Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
in, op, aan of in de directe omgeving van het gehuurde milieugevaarlijke zaken te hebben, waaronder stankverspreidende, brandgevaarlijke of ontplofbare zaken.(…)”
Rechtbank Limburg
Weller verhuurt een woning aan [huurder], die volgens de huurovereenkomst en algemene bepalingen als een goed huurder moet handelen. De politie trof tijdens een controle zwaar vuurwerk (categorie F3) aan in de slaapkamers van de minderjarige kinderen van [huurder]. Dit vuurwerk is verboden voor consumenten en brengt een groot brand- en ontploffingsgevaar met zich mee, zeker in een dichtbevolkte woonwijk.
Weller vordert ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning wegens het niet naleven van de huurovereenkomst en het creëren van een gevaarlijke situatie. [huurder] betwist kennis van het vuurwerk en stelt dat haar oudste zoon dit zonder haar medeweten heeft verstopt. Ook vraagt zij om een langere ontruimingstermijn vanwege de betrokken hulpverlening en het ontbreken van vervangende woonruimte.
De kantonrechter oordeelt dat [huurder] op grond van artikel 7:219 BW Pro verantwoordelijk is voor het gedrag van haar minderjarige kinderen en tekort is geschoten in haar verplichtingen. De aanwezigheid van het vuurwerk vormt een ernstig gevaar en rechtvaardigt ontbinding van de huurovereenkomst. Het belang van Weller bij veiligheid en leefbaarheid weegt zwaarder dan het belang van [huurder] bij het behoud van de woning. De ontruiming wordt toegewezen met een termijn van één maand na betekening, rekening houdend met de minderjarige kinderen.
De overlast wordt niet meer beoordeeld omdat de ontbinding en ontruiming reeds op andere gronden worden toegewezen. [huurder] wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en ontruiming van de woning binnen één maand toegewezen wegens opslag van zwaar vuurwerk door minderjarige kinderen.