ECLI:NL:RBLIM:2026:2413

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
18 maart 2026
Publicatiedatum
16 maart 2026
Zaaknummer
11938604 \ CV EXPL 25-4253
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Quaedackers
  • Bisscheroux
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:225 BWArt. 6:96 BWArt. 6:96 lid 6 BWArt. 6:265 BWBesluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorwaardelijke ontbinding huurovereenkomst en ontruiming wegens huurachterstand

Woonpunt verhuurt sinds februari 2019 een woning aan twee huurders die sinds november 2025 onder bewind staan. Door een aanzienlijke huurachterstand van meer dan vier maanden vordert Woonpunt ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming van het gehuurde en betaling van achterstallige huur, incassokosten en een gebruiksvergoeding.

De huurders en hun bewindvoerder erkennen de huurachterstand. De kantonrechter stelt vast dat de achterstand ernstig genoeg is voor ontbinding en wijst de vorderingen van Woonpunt toe, waaronder de betaling van €4.630,81 aan achterstallige huur, €607,82 aan buitengerechtelijke incassokosten en een maandelijkse gebruiksvergoeding van €857,51 vanaf 1 november 2025 tot ontruiming.

De ontruimingstermijn wordt gesteld op veertien dagen na betekening van het vonnis. De bewindvoerder wordt hoofdelijk veroordeeld tot betaling van de genoemde bedragen en de proceskosten van €1.231,93. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad, zodat het ook bij hoger beroep kan worden uitgevoerd.

Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en de bewindvoerder veroordeeld tot ontruiming en betaling van huurachterstand, incassokosten, gebruiksvergoeding en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANKLIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 11938604 \ CV EXPL 25-4253
Vonnis van 18 maart 2026
in de zaak van
STICHTING WOONPUNT,
te Maastricht,
eisende partij,
hierna te noemen: Woonpunt,
gemachtigde: mr. L.P. Paffen,
tegen
1.
[bewindvoerder] handelend onder de naam [bewindvoerderskantoor] in de hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van [huurder 1] ,
te [plaats] ,
2.
[bewindvoerder] handelend onder de naam [bewindvoerderskantoor] in de hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van [huurder 2] ,
te [plaats] ,
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: [bewindvoerderskantoor] resp. [huurder 1] en [huurder 2] ,
in persoon procederend.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 t/m 4,
- de schriftelijke weergave van het mondelinge antwoord,
- de door Woonpunt ingediende overzichten van de actuele betalingsachterstand,
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald,
- de mondelinge behandeling van 21 januari 2026 waarvan door de griffier
aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Woonpunt verhuurt met ingang van 19 februari 2019 aan [huurder 1] en [huurder 2] de woning aan het [adres] (hierna: het gehuurde). De huur bedraagt laatstelijk € 857,51 per maand en is bij vooruitbetaling verschuldigd. Op deze huurovereenkomst zijn algemene voorwaarden van toepassing.
2.2.
[huurder 1] en [huurder 2] hebben een achterstand in de betaling van de huur laten ontstaan.
2.3.
Bij brief van 9 september 2025 heeft Woonpunt [huurder 1] en [huurder 2] aangemaand om binnen veertien dagen na bezorging van de brief het openstaande bedrag van € 3.773,30 aan achterstallige huur te voldoen, bij gebreke waarvan [huurder 1] en [huurder 2] € 607,82 inclusief btw aan incassokosten in het vooruitzicht is gesteld.
2.4.
[huurder 1] en [huurder 2] hebben de achterstand niet ingelopen, waarna zij zijn gedagvaard.
2.5.
[huurder 1] en [huurder 2] staan sinds 18 november 2025 onder bewind. De bewindvoerder is [bewindvoerderskantoor] .

3.Het geschil

3.1.
Woonpunt vordert – samengevat – ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde, betaling van € 4.630,81 aan huurachterstand, € 607,82 aan buitengerechtelijke incassokosten (incl. btw), € 857,51 per maand aan huur/gebruikersvergoeding voor iedere maand vanaf 31 oktober 2025 tot het tijdstip van ontruiming en een veroordeling in de proceskosten.
3.2.
Woonpunt legt aan de vordering het volgende ten grondslag. [huurder 1] en [huurder 2] zijn in hun verplichtingen als huurders tekortgeschoten, door niet (volledig) aan hun betalingsverplichting te voldoen. De hoogte van de huurachterstand rechtvaardigt volgens Woonpunt de ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde.
3.3.
[bewindvoerderskantoor] erkent de huurachterstand.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

Bewind
4.1.
Indien een huurder onder beschermingsbewind is gesteld, dan moet de vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de huurwoning worden ingesteld tegen de bewindvoerder en niet tegen de huurder zelf. [1] Ten tijde van de dagvaarding stonden [huurder 1] en [huurder 2] niet onder bewind. Per 18 november 2025 staan zij echter wel onder bewind. [bewindvoerderskantoor] is opgeroepen om te verschijnen op de mondelinge behandeling van 21 januari 2026 en is daar verschenen. [bewindvoerderskantoor] zal om die reden als formele procespartij worden aangemerkt.
Huurachterstand
4.2.
[bewindvoerderskantoor] erkent dat er een huurachterstand is die tot en met oktober 2025 berekend is op een bedrag van € 4.630,81. De kantonrechter zal dit bedrag dan ook toewijzen.
4.3.
[huurder 1] en [huurder 2] zijn te laat met het betalen van de verschillende huurtermijnen en dus zal de gevorderde wettelijke rente over de huurachterstand worden toegewezen vanaf de dag van dagvaarding, te weten 15 oktober 2025.
Ontbinding en ontruiming
4.4.
De huurder is verplicht om de huur op tijd en volledig te betalen. Iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen geeft aan de wederpartij de bevoegdheid om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. [2] De kantonrechter wijst een vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst alleen toe als de huurachterstand ernstig genoeg is om de huurovereenkomst te beëindigen. Vaak zal een achterstand van meer dan drie maanden genoeg zijn, maar de kantonrechter moet alle omstandigheden afwegen. Van belang is bijvoorbeeld ook of de huur weer wordt betaald en of de achterstand (deels) is ingelopen. [3]
4.5.
Op het moment van dagvaarden bedroeg de huurachterstand meer dan vier maanden. Daarna is de huurachterstand verder opgelopen. De huurachterstand is daarom ernstig genoeg om de huurovereenkomst te ontbinden.
4.6.
De gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst zal op grond van het voorgaande worden toegewezen. De kantonrechter zal de ontruimingstermijn in afwijking van het gevorderde stellen op veertien dagen na betekening van het vonnis.
4.7.
De kantonrechter heeft vastgesteld dat Woonpunt heeft voldaan aan de informatieplicht en de meldplicht als bedoeld in artikel 2 van Pro Besluit Gemeentelijke Schuldhulpverlening.
4.8.
Op de mondelinge behandeling heeft Woonpunt toegezegd dat de ontruimingstitel niet ten uitvoer wordt gelegd als partijen tot een regeling komen waarbij wordt afgesproken dat [bewindvoerderskantoor] de lopende huur tijdig en volledig blijft betalen en een genoegzame betalingsregeling wordt getroffen die maandelijks wordt nagekomen. Partijen zullen hierover nog met elkaar in contact treden. Woonpunt wenst een vonnis als stok achter de deur.
Gebruikersvergoeding/huur
4.9.
Woonpunt wil ook dat [bewindvoerderskantoor] wordt veroordeeld tot het betalen van een maandelijks bedrag van € 857,51, te rekenen vanaf de maand 31 oktober 2025 tot het moment dat [huurder 1] en [huurder 2] het gehuurde ontruimen. Dit is de huurprijs per maand en na het ontbinden van de huurovereenkomst is dit een gebruiksvergoeding voor de tijd dat [huurder 1] en [huurder 2] nog in het gehuurde verblijven. De kantonrechter begrijpt de vordering van Woonpunt zo dat deze strekt tot veroordeling van [bewindvoerderskantoor] tot betaling van de gebruiksvergoeding vanaf 1 november 2025 en niet 31 oktober 2025. Deze vordering zal op de voet van artikel 7:225 BW Pro worden toegewezen.
Buitengerechtelijke incassokosten
4.10.
Woonpunt vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De kantonrechter stelt vast dat [huurder 1] en [huurder 2] een consument is (een natuurlijk persoon die niet heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf). Daarom moet de kantonrechter controleren of is voldaan aan de dan geldende extra eisen voor de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten. Woonpunt heeft aan [huurder 1] en [huurder 2] een of meer aanmaningen gestuurd die voldoen aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW Pro. Daarom zal een bedrag van € 607,82 worden toegewezen.
Proces- en nakosten
4.11.
[bewindvoerderskantoor] wordt overwegend in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Woonpunt worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
146,43
- griffierecht
543,00
- salaris gemachtigde
434,00
(2 punten × € 217,00)
- nakosten
108,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.231,93
Uitvoerbaar bij voorraad
4.12.
De kantonrechter zal de beslissing deels uitvoerbaar bij voorraad verklaren. Dat betekent dat de beslissing ten uitvoer kan worden gelegd, ook als een van partijen hoger beroep instelt tegen deze beslissing. De beslissing van de kantonrechter geldt in dat geval totdat het gerechtshof een andere beslissing neemt.
Hoofdelijk
4.13.
De veroordeling wordt (deels) hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de een (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
ontbindt de tussen partijen bestaande huurovereenkomst met betrekking tot het gehuurde aan het [adres] ,
5.2.
veroordeelt [bewindvoerderskantoor] in hoedanigheid als bewindvoerder over de goederen van [huurder 1] en [bewindvoerderskantoor] in hoedanigheid als bewindvoerder over de goederen van [huurder 2] om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis het gehuurde aan het [adres] , te ontruimen en ontruimd te houden met alle daarin aanwezige personen en zaken, onder afgifte van de sleutels en het gehuurde ter beschikking te stellen aan Woonpunt,
5.3.
veroordeelt [bewindvoerderskantoor] in hoedanigheid als bewindvoerder over de goederen van [huurder 1] en [bewindvoerderskantoor] in hoedanigheid als bewindvoerder over de goederen van [huurder 2] hoofdelijk om te betalen aan Woonpunt:
- € 4.630,81 aan achterstallige huur tot en met oktober 2025, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 oktober 2025 tot de dag van voldoening,
- € 857,51 per maand, een ingegane maand daarbij gerekend voor een hele maand, vanaf 1 november 2025 tot en met het eind van de maand waarin de daadwerkelijke ontruiming heeft plaatsgevonden,
- € 607,82 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 oktober tot de dag van betaling,
5.4.
veroordeelt [bewindvoerderskantoor] in hoedanigheid als bewindvoerder over de goederen van [huurder 1] en [bewindvoerderskantoor] in hoedanigheid als bewindvoerder over de goederen van [huurder 2] hoofdelijk in de proceskosten van € 1.231,93,
5.5.
verklaart dit vonnis voor wat betreft de veroordeling onder 5.3 en 5.4 uitvoerbaar bij voorraad,
5.6.
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. Quaedackers en in het openbaar uitgesproken en ondertekend door mr. Bisscheroux op 18 maart 2026.

Voetnoten

2.Artikel 6:265 BW Pro.
3.HR 28 september 2018 (ECLI:NL:HR:2018:1810)