaststelling nog loon vaststelt, waarop de verzoeker als vereffenaar recht heeft. De verzoeker verzoekt het loon over de periode
17 juni 2025 tot en 13 januari 2026vast te stellen op € 13.813,03 inclusief forfaitaire kosten (à 4%, zijnde € 439,07) en inclusief btw (over loon en forfaitaire kosten samen à € 2.397,30). Bij zijn verzoek heeft de verzoeker urenspecificaties en een chronologisch overzicht van de uitgevoerde werkzaamheden als bijlagen overgelegd.

4.beoordeling

4.1.
De rechter-commissaris overweegt het volgende:
Een door de rechtbank benoemde vereffenaar heeft recht op het loon dat door de
kantonrechter vóór het opmaken van de uitdelingslijst wordt vastgesteld op grond van
artikel 4:206 lid 3 Burgerlijk Pro Wetboek (BW). Is er een rechter-commissaris benoemd op
grond van artikel 4:208 lid 1 BW Pro, dan gaat de rechter-commissaris over het loon van de
vereffenaar op grond van artikel 4:208 lid 2 sub a BW Pro.
4.2.
Als uitgangspunt bij het vaststellen van het loon (en eventuele voorschotten daarop) gebruikt de rechtspraak de ‘Richtlijnen Vereffening nalatenschappen’ (opgesteld door de Expertgroep Erfrecht van het Landelijk Overleg Vakinhoud Civiel en Kanton (LOVCK)). In deze richtlijnen wordt voor de beloning van de vereffenaar aangesloten bij de beloning van de curator in faillissementszaken, waarvoor in de rechtspraak eveneens richtlijnen zijn ontwikkeld, de zogenoemde ‘Rechter-commissaris faillissementen en surseances van betaling-richtlijnen’ (hierna: Recofa-richtlijnen). De rechter-commissaris zal daarom beoordelen in hoeverre het verzoek voldoet aan de Richtlijnen Vereffening nalatenschappen en de Recofa-richtlijnen.
4.3.
De rechter-commissaris sluit voor de vereisten waaraan een verzoek tot toekenning van een beloning overeenkomstig de Recofa-richtlijnen moet voldoen aan bij de in die richtlijnen genoemde criteria en de jurisprudentie daarover. Enkele van deze criteria zijn:
- een inhoudelijke onderbouwing van het verzoek,
- een specificatie van de werkzaamheden van de vereffenaar (tijdregistratie),
- het te hanteren uurtarief (op basis van de door de Recofa geformuleerde factoren),
- een verslag van de vereffenaar dat, afgezien van de openbaarheid, voldoet aan de eisen die in een faillissement ingevolge artikel 73a Faillissementswet (Fw) aan een dergelijk verslag worden gesteld.
4.4.
De rechter-commissaris overweegt dat de verzoeker voldoende verantwoording heeft gegeven met de overgelegde stukken en de toelichting daarop. Het verzoek is gedaan met inachtneming van de hiervoor onder 4.2 vermelde richtlijnen. De verzoeker heeft de gewerkte uren als volgt gespecificeerd:
in de periode 17 juni 2025 tot en met 31 december 2025met een basis-uurtarief
van € 267,05 excl. btw:
19,3 uren door de verzoeker zelf (Recofa factor 1,6),
10,2 uren door medewerkster [medewerkster] (Recofa factor 0,6);
in de periode 1 januari 2026 tot en met 13 januari 2026met een basis-uurtarief
van € 275,33 excl. btw:
2,0 uren door de verzoeker zelf (Recofa factor 1,6),
1,3 uren door medewerkster [medewerkster] (Recofa factor 0,6);
Voor de uren van de afwikkeling heeft de vereffenaar geen vergoeding gevraagd omdat daarvoor in een eerdere beschikking reeds loon is toegekend.
4.5.
Het verzoek is gedaan nadat de uitdelingslijst ter inzage is gelegd en het salaris reeds is vastgesteld. Na deze vaststelling heeft de vereffenaar het bedrijf echter voortgezet, heeft hij bezwaar gemaakt tegen de schrapping van de onderneming uit de Kamer van Koophandel, fiscale kwesties behandeld en overleg gevoerd met de erfgenamen. De daarvoor gedeclareerde uren komen naar het oordeel van de rechter-commissaris voor vergoeding in aanmerking.
Daarentegen zijn op 22 september 2025 3,5 uren gedeclareerd door zowel de verzoeker zelf als voor medewerkster [medewerkster] voor een telefoongesprek met de griffier, jurisprudentie- en literatuuronderzoek, rekening en verantwoording en een brief aan de rechter-commissaris. De noodzaak hiervoor was naar het oordeel van de rechter-commissaris niet aanwezig. Het resultaat hiervan was naar het oordeel van de rechter-commissaris ook niet zodanig in het belang van de vereffening en de daarvoor te volgen procedure, dat, zonder nadere toelichting daarop, deze uren in alle redelijkheid voor rekening van deze nalatenschap dienen te komen. Dat geldt ook voor de uren van verzoeker die gepaard zijn gegaan met het verzet tegen de uitdelingslijst op 12 december 2025. Omdat er bij het opstellen van de uitdelingslijst sprake is van een door de verzoeker/vereffenaar zelf aangebrachte verschrijving (te weten “€ 113.344.50 totaal uit te delen aan [naam 1] ” in plaats van “€ 113.344.50 totaal uit te delen aan [naam 2] ”), zal de rechter-commissaris voor de gedeclareerde uren rondom het verzet 1,5 uur in mindering brengen.
4.6.
Een en ander leidt ertoe dat voor vergoeding in aanmerking komen:
in de periode 17 juni 2025 tot en met 31 december 2025met een basis-uurtarief van
€ 267,05 excl. btw:
14,3 uren (19,3 – (3,5+1,5=) 5) voor de verzoeker zelf (Recofa factor 1,6), voor een totaalbedrag van € 6.110,10 excl. btw,
6,7 uren (10,2 – 3,5) voor medewerkster [medewerkster] (Recofa factor 0,6) voor een totaalbedrag van € 1.073,54 excl. btw,
in de periode 1 januari 2026 tot en met 13 januari 2026met een basis-uurtarief van € 275,33 excl. btw:
2,0 uren door de verzoeker zelf (Recofa factor 1,6), voor een totaalbedrag van € 881,06 excl. btw,
1,3 uren door medewerkster [medewerkster] (Recofa factor 0,6) voor een totaalbedrag van € 214,76 excl. btw.
De uren voor nawerk zijn al in de beschikking van 25 juli 2025 toegekend.
4.7.
Omdat niet is gebleken van feiten en omstandigheden die zich tegen inwilliging van het verzoek verzetten, zal de rechter-commissaris het loon van de vereffenaar over de periode 17 juni 2025 tot en met 13 januari 2026 aanvullend vaststellen op een bedrag van
€ 8.279,46 excl. btw en de 4% forfaitaire kosten op € 331,18 excl. btw, zijnde een totaalbedrag van € 8.610,64 excl. btw en € 10.418,87 incl. btw.
4.8.
De rechter-commissaris zal daarbij bepalen dat dit bedrag ten laste van de boedel zal worden gebracht.
4.9.
Omdat deze nadere loonvaststelling van invloed is op het tussen de erfgenamen te verdelen bedrag, beveelt de rechter-commissaris de vereffenaar om de huidige reeds ter inzage gelegde uitdelingslijst in te trekken, met inachtneming van de onder 4.6 en 4.7 vermelde bedragen een nieuwe uitdelingslijst op te stellen, te publiceren, deze ter inzage te leggen en een afschrift daarvan aan de erfgenamen te verstrekken.
De rechter-commissaris zal bepalen dat hiervoor geen griffierecht verschuldigd is.
4.10.
De rechter-commissaris merkt op dat het dan vanuit praktisch oogpunt ook gewenst is dat de verzoeker/vereffenaar in de nieuwe uitdelingslijst de zinsnede “€ 113.344.50 totaal uit te delen aan [naam 1] ” wijzigt in “€ 113.344,50 totaal uit te delen aan [naam 2] ”, met dien verstande dat, gelet op de onderhavige beschikking, de hoogte van het aan [naam 2] uit te keren bedrag uiteraard wijzigt.

5.beslissing

De rechter-commissaris:
5.1.
stelt het loon inclusief forfaitaire kosten van de vereffenaar over de periode 17 juni 2025 tot en met 13 januari 2026 vast op een totaalbedrag van € 8.279,46 excl. btw,
zijnde € 10.418,87 incl. btw,
5.2.
bepaalt dat dit bedrag ten laste van de boedel zal worden gebracht,
5.3.
beveelt de vereffenaar tot het intrekken van de huidige uitdelingslijst, het opstellen van een nieuwe uitdelingslijst, publicatie en terinzagelegging daarvan en het verstrekken van een afschrift daarvan aan de erfgenamen,
5.4.
bepaalt dat daarvoor geen griffierecht is verschuldigd,
5.5.
verstaat dat de vereffenaar in de nieuwe uitdelingslijst de verschrijving
“€ 113.344.50 totaal uit te delen aan [naam 1] ” wijzigt in “€ 113.344,50 totaal uit te delen aan [naam 2] ”, met dien verstande dat, gelet op de onderhavige beschikking, de hoogte van het aan [naam 2] uit te keren bedrag wijzigt,
5.6.
wijst af het meer of anders verzochte, en
5.7.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. Aalderink, rechter-commissaris, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.