ECLI:NL:RBLIM:2026:2411

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
4 maart 2026
Publicatiedatum
13 maart 2026
Zaaknummer
NL:TZ:2602275:R-RK
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 285 lid 1 FwArt. 287 lid 2 FwFaillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid schuldsaneringsverzoek wegens ontbreken minnelijk traject

Verzoeker heeft op 27 januari 2026 een verzoek ingediend tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling. De rechtbank heeft het verzoek beoordeeld en geconstateerd dat essentiële gegevens ontbraken, waarop verzoeker werd verzocht deze binnen een maand aan te vullen. Hoewel nadere stukken zijn ingediend, blijkt uit het verzoek en de bijlagen niet dat er een minnelijk traject is gevolgd.

Volgens artikel 285 lid 1 Fw Pro is het aanbieden van een buitengerechtelijke schuldregeling een essentiële voorwaarde voor ontvankelijkheid van het verzoek. Verzoeker heeft geen verklaring gegeven dat een dergelijk traject is doorlopen of waarom dit niet mogelijk was. Hierdoor voldoet het verzoek niet aan de wettelijke eisen.

De rechtbank verklaart verzoeker daarom niet-ontvankelijk in het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. Verzoeker is niet opgeroepen voor een mondelinge behandeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen acht dagen na de uitspraak.

Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet volgen van een minnelijk traject.

Uitspraak

RECHTBANK Limburg

Team Insolventie
Zittingsplaats Maastricht
Rekestnummer: NL:TZ:2602275:R-RK
Vonnis van 4 maart 2026
op het verzoek van
[verzoeker],
geboren op [geboortedatum] 1972 te [geboorteplaats] ,
verblijvende [adres] , [woonplaats] ,
hierna te noemen verzoeker,
tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.
Samenvatting
Verzocht is om toelating tot de schuldsaneringsregeling.
De rechtbank verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in het verzoek.

1.De procedure

1.1.
Verzoeker heeft op 27 januari 2026 een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling.
1.2.
Omdat in of bij het verzoek gegevens ontbraken, heeft de griffier ingevolge artikel 287 lid 2 Fw Pro, op 30 januari 2026 een digitaal bericht gestuurd aan verzoeker met het verzoek de ontbrekende gegevens alsnog binnen een maand, derhalve uiterlijk op 2 maart 2026, te verstrekken.
1.3.
Bij bericht van 27 februari 2026 heeft verzoeker nadere stukken ingediend
1.4.
Nu het verzoek om na te melden redenen niet-ontvankelijk is, is verzoeker niet opgeroepen om te worden gehoord.

2.De beoordeling

2.1.
Uit artikel 285 lid 1 aanhef Pro en onder f Fw blijkt dat in het verzoekschrift of in een daarbij te voegen bijlage een met redenen omklede verklaring dient te worden opgenomen dat er geen reële mogelijkheden zijn om tot een buitengerechtelijke schuldregeling te komen, alsmede over welke aflossingsmogelijkheden de verzoeker beschikt. In hetzelfde artikellid, onder h, is bepaald dat een schuldenaar moet aangeven welke buitengerechtelijke regeling hij heeft aangeboden aan zijn schuldeisers, de reden waarom die niet is aanvaard en met welke middelen hij de regeling zou hebben kunnen nakomen als die wel was aanvaard.
2.2.
Uit de wet, en meer nog uit de wetsgeschiedenis, volgt dat het hebben aangeboden van een buitengerechtelijke schuldregeling een essentiële voorwaarde is om een verzoek te kunnen doen voor de wettelijke schuldsaneringsregeling. Als aan deze voorwaarde niet is voldaan, kan een verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling niet in behandeling worden genomen.
2.2.
Uit de bijlagen bij het verzoekschrift noch uit de aanvullende stukken blijkt dat er een minnelijk traject is gevolgd. Hiervoor is ook geen verklaring gegeven.
2.3
Nu er geen minnelijk traject heeft plaatsgevonden, voldoet het verzoek niet aan de wettelijke gestelde eisen en kan dit niet in behandeling worden genomen. Verzoeker wordt dan ook niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek.

3.De beslissing

De rechtbank:
3.1.
verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek.
Dit vonnis is gewezen door mr. F.J.F. Gerard, rechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 maart 2026 in tegenwoordigheid van N.W.M. Clement, griffier. [1]