Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBLIM:2026:2172

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
5 maart 2026
Publicatiedatum
5 maart 2026
Zaaknummer
C/03/328509 / KG ZA 24-71
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
  • dr. Verhoeven
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:300 lid 2 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verplichting tot medewerking aan passeren akte opheffing splitsing appartementsrechten en verdeling nalatenschap

Partijen zijn erfgenamen van hun moeder en bezitten gezamenlijk een hoeve die was gesplitst in appartementsrechten. Na onenigheid binnen de Vereniging van Eigenaren is besloten de splitsing op te heffen en het perceel opnieuw te splitsen in twee kadastrale percelen, zodat partijen niet meer aan elkaar gebonden zijn.

Een notariële akte tot opheffing van de splitsing en verdeling is opgesteld en door partijen inhoudelijk goedgekeurd. Gedaagde weigert echter mee te werken aan het passeren van de akte, stellende dat eiser eerst grond moet verwijderen die volgens hem wateroverlast veroorzaakt.

De voorzieningenrechter oordeelt dat deze afspraak niet aannemelijk is gemaakt en dat de kortgedingprocedure zich niet leent voor bewijslevering hierover. Omdat partijen overeenstemming hebben over de akte, wordt gedaagde veroordeeld tot medewerking aan het passeren van de akte, met toepassing van artikel 3:300 lid 2 BW Pro bij weigering. De proceskosten worden gecompenseerd en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot medewerking aan het passeren van de notariële akte tot opheffing van de splitsing en verdeling van de nalatenschap.

Uitspraak

RECHTBANK Limburg

Civiel recht
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: C/03/328509 / KG ZA 24-71
Vonnis in kort geding van 5 maart 2026
in de zaak van
[eisende partij],
te [plaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: eiser,
advocaat: mr. J.J.M. Goumans,
tegen
[gedaagde partij],
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: gedaagde,
gemachtigde: ing. [gemachtigde] .

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding van 21 maart 2024 met producties;
  • de akte aanvulling eis van 30 april 2024;
  • de brief met producties 1 tot en met 4 van gedaagde van 25 april 2024;
  • het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in kort geding van 30 april 2024;
  • meerdere brieven met verzoek tot aanhouding van de zaak, die steeds zijn toegewezen;
  • het verzoek om voortzetting van het kort geding zijdens eiser van 11 december 2025;
  • het e-mailbericht zijdens gedaagde van 6 januari 2026;
  • het exploot van betekening aanzegging en oproeping met wijziging van eis van
6 februari 2026 met de akte wijziging van eis en producties 7 en 8 zijdens eiser;
  • het e-mailbericht van 26 februari 2026 van gedaagde met producties 1 tot en met 7;
  • de voortzetting van de mondelinge behandeling op 3 maart 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt;
  • ter zitting is zijdens eiser een taalkundig verbeterde versie van de akte wijziging van eis uitgereikt; de voorzieningenrechter zal het petitum zoals daarin geformuleerd tot uitgangspunt nemen.

2.De feiten

2.1.
Partijen zijn, ieder voor de helft, de erfgenamen van hun moeder (hierna: de erflaatster) die is overleden op [datum] 2005. Tot de nalatenschap behoort de hoeve, gelegen aan [adres] , die bij notariële akte van 3 juli 2000 in opdracht van erflaatster in appartementen was gesplitst. Bij vonnis van 29 april 2020 van deze rechtbank zijn aan zowel eiser als aan gedaagde een aantal van de appartementen toebedeeld.
2.2.
Het bleek niet mogelijk voor partijen om binnen de Vereniging van Eigenaren (VvE) constructief met elkaar samen te werken. Na de mondelinge behandeling op 30 april 2024 is door partijen, ter beëindiging van het geschil dat inzet was van dit kort geding, de mogelijkheid besproken om te komen tot een opheffing van de splitsing van de hoeve in appartementsrechten en om vervolgens het perceel [adres] te splitsen in twee afzonderlijke (nieuw genummerde) kadastrale percelen op dusdanige manier dat partijen niet door een VvE of anderszins aan elkaar gebonden en van elkaar afhankelijk zouden zijn.
2.3.
Nadat een dergelijke splitsing mogelijk bleek te zijn, is aan Team Notarissen te Maastricht opdracht gegeven om die splitsing te realiseren.
2.4.
Naar aanleiding van een e-mailbericht van de heer [gemachtigde] zijdens gedaagde, heeft de (kandidaat)notaris bij e-mailbericht van 3 december 2025 (20:59, productie 8 eiser) aan partijen het volgende bericht:
“(...) Bijgaand bericht ontving ik van de heer [gemachtigde] . De punten daarin staan los van de inhoud van de akte (daar zijn beide partijen immers ook akkoord mee). Ik verzoek partijen onderling te overleggen over die punten.
Ik verneem het graag van u zodra de akte ondertekend kan worden.(...)”
2.5.
Bij e-mailbericht van 4 december 2025 (15:52, productie 7 eiser, achter productie 6
gedaagde) heeft de (kandidaat)notaris aan partijen het volgende bericht:
“(...) In de agenda van de notaris is maandag a.s. gereserveerd om de akten te ondertekenen, zoals ook al eerder
met [gedaagde partij] resp. [eisende partij] gecommuniceerd.
De inhoud van de voorliggende akten is door de betreffende partijen akkoord bevonden (zie bijgaand voor uw gemak nogmaals de meest recente versie, met de daarbij behorende vergeleken versie zoals u deze allen van ons heeft ontvangen).
Wij hebben ook van de banken goedkeuring om de akten te passeren.
Notarieel gezien is er geen beletsel om de akten nu te ondertekenen. (...)
Mocht u aanvullend overeenstemming hebben bereikt omtrent de door de heer [gemachtigde] voorgestelde regeling (inhoudende een depotovereenkomst(, dan verneem ik dit graag
uiterlijk morgen vóór 12:00 uur.(...) Indien u geen overeenstemming bereikt over de door de heer [gemachtigde] voorgestelde regeling verneem ik eveneens graag
uiterlijk morgen vóór 12:00 uurof u maandag a.s. aanwezig zult zijn voor de ondertekening van de akte. (...)”
Bij dit e-mailbericht was bijgevoegd de conceptakte “Akte van opheffing splitsing in appartementsrechten, verdeling en vestiging erfdienstbaarheden”, waarover tussen partijen overeenstemming was.
2.6.
Bij e-mailbericht van 5 december 2025 (5:09 PM, achter productie 6 gedaagde) heeft de (kandidaat)notaris aan partijen het volgende laten weten:
“(...) Om misverstanden te voorkomen meld ik volledigheidshalve dat ik geen bericht heb waaruit
overeenstemming blijkt, of een bevestiging dat beide heren met hun echtgenotes de akten zullen ondertekenen
maandag a.s.
Die afspraak kan dan ook geen doorgang vinden. (...)”
2.6.
In een e-mail van 6 januari 2026 heeft de gemachtigde van gedaagde (ing. [gemachtigde] ) aan de advocaat van eiser het volgende bericht:
“Op dit moment is de resultante van dit alles dat de paddocks (…) grotendeels zijn verwijderd en er nog steeds geen aanstalten is gemaakt de gronddumping te verwijderen. Dit is werk voor 2 á 3 uurtjes (met een klein shoveltje). Dan zijn we eruit. (…)”
2.7.
Eiser heeft de aan hem conform de notariële conceptakte toe te delen percelen inmiddels verkocht. De kopers ervan hebben hun eigen woning in Breda verkocht en moesten die 31 december 2025 opleveren.

3.De geschil: de gewijzigde eis

3.1.
Eiser vordert na wijziging van eis dat de voorzieningenrechter bij vonnis, rechtdoende in kort geding, gedaagde veroordeelt om op eerste uitnodiging van de notaris voor deze te verschijnen en de “Akte van opheffing splitsing in appartementsrechten, verdeling en vestiging erfdienstbaarheden” van Team Notarissen te Maastricht met [kenmerk] , zoals overgelegd door eiser bij Akte tot wijziging van eis, te ondertekenen evenals de daarmee verband houdende en door gedaagde reeds goedgekeurde hypotheekakte en
primair te bepalen dat indien gedaagde aan deze veroordeling niet voldoet het te wijzen vonnis nadat veertien dagen na betekening van dat vonnis zijn verstreken aan de aktes zal worden gehecht en in de plaatst treedt van de handtekening van gedaagde en tezamen met de akte(s) zal worden ingeschreven in de openbare registers,
en
subsidiair indien de reële executie niet wordt toegestaan te bepalen dat indien hij aan het vonnis niet voldoet een dwangsom van € 100.000,00 verbeurt
en
zowel primair als subsidiair te bepalen dat het te wijzen vonnis uitvoerbaar bij voorraad is, met veroordeling van gedaagde in de kosten van deze procedure.
3.2.
Gedaagde voert verweer.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
De voorzieningenrechter gaat bij zijn beoordeling uit van de volgende vaststaande feiten.
4.1.1.
Partijen zijn overgegaan tot verdeling van de nalatenschap van erflaatster (mede) op basis van het vonnis van deze rechtbank van 29 april 2020 (productie 8 gedaagde).
4.1.2.
Ter uitvoering van voornoemd vonnis is uiteindelijk een “Akte van opheffing splitsing in appartementsrechten, verdeling en vestiging erfdienstbaarheden” opgesteld door Team Notarissen te Maastricht, waardoor een nieuwe kadastrale splitsing van de te verdelen hoeve en perceel tot stand komt.
4.1.3.
Partijen hebben ingestemd met de inhoud van de voornoemde notariële (concept)akte met betrekking tot de splitsing. De voorzieningenrechter verwijst hierbij naar rov 2.5.
4.2.
Gedaagde heeft als verweer aangevoerd dat met eiser is overeengekomen dat hij pas de notariële akte zou ondertekenen op het moment dat eiser een aantal werkzaamheden had verricht met betrekking tot de inrichting van de aan hem (eiser) toe te delen percelen. Ter zitting heeft gedaagde verklaard dat het in het onderhavige geschil enkel nog gaat om het verwijderen van door eiser op het perceel van eiser langs het pad over een lengte van 20 meter gestorte grond: gedaagde ondervindt hierdoor wateroverlast op zijn perceel.
4.3.
Eiser betwist dat is overeengekomen dat gedaagde pas zou ondertekenen nadat de betreffende grond door hem zou zijn verwijderd. Eiser betwist jegens gedaagde een verplichting te hebben om die grond te verwijderen.
4.4.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat uit de door gedaagde als productie 6 overgelegde e-mailberichten niet is af te leiden dat een dergelijke afspraak (tot het verwijderen van de grond over een lengte van 20 meter langs het pad) zou zijn gemaakt dan wel dat tussen partijen de afspraak is gemaakt dat gedaagde de akte pas hoefde te ondertekenen als eiser alle door gedaagde verlangde werkzaamheden (waaronder het verwijderen van de grond) zou hebben uitgevoerd. Uit de e-mailberichten is wél af te leiden dat gedaagde dit als
voorwaardestelt, maar is niet af te leiden dat eiser hiermee daadwerkelijk heeft
ingestemd. De voorzieningenrechter is van oordeel dat in het kader van hetgeen partijen over en weer hebben gesteld zonder bewijslevering - waartoe deze kortgedingprocedure zich niet leent - niet valt vast te stellen wie van partijen het gelijk aan haar zijde heeft, en dat daartoe een bodemprocedure noodzakelijk is. Nu daarmee voorshands niet aannemelijk is geworden dat tussen partijen een afspraak met betrekking tot het verwijderen van de grond is gemaakt als voorwaarde voor het ondertekenen van de notariële “Akte van opheffing splitsing in appartementsrechten, verdeling en vestiging erfdienstbaarheden”, terwijl niet in geschil is dat partijen overeenstemming hebben omtrent de inhoud van de akte, ligt het door eiser gevorderde in beginsel voor toewijzing gereed.
4.5.
In het kader van artikel 3:300 BW Pro is aan de rechter de bevoegdheid toegekend om handelend op te treden en een rechterlijke voorziening te treffen, waarbij aan de rechter een grote vrijheid is toegekend. Gelet daarop ziet de voorzieningenrechter aanleiding het door eiser gevorderde nader te specificeren en te herformuleren als hierna is vermeld.
4.6.
Gelet op de familierelatie tussen partijen zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5.De beslissing

De voorzieningenrechter
5.1.
veroordeelt gedaagde om op een door de notaris te bepalen dag en tijdstip, met een
in acht te nemen oproepingstermijn van minimaal een week, te verschijnen voor een notaris van Team Notarissen te Maastricht en om medewerking (het ondertekenen) te verlenen aan het passeren van de “Akte van opheffing splitsing in appartementsrechten, verdeling en vestiging erfdienstbaarheden” van Team Notarissen te Maastricht met [kenmerk] , zoals overgelegd door eiser bij Akte tot wijziging van eis, evenals de daarmee verband houdende en door gedaagde reeds goedgekeurde hypotheekakte, en met de bepaling dat bij gebreke van medewerking hieraan deze uitspraak in dat deel van de akte zal treden, zoals bedoeld in artikel 3:300 lid 2 van Pro het Burgerlijk Wetboek,
5.2.
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. dr. Verhoeven en in het openbaar uitgesproken op 5 maart 2026.