Uitspraak
RECHTBANK Limburg
1.[gedaagde partij 1] ,
2.
[gedaagde partij 2],
1.De procedure
- de verstekverlening tegen [gedaagde partij 1]
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald
Rechtbank Limburg
Eiseres heeft aan gedaagde partij 1, tijdens het huwelijk in gemeenschap van goederen met gedaagde partij 2, een lening van €62.500 verstrekt voor diens eenmanszaak. Na echtscheiding vordert eiseres betaling van de lening inclusief wettelijke rente en kosten.
Gedaagde partij 2 betwist aansprakelijkheid omdat hij de lening niet heeft goedgekeurd en meent dat toestemming vereist is volgens artikel 1:88 BW Pro. De rechtbank oordeelt dat dit artikel niet van toepassing is omdat het niet gaat om borgstelling of zekerheidstelling, maar om een lening voor de onderneming van één echtgenoot.
Op grond van artikel 1:94 BW Pro valt de lening in de gemeenschap van goederen, waardoor beide echtgenoten hoofdelijk aansprakelijk zijn. De rechtbank wijst de vordering toe tegen beide gedaagden, veroordeelt hen tot betaling van de hoofdsom, wettelijke rente vanaf dagvaarding, beslagkosten en proceskosten, met uitzondering van proceskosten tegen gedaagde partij 2 wegens rauwe dagvaarding.
Uitkomst: Beide echtgenoten worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van de lening van €62.500 met wettelijke rente en kosten.