ECLI:NL:RBLIM:2026:2165

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
11 maart 2026
Publicatiedatum
5 maart 2026
Zaaknummer
10603508 \ CV EXPL 23-3209
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Van Leeuwen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4 Verordening (EG) nr. 1215/2012Art. 18 lid 1 Verordening (EG) nr. 1215/2012Art. 6 lid 1 Rome I-verordening§ 286 BGB§ 288 BGB
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Consumentenkoop oldtimer met non-conformiteit onder Duits recht

De zaak betreft een koopovereenkomst tussen een Duitse consument en een Nederlandse verkoper over een oldtimer Alfa Romeo uit 1969. De consument kocht de auto voor €13.250, waarbij de verkoper de auto aanbood als rijklaar zonder verdere inspectie nodig te achten.

De kantonrechter stelde vast dat de overeenkomst onder Duits recht valt, omdat de verkoper zijn commerciële activiteiten op Duitsland richtte. Een deskundige onderzocht de staat van de auto aan de hand van foto’s en documenten en concludeerde dat de auto in klasse 4 (matig) verkeerde en een marktwaarde had van €7.500 ten tijde van levering.

De verkoper had de koper onjuist geïnformeerd door de auto als rijklaar aan te prijzen, terwijl er duidelijke gebreken waren aan de carrosserie en laklaag. De waarschuwingsplicht van de verkoper weegt zwaarder dan de onderzoeksplicht van de consument. De kantonrechter kende de koper een schadevergoeding toe van €5.750 plus wettelijke rente en vergoedde ook buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten aan de koper.

De vordering van de koper werd grotendeels toegewezen, terwijl het meer of anders gevorderde werd afgewezen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Verkoper wordt veroordeeld tot betaling van €5.750 schadevergoeding, incassokosten en proceskosten onder Duits recht.

Uitspraak

RECHTBANKLIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer: 10603508 \ CV EXPL 23-3209
Vonnis van 11 maart 2026
in de zaak van
[eiser],
te [plaats 1] (Duitsland),
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: mr. P.D. Bosma,
tegen
[gedaagde] H.O.D.N. [bedrijf 1], handelend onder de naam [bedrijf 1] ,
te [plaats 2] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.De verdere procedure

1.1.
Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 3 april 2024
- het tussenvonnis van 30 april 2025
- het deskundigenbericht van 24 november 2025
- de akte van [eiser] .
1.2.
Vervolgens heeft de kantonrechter opnieuw vonnis bepaald.

2.De verdere beoordeling

rechtsmacht en toepasselijk recht
2.1.
De kantonrechter stelt voorop dat nu [eiser] in Duitsland woont en [gedaagde] in Nederland, de rechtsverhouding tussen partijen een internationaal karakter heeft.
Op grond van artikel 4 en Pro artikel 18 lid 1 Verordening Pro (EG), nr. 1215/2012 (Brussel I-bis) kan [eiser] als eiser en consument zijn vordering instellen voor het gerecht van de woonplaats van gedaagde [gedaagde] . Gelet op de woonplaats van [gedaagde] in Nederland is de Nederlandse rechter bevoegd om van de zaak kennis te nemen. Relatief bevoegd is, gelet op de woonplaats van [gedaagde] te [plaats 2] , de kantonrechter te Roermond.
2.2.
[eiser] heeft in de dagvaarding betoogd dat op de tussen partijen gesloten koopovereenkomst Duits recht van toepassing is.
2.3.
Vast staat dat er sprake is van een consumentenovereenkomst en dat partijen geen rechtskeuze hebben gemaakt. Het op de overeenkomst toepasselijke recht moet daarom worden vastgesteld overeenkomstig artikel 6, lid 1, van de Rome I-verordening.
Daarin is bepaald dat de overeenkomst gesloten door een natuurlijke persoon voor een gebruik dat als niet bedrijfs- of beroepsmatig kan worden beschouwd (‘de consument’) met een andere persoon die handelt in de uitoefening van zijn bedrijf of beroep (‘de verkoper’), wordt beheerst door het recht van het land waar de consument zijn gewone verblijfplaats heeft, op voorwaarde dat:
a. a) de verkoper zijn commerciële of beroepsactiviteiten ontplooit in het land waar de consument zijn gewone verblijfplaats heeft, of
b) dergelijke activiteiten met ongeacht welke middelen richt op dat land of op verscheidene landen, met inbegrip van dat land,
en de overeenkomst onder die activiteiten valt.
2.4.
Als onweersproken staat vast dat [gedaagde] commerciële of beroepsactiviteiten op Duitsland richt (via de website mobilie.de) en dat de tussen partijen gesloten overeenkomst valt onder die activiteiten. Naar het oordeel van de kantonrechter is op de overeenkomst daarom Duits recht van toepasing.
inhoudelijk
2.5.
De kantonrechter verwijst naar de tussenvonnissen van respectievelijk 3 april 2024 en 30 april 2025 en volhardt bij de inhoud daarvan. Aangezien de bij tussenvonnis van
3 april 2024 benoemde deskundige had verzuimd een deskundigenrapport in te dienen, heeft de kantonrechter een andere deskundige aangezocht. In het tussenvonnis van 30 april 2025 heeft de kantonrechter de heer [deskundige] , verbonden aan [bedrijf 2] te [plaats 3] , tot deskundige benoemd. De deskundige is bevolen een onderzoek te verrichten ter beantwoording van de volgende vragen:
1. Gegeven de voor het aanduiden van de staat waarin oldtimers verkeren gangbare indeling in vijf klassen, en gezien:
- de diverse foto’s van de hier aan de orde zijnde oldtimer ten tijde van de levering (productie 5 zijdens [eiser] )
- het TUV-bericht d.d. 1 juli 2022 (productie 4 zijdens [eiser] )
- en de eventuele overige door [eiser] of [gedaagde] aan u verstrekte stukken betreffende de feitelijke staat van de oldtimer ten tijde van de levering,
welke klasse-aanduiding past naar uw oordeel bij deze oldtimer ten tijde van de levering?
2. Gezien de onder 1. genoemde foto’s en stukken: wat was naar uw beste inschatting de marktwaarde van de oldtimer ten tijde van de levering?
3. Zijn er nog andere punten die u naar voren wilt brengen waarvan de rechter volgens u kennis dient te nemen bij de verdere beoordeling?
2.6.
De kantonrechter overweegt dat het aan het rapport ten grondslag liggende onderzoek door de deskundige geheel inzichtelijk is gemaakt en heeft geresulteerd in een deugdelijk gemotiveerd rapport.
2.7.
Vast staat dat [eiser] op 24 juni 2022 van [gedaagde] een oldtimer heeft gekocht van het merk Alfa Romeo, type 1750, bouwjaar 1969, voor een koopsom van € 13.250,00.
In de advertentie die [gedaagde] op Ebay had geplaatst stond vermeld
‘Dieses Auto ist fahrbereit und bereit, davon zu geniessen, es muss nichts mehr getan werden. Nur Inspektion.’De auto werd dus gepresenteerd als ‘rijklaar’ waaraan niets meer gedaan hoefde te worden.
2.8.
Aangezien de auto niet meer voor inspectie beschikbaar was, heeft de deskundige zijn onderzoek verricht aan de hand van de stukken die aan hem ter beschikking zijn gesteld. De deskundige stelt vast dat de auto inderdaad rijklaar was, maar dat de staat van de carrosserie verre van perfect was. Op de foto’s zijn er tal van aanwijzingen die duiden op sporen van eerder herstel en afwijkende naden. Ook de blaasjes in de laklaag laten zien dat er onder de mooie laklaag ongerechtigheden aanwezig waren, aldus de deskundige.
De deskundige is van oordeel dat de auto ten tijde van de verkoop in klasse 4 (‘matig’) diende te worden ingedeeld. Volgens de deskundige was de auto ten tijde van de verkoop
€ 7.500,00 waard.
2.9.
[gedaagde] heeft niet op het deskundigenrapport gereageerd. [eiser] heeft dit wel gedaan.
2.10.
Naar het oordeel van de kantonrechter heeft [gedaagde] [eiser] verkeerd geïnformeerd door de auto aan te prijzen als ‘rijklaar’ waar niets meer aan gedaan hoefde te worden. De opmerkingen die de deskundige maakt ten aanzien van de laklaag, hadden voor [gedaagde] als verkoper aanleiding moeten zijn om zelf de auto te onderzoeken. Als hij besluit dit niet te doen, is dat voor zijn risico. De kantonrechter is het niet eens met de opmerking van de deskundige dat [eiser] zelf een onderzoek had moeten laten verrichten ten tijde van de koop. De waarschuwingsplicht van de verkoper als professional gaat in dit geval voor de onderzoeksplicht van [eiser] als consument.
De conclusie is dan ook dat de auto niet beantwoordde aan de overeenkomst nu de auto, mede gelet op de aard en de mededelingen die de verkoper over de zaak heeft gedaan, niet de eigenschappen bezat die de koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten.
2.11.
De kantonrechter ziet geen aanleiding te twijfelen aan de juistheid van het oordeel van de deskundige dat de auto ten tijde van het sluiten van de koopovereenkomst een waarde had van € 7.500,00. [eiser] vordert een vergoeding van de koopsom minus de werkelijke waarde op het moment van levering van de auto. Naar het oordeel van de kantonrechter is een bedrag van (€ 13.250,00 -/- € 7.500,00 =) € 5.750,00 toewijsbaar, te vermeerderen met de wettelijke rente ex § 286 BGB jo. § 288 BGB.
2.12.
[eiser] vordert daarnaast vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten.
De gemachtigde van [eiser] heeft diverse buitengerechtelijke incassowerkzaamheden verricht, waaronder inhoudelijke correspondentie met [gedaagde] en het doen uitvoeren van vertalingen van diverse stukken en correspondentie. De door [eiser] gevorderde kosten voor deze werkzaamheden komen op grond van § 280 BGB jo. § 286 BGB voor rekening van [gedaagde] . De incassokosten zijn toewijsbaar over de toegewezen hoofdsom van
€ 5.750,00 en bedragen conform de tarieventabel uit het Rechtsanwaltsvergütungsgesetz
€ 627,13 inclusief Mehrwertsteuer (MwSt).
2.13.
[gedaagde] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten, inclusief nakosten en de kosten van de deskundige betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
133,77
- griffierecht
244,00
- salaris gemachtigde
1.080,00
(3 punten × € 360,00)
- kosten van de deskundige
- nakosten
1.815,00 144,00
Totaal
3.416,77
2.14.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 5.750,00, te vermeerderen met de wettelijke rente ex § 286 BGB jo. § 288 BGB over het toegewezen bedrag, met ingang van 13 januari 2023 tot de dag van volledige betaling,
3.2.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag aan buitengerechtelijke kosten ten bedrage van € 627,13 (incl. MwSt),
3.3.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 3.416,77, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
3.4.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
3.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
3.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Van Leeuwen en in het openbaar uitgesproken op 11 maart 2026.