Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBLIM:2026:2387

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
18 maart 2026
Publicatiedatum
12 maart 2026
Zaaknummer
C/03/347330 / HA ZA 25-500
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • dr. Kluin
  • Van Leeuwen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 17 Haags Rechtsvorderingsverdrag 1954Art. 224 lid 2 RvArt. 8 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming oproeping in vrijwaring en afwijzing zekerheidstelling proceskosten in civiele procedure

In deze civiele procedure tussen Avnei Yarden Building Company en [B.V.] heeft de rechtbank Limburg op 18 maart 2026 uitspraak gedaan in twee incidenten. [B.V.] verzocht om toestemming om Ashnir Ltd in vrijwaring op te roepen en om zekerheidstelling voor proceskosten van Avnei, die in Israël is gevestigd.

De rechtbank oordeelde dat de oproeping in vrijwaring gegrond is omdat er een aannemelijke rechtsverhouding bestaat tussen [B.V.] en Ashnir Ltd, en dat de oproeping geen onaanvaardbare vertraging van de hoofdzaak veroorzaakt. Het verzoek tot zekerheidstelling proceskosten werd afgewezen omdat het Haags Rechtsvorderingsverdrag 1954, waarbij Nederland en Israël partij zijn, zekerheidstelling aan onderdanen van verdragsluitende staten uitsluit.

De rechtbank verwierp het argument van [B.V.] dat artikel 17 van Pro het verdrag buiten toepassing zou moeten worden gesteld vanwege mogelijke executieproblemen in Israël. De procedure wordt voortgezet met een rolzitting op 15 april 2026, waarbij Avnei een conclusie van antwoord zal indienen.

Uitkomst: Oproeping in vrijwaring toegestaan, verzoek tot zekerheidstelling proceskosten afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK Limburg

Civiel recht
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer: C/03/347330 / HA ZA 25-500
Vonnis in incidenten van 18 maart 2026
in de zaak van
AVNEI YARDEN BUILDING COMPANY (1998) LTD,
gevestigd te Mehoz Ha Tzafon (Israël),
eiseres in de hoofdzaak,
verwerende partij in beide incidenten,
hierna te noemen: Avnei,
advocaat: mr. E.N. Nordmann,
tegen
[B.V.],
gevestigd te [plaats] ,
gedaagde in de hoofdzaak,
eiseres in beide incidenten,
hierna te noemen: [B.V.] ,
advocaat: mr. H.M. Hueting,

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding met producties 1 tot en met 23;
  • de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring alsmede tot het stellen van zekerheid met producties 1 tot en met 15;
  • de incidentele conclusie van antwoord in beide incidenten.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald in beide incidenten.

2.De beoordeling van de door [B.V.] opgeworpen incidenten

Oproeping in vrijwaring
2.1.
[B.V.] vordert dat haar wordt toegestaan Ashnir Ltd, hierna te noemen “Asher”, in vrijwaring op te roepen, met veroordeling van Asher in de proceskosten van dit incident.
2.2.
[B.V.] stelt daartoe dat er sprake is van een rechtsverhouding tussen [B.V.] enerzijds en Asher anderzijds.
2.3.
Het verweer van Avnei strekt tot afwijzing van de vordering omdat toewijzing van de vrijwaring onmiskenbaar leidt tot een vertraging van de hoofdzaak.
2.4.
Naar het oordeel van de rechtbank is het voldoende aannemelijk dat de rechtsverhouding tussen [B.V.] enerzijds en Asher anderzijds met zich mee kan brengen dat Asher gehouden zal zijn om [B.V.] vrij te houden van de nadelige gevolgen van een (deel van de) eventuele veroordeling in de (hoofd)zaak. De stelling van Avnei, dat de oproeping in vrijwaring tot een niet-acceptabele vertraging van de hoofdzaak zou leiden, wordt verworpen. Avnei heeft ook geen bijzondere feiten of omstandigheden gesteld waarom haar belang bij een ongestoorde voortgang van de hoofdzaak zou prevaleren. De incidentele vordering tot oproeping in vrijwaring zal worden toegewezen.
Zekerheidstelling proceskosten
2.5.
Daarnaast vordert [B.V.] dat Avnei wordt veroordeeld tot het stellen van zekerheid voor een bedrag van € 38.000,00 ter zake van een eventueel jegens Avnei in de hoofdzaak uit te spreken proceskostenveroordeling, met veroordeling van Avnei in de kosten van dit incident.
2.6.
[B.V.] stelt daartoe dat Avnei in Israël gevestigd is en in Nederland geen woonplaats of gewone verblijfplaats heeft. Israël en Nederland zijn beide partij bij het Verdrag betreffende de burgerlijke rechtsvordering van 1954 (het Haags Rechtsvorderingsverdrag 1954), hierna te noemen “ het Verdrag” . Hoewel op grond van artikel 17 van Pro het Verdrag het opleggen van zekerheidstelling aan onderdanen van een verdragsluitende partij is uitgesloten, stelt [B.V.] dat dit artikel hier buiten werking dient te worden gesteld. Onverkorte toepassing levert een schending op van artikel 8 EVRM Pro omdat er een risico is dat er geen verhaal van proceskosten mogelijk is in Israël voor [B.V.] als niet-Israëliër.
2.7.
Avnei concludeert tot afwijzing van de vordering tot zekerheidstelling. Zij voert daartoe aan dat artikel 224 lid 2 Rv Pro limitatieve uitzonderingen op de hoofdregel van lid 1 bevat en deze uitzonderingen niet op grond van een belangenafweging of algemene beschouwingen buiten toepassing kunnen worden gelaten. Daarnaast mist er een grondslag in de wet.
2.8.
Vast staat dat Nederland en Israël partij zijn bij het Verdrag. Het uitgangspunt in het internationaal publiekrecht is dat verdragen moeten worden nageleefd (pacta sunt servanda).
2.9.
Uit artikel 17 van Pro het Verdrag volgt dat geen zekerheidstelling kan worden opgelegd aan personen die hun woonplaats in een verdragsluitende staat hebben, wanneer zij als eisende partij optreden voor de rechtbank van een andere verdragsluitende staat. Avnei is derhalve niet gehouden tot het stellen van zekerheid, voor de proceskosten en de schadevergoeding tot betaling waarvan [B.V.] veroordeeld kan worden. Het standpunt van [B.V.] dat het vanuit economisch en praktisch oogpunt onmogelijk is om een vonnis in Israël ten uitvoer te leggen maakt dit niet anders. De uitspraken waar [B.V.] naar verwezen heeft in haar incidentele conclusie missen relevantie nu deze niet zien op de executie van civiele proceskostenveroordelingen, maar een vermeende schending van het internationale humanitaire recht en het Europese strafrecht. Hoewel internationale instanties kritisch zijn over specifieke acties van de staat Israël, betekent dit niet dat de civielrechtelijke verdragsrelatie met Nederland automatisch vervalt.
2.10.
Het verzoek om zekerheidstelling wordt afgewezen. [B.V.] wordt veroordeeld in de kosten van dit geding.

3.De beslissing

De rechtbank
In het incident tot vrijwaring
3.1.
staat [B.V.] toe om Asher in vrijwaring op te roepen tegen de zitting van 15 april 2026,
3.2.
veroordeelt Avnei in de proceskosten aan de zijde van [B.V.] begroot op € 653,00,
3.3.
verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,
In het incident tot het stellen van zekerheid voor de proceskosten
3.4.
wijst het verzoek af,
3.5.
veroordeelt [B.V.] in de proceskosten aan de zijde van Avnei begroot op € 836,00,
3.6.
verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,
In de hoofzaak
3.7.
verwijst de zaak voor conclusie van antwoord van Avnei naar de rolzitting van woensdag 15 april 2026,
3.8.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. dr. Kluin en in het openbaar uitgesproken door mr. Van Leeuwen op 18 maart 2026.