ECLI:NL:RBLIM:2026:2373

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
11 maart 2026
Publicatiedatum
12 maart 2026
Zaaknummer
03.088536.23, 03.172804.19 en 03.331260.21 (tul)
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 33 SrArt. 33a SrArt. 36b SrArt. 36c SrArt. 47 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling lidmaatschap criminele organisatie en drugshandel in Heerlen

De rechtbank Limburg heeft op 11 maart 2026 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van het aanwezig hebben van hard- en softdrugs op drie locaties en lidmaatschap van een criminele organisatie.

De rechtbank oordeelde dat de verdachte samen met anderen aanzienlijke hoeveelheden cocaïne, MDMA, hennep en hasj in bezit had, bestemd voor verkoop. Uit bewijsmateriaal, waaronder telefoongegevens, verklaringen en politieonderzoek, bleek dat verdachte de drijvende kracht was achter een georganiseerde drugslijn met een duidelijke structuur en duurzame samenwerking.

De rechtbank verwierp het verweer dat de vervolging voor lidmaatschap van de criminele organisatie niet ontvankelijk zou zijn vanwege ongelijke behandeling van medeverdachten. De strafbaarheid van de feiten werd bevestigd, waarbij sprake was van meerdaadse samenloop.

Gezien de ernst van de feiten, de rol van verdachte als leider, het misbruik van kwetsbare personen en de recidive, legde de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 15 maanden op, gematigd vanwege overschrijding van de redelijke termijn. Daarnaast werden inbeslaggenomen geld en telefoons verbeurd verklaard en verdovende middelen onttrokken aan het verkeer.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 15 maanden gevangenisstraf voor lidmaatschap van een criminele organisatie en drugshandel.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht
Strafrecht
Parketnummers : 03.088536.23, 03.172804.19 en 03.331260.21 (tul)
Tegenspraak (gemachtigde raadsvrouw)
Vonnis van de meervoudige strafkamer van 11 maart 2026
in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboortegegevens] 2000,
wonende te [adres 1] .
De verdachte wordt bijgestaan door mr. G.L.P. Biesmans, advocaat kantoorhoudende te Heerlen.

1.Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 25 februari 2026. De verdachte is niet verschenen. Wel is verschenen zijn gemachtigde raadsvrouw. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

2.De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:
feit 1:al dan niet samen met anderen op drie locaties harddrugs aanwezig heeft gehad;
feit 2:al dan niet samen met anderen op twee locaties softdrugs aanwezig heeft gehad;
feit 3:lid is geweest van een criminele organisatie.

3.De voorvragen: ontvankelijkheid van de officier van justitie

Standpunt verdediging
De raadsvrouw heeft aangevoerd dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vervolging voor feit 3, nu de vervolging van de verdachte ten aanzien van de criminele organisatie – gelet op het niet vervolgen van medeverdachte [medeverdachte 1] voor dit feit – in strijd is met de beginselen van een goede procesorde, meer in het bijzonder het gelijkheidsbeginsel.
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie heeft erop gewezen dat het aan het openbaar ministerie is om op grond van het opportuniteitsbeginsel te bepalen of een verdachte wordt vervolgd. De rol van [medeverdachte 1] is niet dezelfde als die van de verdachte. Uit het dossier blijkt immers niet dat zij als koerier heeft opgetreden of zelf verdovende middelen heeft verkocht. Haar rol is dus beduidend kleiner geweest. Gelet op deze omstandigheden was er geen sprake van gelijke gevallen ten opzichte van de medeverdachte(n). Behoudens de omstandigheid dat er geen sprake was van gelijke gevallen kan de verdachte aan het enkele feit dat [medeverdachte 1] niet is vervolgd voor lidmaatschap van een criminele organisatie niet het recht ontlenen dat hij evenmin had moeten worden vervolgd voor dit feit.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank stelt voorop dat in artikel 167, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) aan het openbaar ministerie de bevoegdheid is toegekend zelfstandig te beslissen of, naar aanleiding van een ingesteld opsporingsonderzoek, vervolging moet plaatsvinden. De beslissing van het openbaar ministerie om tot vervolging over te gaan, leent zich slechts in zeer beperkte mate voor een inhoudelijke, rechterlijke toetsing. Slechts in uitzonderlijke gevallen is plaats voor een niet-ontvankelijkverklaring van de officier van justitie in de vervolging.
De rechtbank is van oordeel dat het gelijkheidsbeginsel niet is geschonden, reeds omdat er geen sprake is van gelijke gevallen: de rol van [medeverdachte 1] is een wezenlijk andere geweest dan die van de verdachte. Uitzonderlijke gevallen die tot niet-ontvankelijkheid van de officier van justitie zouden moeten leiden, zijn overigens niet aangevoerd en de rechtbank ook niet gebleken. De officier van justitie is dus ontvankelijk in de vervolging voor alle feiten inclusief feit 3.

4.De beoordeling van het bewijs

4.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft vrijspraak gevorderd ten aanzien van de verdovende middelen genoemd bij feit 1 en 2 die niet zijn onderzocht door het NFI en waarvan derhalve niet kan worden vastgesteld dat zij de in de tenlastelegging genoemde stoffen betreffen. Voor het overige acht de officier van justitie de feiten 1 en 2 bewezen. Feit 3 acht de officier van justitie eveneens bewezen, met uitzondering van de stoffen blue 69 en red 69 en met uitzondering van [medeverdachte 2] als lid van de criminele organisatie: de stoffen blue 69 en red 69 staan niet op lijst I van de Opiumwet en [medeverdachte 2] heeft geen deel uitgemaakt van de criminele organisatie waartoe de verdachte in de visie van de officier van justitie behoorde.
4.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank ten aanzien van feit 1 en 2, met dien verstande dat ten aanzien van de verdovende middelen die niet door het NFI zijn onderzocht, vrijspraak dient te volgen. Bij deze feiten is sprake van eendaadse samenloop. Ten aanzien van feit 3 heeft de raadsvrouw bepleit dat [medeverdachte 3] geen rol van betekenis heeft gespeeld en zijn rol niet structureel van aard was, terwijl ook [naam 1] geen deel heeft uitgemaakt van een criminele organisatie. Het enkel verlenen van hand- en spandiensten is onvoldoende om te spreken van een gestructureerd samenwerkingsverband. [medeverdachte 2] had zijn eigen drugslijn en maakte ook geen deel uit van de vermeende criminele organisatie. Bij het ontbreken van andere personen met wie de verdachte een crimineel samenwerkingsverband zou kunnen hebben gevormd, kan dit feit niet worden bewezen.
4.3
Het oordeel van de rechtbank [1]
Bewijsmiddelen
Verbalisant [naam 2] heeft het volgende gerelateerd:
Naar aanleiding van diverse meldingen werd op 10 mei 2022 binnengetreden in de woning aan de [adres 2] in Heerlen. Nadat de woning was betreden, nam de ter plaatse aanwezige verbalisant [naam 3] telefonisch contact op met mij. Ik hoorde dat [naam 3] mij het volgende mededeelde: “Na het binnentreden troffen wij op het aanrecht een bol cocaïne aan. Ook lag er een beetje hasj op het aanrecht. De cocaïne en hasj lagen in het zicht. In de badkamer zagen wij twee big shopper tassen staan. Deze tassen waren aan de bovenzijde open en waren geheel gevuld met zakken vol hennep-toppen. Nadat wij de hennep in beslag namen, zagen wij tevens dat er diverse zakjes met harddrugs tussen de zakken henneptoppen lagen. Het betrof onder andere sealtjes cocaïne, XTC en vermoedelijk MDMA. In de woonkamer zagen wij op de woonkamertafel een zakje MDMA, een zakje hennep en een sealtje cocaïne.” [2] Op het adres [adres 2] in Heerlen is volgens GBA woonachtig: [medeverdachte 1] , geboren op [geboortedatum 1] 1997 te [geboorteplaats 1] . [3]
Naar aanleiding van deze bevindingen werd de doorzoeking geopend in het pand aan de [adres 2] in Heerlen. Daarbij werd het volgende aangetroffen:
partij 1: bol cocaïne op het aanrecht,
partij 2: hasj op het aanrecht,
partij 3: hennep in de fruitmand op het aanrecht,
partij 6: twee bigshoppers in de badkamer met de volgende deelpartijen:
partij 6.1: gevuld met 230 kleine gripzakjes hennep en twee grote gripzakken hennep,
partij 6.6: 304 gele zeshoekige XTC pillen,
partij 6.7: brok MDMA veiliggesteld in verband DNA onderzoek,
partij 6.9: gripzak gevuld met meerdere witte snowseals vermoedelijk gevuld met cocaïne en
partij 8: brok cocaïne in keukenkastje.
Het gewicht van de totale hoeveelheid hennep die door het onderzoeksteam werd aangetroffen betreft netto 1216 gram. Het gewicht van de totale hoeveelheid hasjisj die door het onderzoeksteam werd aangetroffen betreft netto 81 gram. [4] De hiervoor genoemde goederen werden in beslag genomen. 1216 gram netto henneptoppen, goednummer: 1507416, bestaande uit 230 kleine gripzakjes en twee grote gripzakken hennep, [5] 81 gram netto hasjisj, goednummer: 1507594, bestaande uit 22 gripzakjes hasj en 1 los brokje hasj, [6]
partij 1: 52 gram wit poeder/brok, goednummer: 1507615, [7] partij 6.6: 124,4 gram pillen, goednummer: 1507633, 304 stuks, [8] ​​​​partij 6.7: 31,7 gram, goednummer: 1507638, [9] partij 6.9: 16 gram, onbekend aantal snowseals gevuld met verdovende middelen, goednummer: 1507640, [10] partij 8: 36,1 gram, goednummer: 1507675 [11] .
Bij een door ons, verbalisanten [naam 4] en [naam 5] , gehouden MMC kleur-reactietest bleek dat de stof onder goednummer 1507416 positief reageerde op de aanwezigheid van hennep.
Bij een door ons gehouden MMC kleur-reactietest bleek dat deze stof onder goednummer 1507594 positief reageerde op de aanwezigheid van hashish.
De vermoedelijke verdovende middelen zijn bemonsterd en voorzien van een SIN:
Goednummer: 1507615, SIN: AAOT7714NL, 49,54 gram netto,
Goednummer: 1507633, SIN: AAOT7605NL, 121,73 gram netto,
Goednummer: 1507675, SIN: AAOT7606NL, 30,81 gram netto,
Goednummer: 1507638, SIN: AAOT7607NL, 30,4 gram,
Goednummer: 1507640, SIN: AAOT7608NL, AAOT7609NL, AAOT7610NL, 11,78 gram bruto. [12]
Uit de rapporten van het NFI blijkt het volgende:
AAOT7714NL: uit 49,54 gram, bevat cocaïne. [13]
AAOT7605NL: uit 121,73 gram: bevat MDMA. [14]
AAOT7606NL: uit 30,81 gram: bevat cocaïne. [15]
AAOT7607NL: uit 30,40 gram: bevat MDMA. [16]
AAOT7608NL: uit 11,78 gram, bevat cocaïne. [17]
AAOT7609NL: uit 11,78 gram: bevat cocaïne. [18]
AAOT7610NL: uit 11,78 gram: bevat cocaïne. [19]
[medeverdachte 1] is over deze feiten gehoord op 10 mei 2022 en heeft het volgende verklaard:
Ik verblijf al drie weken niet meer thuis vanwege de werkzaamheden aan de buitenkant van de flat. Er staat daar een steiger. Deze is op hoogte zodat ze in mijn kamer kunnen kijken. Ongeveer een week geleden is een vriend van mij in mijn woning ingetrokken. Dit is [medeverdachte 2] . [medeverdachte 2] vroeg aan mij of hij iets in de woning mocht zetten. Dat iets is geld. Later vroegen ze of ze er ook mochten stashen. Ik dacht dat men weed bedoelde. [medeverdachte 3] heeft bijnaam [bijnaam 1] . [naam 1] . [verdachte] , ik noem hem [bijnaam 2] . Ze noemen zich [bijnaam 3] . [20]
Tijdens haar verhoor op 11 mei 2022 heeft zij verklaard:
Hij vroeg of hij geld bij mij neer mocht leggen, dat vond ik prima. Daarna begon het met of ze mochten stashen. Ik kreeg € 50,- per week van [verdachte] . Ik kreeg van [medeverdachte 2] € 50,- voor alles, het verblijf en het stashen. [bijnaam 3] zijn [verdachte] , [medeverdachte 2] , [naam 1] en [medeverdachte 3] . Als ik wiet bestel, dan komt een van die vier. [21]
Door onderzoek binnen de politiesystemen en de verklaringen van [medeverdachte 1] kon ik, verbalisant [naam 10] , de onderstaande personalia vaststellen.
- [medeverdachte 3] , geboren [geboortedatum 2] 1995 te [geboorteplaats 1] ,
- [medeverdachte 2] , geboren [geboortedatum 3] te [geboorteplaats 2] ,
- [naam 1] , geboren [geboortedatum 4] 1990 te [geboorteplaats 1] ,
- [verdachte] , geboren [geboortedatum 5] 2000 te [geboorteplaats 1] . [22]
Op 16 juni 2022 werd ter aanhouding van [naam 1] binnengetreden in zijn woning aan de [adres 3] Hoensbroek. In de woning werd het volgende aangetroffen:
partij 1: 46 sealtjes, vermoedelijk cocaïne, aangetroffen op de woonkamertafel,
partij 2: 89 gripzakjes hennep, aangetroffen op en naast de woonkamertafel en
partij 3: 1 gripzakje, vermoedelijk MDMA, aangetroffen op tafel in slaapkamer. [23]
Partij 1, 2 en partij 3 werden in beslag genomen:
partij 1: 46 sealtjes, goednummer 1517851, [24] , partij 2: 233 gram hennep in 89 gripzakjes, goednummer 1517855 [25] en partij 3: 1 sealbag met kristalletjes, goednummer 1517858. [26] De vermoedelijke verdovende middelen zijn bemonsterd en voorzien van een SIN. Goednummer 1517851, SIN: AANK7308NL, AANK7307NL, AANK7306NL, AANK7305NL, bruto 31,90 gram. Goednummer 1517858, SIN: AANK7309NL, netto 2,46 gram. [27]
Uit de rapporten van het NFI blijkt het volgende:
AANK7309NL uit 2,46 gram: bevat MDMA [28] ,
AANK7308NL uit 31,90 gram: bevat cocaïne [29] ,
AANK7307NL uit 31,90 gram: bevat cocaïne [30] ,
AANK7306NL uit 31,90 gram: bevat cocaïne [31] en
AANK7305NL uit 31,90 gram: bevat cocaïne [32] .
Op 16 juni 2022 werd, ter aanhouding van [verdachte] en inbeslagneming, binnengetreden in zijn woning aan de [adres 1] in Heerlen. Hij werd op de eerste verdieping aangetroffen. De verdachte gaf toestemming tot het instellen van een doorzoeking naar de aanwezigheid van eventuele verdovende middelen op de slaapkamer. In een zwart heuptasje werd een autosleutel van vermoedelijk een Skoda aangetroffen. Ik, verbalisant [naam 11] , stelde een onderzoek in in de nabije omgeving om te kijken of er een auto reageerde op de aangetroffen sleutel in het zwarte heuptasje. Ik zag dat er op de [straatnaam] ter hoogte van huisnummer [huisnummer] in Heerlen een Skoda stond voorzien van het Nederlandse kenteken [kentekennummer] . Ik stopte de autosleutel in het sleutelgat aan de bestuurderszijde, draaide de auto-sleutel en kon de auto openmaken. In de auto werd het volgende aangetroffen: Partij 3, 4 en 5: door ons, [naam 11] en [naam 12] , werden drie diepvrieszakken aangetroffen in het dashboard-kastje van de Skoda Fabia. Er werd in totaal 40,5 gram netto hennep aangetroffen in de diepvrieszakken. Verpakt in 28 gripzakjes hennep: partij 3.1: vijf gripzakjes hennep, partij 4.1: 12 gripzakjes hennep, partij 5.1: 11 gripzakjes hennep. Partij 6: onder de bijrijdersstoel van de Skoda Fabia werd vermoedelijk harddrugs aangetroffen in een diepvrieszak. In de diepvrieszak zat: partij 6.3: 13 gripzakjes met vermoedelijk brokken speed.
In de Skoda Fabia, werd door mij, [naam 11] , een sleutelbos aangetroffen. Wij bevonden ons op de [adres 3] in Hoensbroek. De sleutels pasten zowel op de voordeur, achterdeur, deur van de stal en de sleutel van het slot van de voormalige schutting-deur, welke kapot in de tuin lag. [33]
De 40,5 gram hennep, goednummer: 1517897 [34] en partij 6.3, 13 gripzakjes met witte brokstukken, goednummer: 1517909 [35] werden in beslag genomen. De vermoedelijke verdovende middelen zijn bemonsterd. Goednummer 1517909, partij 6.3, bruto gewicht: 3,85 gram, 6,10 gram en 1,60 gram, indicatieve test: positief voor 3-MMC. [36]
[naam 1] is op 16 juni 2022 gehoord over deze feiten. Hij heeft hierover het volgende verklaard.
[verdachte] heeft mij erbij betrokken bij die dingen. En hij heeft die spullen bij die [medeverdachte 1] gehad.
Hij heeft toen daar drugs gehad daar. Heeft hij mijn sleutel gepakt daardoor heb ik geen huissleutel meer. De woning aan de [adres 2] in Heerlen is de woning van [medeverdachte 1] . Vanaf het moment dat [medeverdachte 1] werd opgepakt door die inval in haar woning, is [verdachte] direct met drugs naar mij toe gekomen om die bij mij neer te leggen. [bijnaam 3] is de lijn van [verdachte] . De drugs in mijn woning bewaarde ik in mijn huis voor hem. Ik moest inderdaad af en toe bestellingen rondrijden. [37]
Op 16 juni 2022 is verdachte [verdachte] aangehouden. De verdachte had twee telefoons tot zijn beschikking in zijn slaapkamer. Dit betrof een iPhone XR en een iPhone 7.
De iPhone XR is uitgelezen. Chatgesprekken tussen [verdachte] en contact ‘ [bijnaam 4] ’
8 februari 2022:
[verdachte] :
“En heb iemand gevonden waar ik alles kan leggen en die pakt alles in”.
27 mei 2022:
[verdachte] :
“Het ergste van alles is, ik heb nooit wat thuis”, “had ik heel toevallig 40 gr thuis gelegd omdat ik niet op de plek kon die dag waar ik alles had liggen en precies op dat moment gebeurd dat”, “had ff 40 gr ofz thuis gelegd zodat ik kon bijvullen midden op de dag”, “had pas een flatje ergens die betaalde k om in te pakken enz”, “luister ik ben 5minuten binnen gaf net de chauffeur een zak mee was die weg”, “paar min later”, “word er ineens sangekloot”, “politie politie”, “Ik in paniek [naam 13] at nou dan lag ram veel spul daar en dat durfde ik niet te pakken want die deur waar dat lag is naast de voor deur”, “Maar was op de bovenste verdieping van een flat maar er stond zo’n smal dun stijgertje nssst de flat”, Ben ik via achterom van t balkon na onder geklommen”, “Die inpakkers wisten me echte naam niet heb ik de lijn telefoon uitgezet en heb nieuwe lijn nr nu”, “14000 aan materiaal wat ze hebben gepakt”.
[bijnaam 4] :
“dat zijn klappen”.
[verdachte] :
“Ja maar s niet de hele 14000 van mij is ook van een vriend van mij die had heel toevallig net 2/3 dagen alles bij mij liggen omdat die ook stress had”, “kregen ze toch voor betaald hun risico wrm denkt ze anders dat ik t bij haar leg anders had k t wel thuis gelegd als T kon”, “Verkoop ong 50grsm wit in een week s ong 1600 winst en 2keer een halve kilo in 8/9 dagen per halve kilo ong €800 winst met onkosten eraf waaronder tank enz”, “Trouwens [bijnaam 4] , ik was mis t denken he s dat niks voor jou, heb eig een telefonist misschien nodig maar kan niet zomaar iedereen de tel geven”.
[bijnaam 4] :
“wat moet ik dan doen? Bestellingen aannemen?”
[verdachte] :
“ja en doorsturen”.
Chatgesprek [verdachte] en contact ‘ Zaak ’.
31 mei 2022: [verdachte] :
“Ik had dit nr gekregen van een vriend van mij maar ben op zoek na grotere aantallen pillen mdma kan je me daar bij helpen of ook crisis?”
1 juni 2022: Contact Zaak :
“Hvl zoek je.”
[verdachte] :
“Eerst 4000 pillen daarna waarschijnlijk 40000.” [38]
De iPhone 7 is uitgelezen.
Op 15 december 2021 om 14.43 uur is een bericht massaal gestuurd vanaf het account [e-mailadres] (zelfde account welke ingelogd staat in de telefoon welke inbeslaggenomen is van [verdachte] ) naar 311 contacten. De contacten betreffen voornamelijk contacten met alleen een straatnaam en huisnummer.
“Goedendag dames en heren!!!! We zijn weer actief op dit nummer!!! U kunt
ons berijken van 11:00 tot 23:00. We zullen ervoor zorgen dat u zo snel mogenlijk geholpen word. (binnen een half uur). Ook hebben wij weer lekkere soortjes in de aanbieding zoals new york diesel, sour mango, green crack en nog meer. Het verschilt per dag dus
u kan atijd even bellen. De kanonen ammi is er natuurlijk altijd. Ook hebben wij nu envelopjes van 25 euro en 20 euro. De is 9 strepen en een van de puurste die je op de straat kan vinden. Kwaliteit staat op 1 bij ons dat vinden wij belangrijk. Moor meer info bel gerust op!! Wij beloven een goede en snelle service! En zullen er altijd voor zorgen dat u tevreden bent! Discreet is voor ons ook belangrijk. Wij horen graag van u!! U kunt ons bellen,sms'en of whatsappen.”
In totaal staan er 323 foto's en/of video's op de telefoon.
Foto’s 16 januari 2022 11.32 uur: De foto heeft een datum van 16 januari 2022, 11.32 uur. Op de foto staat een telefoonnummer met als titel [bijnaam 3] . Op de foto is een prijslijst te zien en dat ze elke dag bereikbaar zijn van 11.00 uur tot 23.00 uur. Het telefoonnummer [telefoonnummer 1] is bekend bij de politie onder het telefoonnummer waarnaar gebeld en bericht kan worden om drugs te kopen.
Foto 20 januari 2022 12.56 uur: Op de foto is een screenshot van notitie van een iPhone toestel met als titel ' [bijnaam 5] '. Er staat drie bedragen bij: €765 Sannie, €465 ammi, €510 soort. [medeverdachte 3] heeft als bijnaam [bijnaam 5] , [bijnaam 6] , [bijnaam 1] etc. [39]
Als gevolg van de aanhouding van [naam 1] werd zijn mobiele telefoon in beslag genomen. Schermafbeeldingen. In dit album zitten 606 foto's.
Een screenshot, gemaakt met de mobiele telefoon van [naam 1] . Dit screenshot is gemaakt op 16 december 2021 om 19.54 uur. Te zien is de applicatie Telegram en daaronder een screenshot van een chatgesprek met een contactpersoon genaamd ' [bijnaam 7] '. In dit gesprek worden adressen doorgegeven met onder andere grammen, vermoedelijk verdovende middelen. Hierin lijkt contactpersoon ' [bijnaam 7] ' de opdrachtgever en de ontvanger, [naam 1] , diegene die de bezorging en verkoop doet.
Een screenshot, gemaakt met de mobiele telefoon van [naam 1] . Dit screenshot is gemaakt op 18 juni 2021 om 12.11 uur. Dit betreft een screenshot van een WhatsApp gesprek tussen een contactpersoon genaamd ' [bijnaam 8] ' en [naam 1] . Dit betreft dezelfde contactpersoon als van het WhatsApp gesprek hierboven genoemd. In dit gesprek wordt er door contact-persoon ' [bijnaam 8] ' gevraagd waarom [naam 1] niet rijdt.
Een screenshot, gemaakt met de mobiele telefoon van [naam 1] . Dit screenshot is gemaakt op 22 augustus 2021 om 14.13 uur. Dit betreft een screenshot van een WhatsApp gesprek tussen een contactpersoon genaamd ' [bijnaam 8] ' en [naam 1] . In dit gesprek wordt er onder andere gesproken over het knippen van de 'buitenplant', vermoedelijk een hennepplant. In de contactenlijst van de mobiele telefoon van de verdachte zie ik dat bij het contact ' [bijnaam 8] ' het volgende telefoonnummer behoort: [telefoonnummer 2] . In het politiesysteem Integrale Bevraging werd dit telefoonnummer op 16 augustus 2021 gekoppeld aan [medeverdachte 3] .
Een screenshot, gemaakt met de mobiele telefoon van [naam 1] . Dit screenshot is gemaakt op 12 maart 2022 om 11.07 uur. Dit betreft een screenshot van een WhatsApp gesprek tussen een contactpersoon genaamd ' [bijnaam 6] ' en [naam 1] . In de contactenlijst van de mobiele telefoon van de verdachte zie ik dat bij het contact ' [bijnaam 6] ' het volgende telefoonnummer behoort: [telefoonnummer 3] . De profielfoto op WhatsApp van contactpersoon ' [bijnaam 6] ' is een man met een minderjarig jongetje. In het politiesysteem Integrale Bevraging staat dat [medeverdachte 3]
een twee jarig zoontje heeft. Na onderzoek werd vastgesteld dat de man
op de foto [medeverdachte 3] betreft.
Naar alle waarschijnlijkheid betreft de persoon achter deze telefoonnummers [medeverdachte 3]
. Dit vermoeden is er omdat:
- een van de telefoonnummers in het politiesysteem gekoppeld is aan [medeverdachte 3]
,
- op de profielfoto van ' [bijnaam 6] ' wordt [medeverdachte 3] herkend,
- [medeverdachte 1] aan heeft gegeven dat de bijnaam van [medeverdachte 3] ' [bijnaam 1] ' is.
Op de rechterfoto werd door contactpersoon ‘ [bijnaam 9] ’ via WhatsApp een foto gestuurd naar [naam 1] . Op die foto is een minderjarig kind te zien met een man. Deze man wordt herkend als zijnde [medeverdachte 3] . Wederom een bevestiging dat [medeverdachte 3] de persoon is achter ' [bijnaam 9] '.
SMS berichten
Er is een conversatie met contactpersoon ‘ [bijnaam 10] ’. Deze conversatie begint op 9 december
2021 om 00.02 uur. Het laatste SMS bericht in die conversatie dateert van 10 mei
2022 om 11.46 uur. [naam 1] stuurt een bericht aan contact ‘ [bijnaam 10] ’ inhoudende:
“ [bijnaam 9] en ik rijden eve zelf dat uurtje ma hebbe packs nodig”. [40]
Bewijsoverweging
Feit 1 en 2
De rechtbank is op grond van deze bewijsmiddelen – die in samenhang met elkaar moeten worden gelezen - van oordeel dat de verdachte in de woning aan de [adres 2] samen met [medeverdachte 1] , in de woning aan de [adres 3] in Hoensbroek samen met [naam 1] en in de personenauto aan de [adres 1] verdovende middelen aanwezig heeft gehad. Dit laatste leidt de rechtbank af uit het feit dat de sleutel van deze auto aangetroffen werd in de woning van de verdachte. Al deze verdovende middelen waren bestemd voor de verkoop en werden ten behoeve van de drugslijn [bijnaam 3] op deze locaties bewaard.
De rechtbank zal bij de bewezenverklaring van de verdovende middelen in de woning aan de [adres 2] in Heerlen bewezen achten dat de verdachte samen met anderen ‘hoeveelheden’ hard- en softdrugs aanwezig heeft gehad, nu niet kan worden vastgesteld welke concrete hoeveelheden aan hem en welke aan [medeverdachte 2] toebehoorden.
Feit 3
Aan de verdachte wordt onder feit 3 - kort gezegd - de deelname aan een criminele organisatie verweten.
Uit de bewijsmiddelen, met name de gegevens uit de diverse telefoons en de verklaring van [naam 1] , leidt de rechtbank af dat er sprake is geweest van een criminele organisatie die als oogmerk had het plegen van strafbare feiten, in dit geval de handel in en het aanwezig hebben van hard- en softdrugs. De verdachte heeft daartoe gedurende minstens een half jaar nauw samengewerkt met [naam 1] en [medeverdachte 3] . Zij hadden ieder hun eigen rol. De verdachte was de drijvende kracht achter de organisatie, regelde de inkoop en verkoop/ marketing van de verdovende middelen, zorgde voor de opeenvolgende stashplaatsen (bij [medeverdachte 1] en [naam 1] ), wierf personen om de dealertelefoon te bemensen en stuurde, evenals [medeverdachte 3] , [naam 1] aan in het verrichten van koeriersdiensten. [medeverdachte 3] trad zelf ook als koerier op. Aldus was sprake van een duidelijke structuur binnen het samenwerkingsverband. De duurzaamheid van de organisatie blijkt reeds uit de periode gedurende welke de organisatie actief was, maar ook uit het feit dat de organisatie bleef doordraaien na de inval in de woning van [medeverdachte 1] aan de [adres 2] in Heerlen. De verdachte heeft toen immers aan zijn vader te kennen gegeven direct een ander telefoonnummer te hebben genomen ten behoeve van zijn drugslijn, opdat hij daarmee zijn handel kon voortzetten en nog op zoek te zijn naar een telefonist, iemand die de bestellingen zou kunnen aannemen. Ook is direct een andere stashplaats geregeld, zoals volgt uit de verklaring van [naam 1] , inhoudende dat de verdachte de drugs na de inval bij [medeverdachte 1] bij hem had neergelegd.
De rechtbank acht dan ook bewezen dat de verdachte samen met [naam 1] en [medeverdachte 3] een criminele organisatie heeft gevormd die tot oogmerk had de handel in en het aanwezig hebben van hard- en softdrugs.
4.4
De bewezenverklaring
De rechtbank acht bewezen dat de verdachte
feit 1:
op 10 mei 2022 in een woning aan de [adres 2] te Heerlen en 16 juni 2022 in een woning aan de [adres 3] te Hoensbroek, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk aanwezig heeft gehad een hoeveelheid cocaïne en MDMA
(op 10 mei 2022)
- een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne,
- een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA,
(op 16 juni 2022 in een woning aan de [adres 3] te Hoensbroek)
- ongeveer 2,46 gram netto MDMA en
- ongeveer 31,90 gram (bruto) cocaïne,
zijnde cocaïne en MDMA middelen vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, en
en
op 16 juni 2022 op de [adres 1] te Heerlen opzettelijk aanwezig heeft gehad 6,02 gram (bruto) MDMA en 9,11 gram (bruto) cocaïne, zijnde cocaïne en MDMA middelen vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I;
feit 2:
op 10 mei 2022 in een woning aan de [adres 2] te Heerlen en 16 juni 2022 in een woning aan de [adres 3] te Hoensbroek, gemeente Heerlen, tezamen en in vereniging met een andere, opzettelijk aanwezig heeft gehad
(op 10 mei 2022)
- een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep (hasjiesj) waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd en
- een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep,
(op 16 juni 2022)
- ongeveer 233 gram netto hennep,
zijnde hasjiesj en hennep middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, en
en
op 16 juni 2022 in de directe nabijheid van een woning aan de [adres 1] te Heerlen opzettelijk aanwezig heeft gehad 11,55 gram (bruto) 3-MMC en 40,5 gram netto hennep
zijnde hennep en 3-MMC middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;
feit 3:
in de periode van 1 december 2021 tot en met 16 juni 2022 in de gemeente Heerlen heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten [naam 1] en [medeverdachte 3] , welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk:
- misdrijven als bedoeld in artikel 10, derde en vierde lid, namelijk het opzettelijk handelen in strijd met artikel 2 aanhef Pro en onder B en C van de Opiumwet, te weten het opzettelijk verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of aanwezig hebben van cocaïne, XTC pillen en MDMA middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, en
- misdrijven als bedoeld in artikel 11, tweede, derde en vijfde lid, namelijk het opzettelijk handelen in strijd met artikel 3 aanhef Pro en onder B en C van de Opiumwet, te weten het opzettelijk verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of aanwezig hebben van hennep, hasjiesj en 3-MMC, middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:
feit 1:
medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd
en
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;
feit 2:
medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd
en
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd
feit 3:
deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.
De rechtbank zal, anders dan door de verdediging betoogd, de feiten 1 en 2, bezien per adres, niet kwalificeren als in eendaadse samenloop begaan, maar in meerdaadse samenloop, reeds omdat de maximumstraf voor middelen van de lijsten I en II behorende bij de Opiumwet aanmerkelijk verschilt en de verboden op harddrugs respectievelijk softdrugs andere uitgangspunten in strafrechtelijke bejegening kennen. Van het op een bepaald adres aantreffen van enige hoeveelheid aan harddrugs kan dan ook niet gezegd worden dat dit hetzelfde feitelijke feit betreft als het aantreffen van enig hoeveelheid softdrugs.

6.De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

7.De straf

7.1
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft, rekening houdend met de overschrijding van de redelijke termijn, gevorderd aan de verdachte een gevangenisstraf op te leggen voor de duur van 15 maanden.
7.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft bepleit om aan de verdachte een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen en de maximale taakstraf van 240 uren, rekening houdend met de overschrijding van de redelijke termijn en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.
7.3
Het oordeel van de rechtbank
Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.
De verdachte was ‘de grote man’ achter de criminele organisatie die zich de [bijnaam 3] noemde en die zich in de bewezenverklaarde periode ruim een half jaar heeft beziggehouden met de handel in hard- en softdrugs. Hij trok overduidelijk aan de touwtjes in deze organisatie en heeft anderen, waaronder [medeverdachte 1] en zelfs zijn vader, betrokken of willen betrekken bij deze handel in verdovende middelen. Zelfs toen een belangrijke stashplaats voor zijn verdovende middelen door de politie was opgerold, heeft hij niet geschroomd om zijn verkoopwaar elders te stashen en redelijk onbelemmerd door te gaan met zijn criminele zaken. En de reden moge duidelijk zijn: getuige gesprekken met zijn vader was de handel voor hem uitermate lucratief. De rechtbank neemt het de verdachte ook kwalijk dat hij in het belang van zijn drugshandel anderen voor zijn karretje heeft gespannen, die daarmee ook in het vizier van politie en justitie zijn gekomen. In het bijzonder is kwalijk te noemen dat de verdachte in wezen de woning waar [naam 1] verbleef heeft geüsurpeerd; [naam 1] had niet eens meer de beschikking over zijn eigen woningsleutels; die werden aangetroffen aan de sleutelbos van de Skoda waarin de verdachte ook drugs had liggen. Kennelijk werd van [naam 1] gevergd dit allemaal toe te staan nu hij schulden bij de verdachte had. In dat opzicht heeft de verdachte kwetsbare personen misbruikt voor eigen gewin.
Het behoeft geen betoog dat verdovende middelen een zeer grote bedreiging vormen voor de volksgezondheid van de gebruikers en de veiligheid in de samenleving. Niet alleen zijn er gebruikers die strafbare feiten plegen om aan drugs te kunnen komen, maar ook worden er in de drugswereld niet zelden strafbare feiten gepleegd zoals bedreigingen, afpersingen, wapenbezit, mishandelingen en zelfs liquidaties, gepleegd tussen handelaren en producenten onderling. Met al deze negatieve consequenties heeft de verdachte geen rekening gehouden; zijn eigen verdiensten gingen voor.
De verdachte heeft bij de politie geen verklaring afgelegd en ook ter terechtzitting schitterde hij door afwezigheid. Hij heeft dan ook geen enkele verantwoordelijkheid voor zijn daden genomen. Uit zijn strafblad volgt voorts dat hij na het plegen van onderhavige feiten opnieuw met politie en justitie in aanraking is geweest. Zo is hij in 2024 en 2025 veroordeeld voor drugsgerelateerde feiten. En dat terwijl hij in zoverre een gewaarschuwd mens was, dat hij in 2022 over onderhavige feiten is gehoord. Hij wist dus dat de politie onderzoek deed naar de feiten in deze zaak en desondanks heeft hij zich wederom ingelaten met soortgelijke feiten. Hij lijkt dus maar niet te willen leren van zijn fouten.
Het voorgaande leidt tot het onontkoombare oordeel dat enkel een forse onvoorwaardelijke gevangenisstraf op zijn plaats is. Ieder andere sanctie zou geen recht doen aan de ernst van de feiten en het gebrek aan het nemen van verantwoordelijkheid. Het gegeven dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is geschonden, maakt dat niet anders. Met de forse overschrijding van die termijn met één jaar en negen maanden (de op zijn redelijkheid te beoordelen termijn is aangevangen op 16 juni 2022, zodat de rechtbank vóór 16 juni 2024 uitspraak had moeten doen) zal de rechtbank, overeenkomstig de vaste jurisprudentie van de Hoge Raad, in het voordeel van de verdachte rekening houden bij het bepalen van de straf.
De rechtbank acht dan ook enkel en alleen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend.
Indien de redelijke termijn niet was geschonden, had de rechtbank een gevangenisstraf opgelegd voor de duur van 18 maanden, maar zal deze nu matigen tot 15 maanden.
Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 van Pro de Penitentiaire beginselenwet of tot het moment dat de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling aan de orde is, als bedoeld in artikel 6:2:10 van Pro het Wetboek van Strafvordering.

8.De vordering tenuitvoerlegging

De officier van justitie heeft de tenuitvoerlegging gevorderd van de bij vonnis van de meervoudige kamer in strafzaken in de zaak met parketnummer 03.172804.19 van [geboortedatum 1] 2020 opgelegde voorwaardelijke jeugddetentie voor de duur van 182 dagen en de tenuitvoerlegging van de bij uitspraak van de politierechter met parketnummer 03.331260.21 van 29 juli 2022 opgelegde voorwaardelijke taakstraf voor de duur van 80 uren en hechtenis voor de duur van twee weken.
8.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft ter terechtzitting gepersisteerd bij de vordering in de zaak met parketnummer 03.172804.19, maar zijn standpunt gewijzigd met betrekking tot de vordering in de zaak met parketnummer 03.331260.21, nu in deze zaak de voorwaardelijke straffen reeds ten uitvoer zijn gelegd. Deze vordering dient dan ook afgewezen te worden.
8.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft verzocht de vordering in de zaak met parketnummer 03.331260.21 af te wijzen, nu deze voorwaardelijke straffen reeds ten uitvoer zijn gelegd. Ten aanzien van de vordering met parketnummer 03.172804.219 heeft de raadsvrouw aangedragen dat de feiten die aan deze vordering ten grondslag liggen dateren van 2019 en dat de voorwaardelijke straf is opgelegd voor een winkeldiefstal, reden waarom het thans niet opportuun is om de vordering tot tenuitvoerlegging toe te wijzen. Bovendien is de dag van de zitting in deze zaak niet overeenkomstig artikel 6:6:3 Sv Pro onverwijld bepaald.
8.3
Het oordeel van de rechtbank
03.331260.21
Het vonnis in de zaak met parketnummer 03.331260.21 is gewezen op 29 juli 2022 en de proeftijd is aangevangen op 12 augustus 2022. De bewezen verklaarde feiten waren al gepleegd, nog voordat dat vonnis is gewezen. Van de tenuitvoerlegging van die later opgelegde voorwaardelijke straf kan daarom geen sprake zijn. De vordering zal daarom worden afgewezen.
03.172804.19
Nu gebleken is dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd aan onderhavige strafbare feiten heeft schuldig gemaakt, is de rechtbank van oordeel dat in beginsel de tenuitvoerlegging van genoemde voorwaardelijke straf op zijn plaats is. De rechtbank ziet in hetgeen door de verdediging naar voren is gebracht geen aanleiding voor een andere beslissing. Daarom zal de rechtbank de vordering van de officier van justitie toewijzen en de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf gelasten.

9.Het beslag

Het inbeslaggenomen geld (€ 1230,- en € 819,-) en de twee mobiele telefoons zal de rechtbank verbeurd verklaren, nu het geld aan de verdachte toebehoort en is verkregen door middel van het strafbare feit onder 3 en de telefoons voorwerpen betreffen met behulp van welke feit 3 is begaan. De rechtbank is van oordeel dat de onder de verdachte inbeslaggenomen verdovende middelen dienen te worden onttrokken aan het verkeer, aangezien het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet.

10.De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 33, 33a, 36b, 36c, 47, 57 en 140 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 3, 10 en 11 van de Opiumwet, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

11.De beslissing

De rechtbank:
Bewezenverklaring
  • verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 4.4 is omschreven;
  • spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
  • verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 5 is omschreven;
  • verklaart de verdachte strafbaar;
Straf
- veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstraf van 15 maanden;
Beslag
- verklaart verbeurd de volgende in beslag genomen voorwerpen:
  • gsm, goednummer 1517889,
  • gsm, goednummer 1517891,
  • geldbedrag € 1230,-, goednummer 1517866,
  • geldbedrag € 819,-, goednummer 1517907;
- onttrekt aan het verkeer de volgende in beslag genomen voorwerpen:
  • verdovende middelen, goednummer 1517882,
  • verdovende middelen, goednummer 1517897;
Vorderingen tenuitvoerlegging voorwaardelijke veroordeling
  • wijst af de vordering met parketnummer 03.331260.21 van de officier van justitie van 30 januari 2024;
  • beveelt de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de meervoudige strafkamer te Limburg van 30 september 2020, gewezen onder parketnummer 03.172804,19, te weten: een jeugddetentie voor de duur van 182 dagen.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.M.J. Quaedvlieg, voorzitter, mr. L.H.M. Geuns en mr. I.P. de Groot, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.P.W.E. Bekkers en J.G.A.M. Spijkers, griffiers, en uitgesproken ter openbare zitting van 11 maart 2026.
Buiten staat
Mr. I.P. de Groot is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.
BIJLAGE I: De tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat
feit 1:
hij, op of omstreeks 10 mei 2022 (in een woning aan de [adres 2] te Heerlen) en/of 16 juni 2022 (in een woning aan de [adres 3] te Hoensbroek en/of de [adres 1] te Heerlen) in de gemeente Heerlen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een (of meer) ander(en), althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad
(op 10 mei 2022)
- ongeveer 92,13 (49,54 + 30,81 + 11,78) gram netto en/of ongeveer 1,6 (1 + 0,6) gram (bruto) cocaïne, in elk geval een (of meer) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende cocaïne, en/of
- ongeveer 30,4 gram netto MDMA en/of 2,9 (1,4 + 1,5) gram (bruto) MDMA en/of 314 (304 + 10) XTC pillen, in elk geval een (of meer) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende MDA (tenamfetamine) en/of MDMA en/of MMDA en/of N-ethyl MDA en/of N-hydroxy MDA en/of MDEA (methyleen-dioxyethyl) en/of 4-broom- 2,5-dimethoxyfenethylamine (2-CB), en/of
- ongeveer 22,76 gram rode vloeistof bevattende amfetamine en/of MDMA en/of een kleine hoeveelheid GHB, en/of
(op 16 juni 2022 in een woning aan de [adres 3] te Hoensbroek)
- ongeveer 2,46 gram netto MDMA, en/of
- ongeveer 31,90 gram (bruto) cocaïne, en/of
(op 16 juni 2022 in (de directe nabijheid van) een woning aan de [adres 1] te Heerlen)
- 6,02 gram (bruto) MDMA, en/of
- 1,59 gram netto 2C-B, en/of
- 9,11 gram (bruto) cocaïne,
zijnde cocaïne en/of MDMA en/of amfetamine en/of MDA (tenamfetamine) en/of MMDA en/of N-ethyl MDA en/of N-hydroxy MDA en/of MDEA (methyleen-dioxyethyl) en/of 4-broom- 2,5-dimethoxyfenethylamine (2C-B) en/of GHB,
in elk geval (telkens) een (of meer) middel(len) vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
T.a.v. feit 2:
hij, op of omstreeks 10 mei 2022 (in een woning aan de [adres 2] te Heerlen) en/of 16 juni 2022 (in een woning aan de [adres 3] te Hoensbroek) in de gemeente Heerlen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een (of meer) ander(en), althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad
(op 10 mei 2022)
- ongeveer 81 gram netto hasjiesj, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep (hasjiesj) waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd, en/of
- ongeveer 1.216 gram netto hennep(toppen), in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, en/of
(op 16 juni 2022 in een woning aan de [adres 3] te Hoensbroek)
- ongeveer 233 gram netto hennep, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, en/of
(op 16 juni 2022 in (de directe nabijheid van) een woning aan de [adres 1] te Heerlen)
- 11,55 gram (bruto) 3-MMC, en/of
- 40,5 gram netto hennep
zijnde hasjiesj en/of hennep en/of 3-MMC, in elk geval (telkens) een (of meer) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
T.a.v. feit 3:
hij, in of omstreeks de periode van 1 december 2021 tot en met 16 juni 2022 in de gemeente Heerlen, althans in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten (onder andere) [medeverdachte 2] en/of [naam 1] en/of [medeverdachte 3] , welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk:
- misdrijven als bedoeld in artikel 10, derde en vierde lid, namelijk het opzettelijk handelen in strijd met artikel 2 aanhef Pro en onder B en C van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden en/of bewerken en/of verwerken en/of verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren en/of aanwezig hebben van cocaïne en/of XTC pillen en/of MDMA (“Blue Punishers”) en/of MDA (tenamfetamine) en/of MMDA en/of N-ethyl MDA en/of N-hydroxy MDA en/of MDEA (methyleen-dioxyethyl) en/of 4-broom- 2,5-dimethoxyfenethylamine (2C-B) en/of amfetamine en/of “Blue 69” en/of “Red 69” en/of GHB en/of 2C-B en/of 4-CMC en/of een (of meer) andere stof(fen), in elk geval een (of meer) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, en/of
- misdrijven als bedoeld in artikel 11, tweede, derde en vijfde lid, namelijk het opzettelijk handelen in strijd met artikel 3 aanhef Pro en onder B en C van de Opiumwet, te weten het opzettelijk telen en/of bewerken en/of verwerken en/of verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren en/of aanwezig hebben van (een grote hoeveelheid) hennep en/of hasjiesj en/of 3-MMC, in elk geval een (of meer) middelen(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

Voetnoten

1.Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie eenheid Limburg, proces-verbaalnummer PL2300-2022069582, gesloten op 24 november 2022, doorgenummerd van pagina 1 tot en met 817.
2.Het proces-verbaal van bevindingen van 11 mei 2022, pagina 30.
3.Het proces-verbaal van bevindingen van 11 mei 2022, pagina 23.
4.Het proces-verbaal van doorzoeking [adres 2] Heerlen van 12 mei 2022, pagina 31 tot en met 33.
5.De kennisgeving van inbeslagneming van 10 mei 2022, pagina 45.
6.De kennisgeving van inbeslagneming van 10 mei 2022, pagina 47.
7.De kennisgeving van inbeslagneming van 10 mei 2022, pagina 49.
8.De kennisgeving van inbeslagneming van 10 mei 2022, pagina 50.
9.De kennisgeving van inbeslagneming van 10 mei 2022, pagina 55.
10.De kennisgeving van inbeslagneming van 10 mei 2022, pagina 55 en 56.
11.De kennisgeving van inbeslagneming van 10 mei 2022, pagina 54.
12.Het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen, van 24 mei 2022, pagina 66 tot en met 69.
13.Het rapport van het NFI van 24 mei 2022, pagina 70.
14.Het rapport van het NFI van 24 mei 2022, pagina 71.
15.Het rapport van het NFI van 24 mei 2022, pagina 72.
16.Het rapport van het NFI van 24 mei 2022, pagina 73.
17.Het rapport van het NFI van 24 mei 2022, pagina 74.
18.Het rapport van het NFI van 24 mei 2022, pagina 75.
19.Het rapport van het NFI van 24 mei 2022, pagina 76.
20.Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 1] van 10 mei 2022, pagina 106 en 107.
21.Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 1] van 11 mei 2022, pagina 110 tot en met 112.
22.Het proces-verbaal verdenking [medeverdachte 3] van 8 juni 2022, pagina 531 en 532.
23.Het proces-verbaal van onderzoek woning, van 16 juni 2022, pagina 190 en 191.
24.De kennisgeving van inbeslagneming van 16 juni 2022, pagina 202.
25.De kennisgeving van inbeslagneming van 16 juni 2022, pagina 197.
26.De kennisgeving van inbeslagneming van 16 juni 2022, pagina 199.
27.Het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen van 11 juli 2022, pagina 216 tot en met 218.
28.Het rapport van het NFI van 5 juli 2022, pagina 225.
29.Het rapport van het NFI van 5 juli 2022, pagina 226.
30.Het rapport van het NFI van 5 juli 2022, pagina 227.
31.Het rapport van het NFI van 5 juli 2022, pagina 228.
32.Het rapport van het NFI van 5 juli 2022, pagina 229.
33.Het proces-verbaal van bevindingen van 16 juni 2022, pagina 307 en 308.
34.De kennisgeving van inbeslagneming van 16 juni 2022, pagina 328.
35.De kennisgeving van inbeslagneming van 16 juni 2022, pagina 330.
36.Het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen van 11 juli 2022, pagina 212 en 213.
37.Het proces-verbaal van verhoor van [naam 1] van 16 juni 2022, pagina 239 en 240.
38.Het proces-verbaal van bevindingen van 22 november 2022, pagina 421, 423, 424, 443 en 456 tot en met 474.
39.Het proces-verbaal van bevindingen onderzoek iPhone 7 [verdachte] , van 22 november 2022, pagina 349 en 351 en 412 tot en met 420.
40.Het proces-verbaal van bevindingen onderzoek mobiele telefoon verdachte [naam 1] van 22 juni 2022, pagina 244, 245, 248, 249, 250, 252, 264 en 276.