Uitspraak
RECHTBANK Limburg
1.De procedure
- de dagvaarding met producties 1 tot en met 3;
- de conclusie van antwoord met reconventionele vordering en producties 1 tot en met 5;
- de mondelinge behandeling van 5 maart 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
zo nu en dan” bij hem. [persoon 2] heeft eerder (van december 2021 tot en met mei 2023) ook een relatie gehad, die regelmatig bij hem verbleef en daar heeft [persoon 1] nooit een probleem van gemaakt. [persoon 2] begrijpt dan ook niet waarom zijn huidige relatie een spoedeisend belang met zich meebrengt.
- partijen al sinds 2007 samenwonen in de woning,
- partijen ook na het verbreken van hun relatie de woning nog (samen) hebben verbouwd,
- partijen na het verbreken van de feitelijke relatie in 2021 twee separate en zelfstandige
- [persoon 1] circa 5 jaar met de feitelijke toestand heeft ingestemd althans deze heeft gedoogd,
- in artikel 15 in Pro de samenlevingsovereenkomst is overeengekomen dat ieder der partijen aan de voorzieningenrechter kan verzoeken om gedurende een termijn van zes maanden in de woning te mogen blijven wonen na het verbreken van de relatie,