ECLI:NL:RBLIM:2026:2526

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
18 maart 2026
Publicatiedatum
17 maart 2026
Zaaknummer
C/03/329564 / HA ZA 24-173
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Tussenuitspraak
Rechters
  • drs. Hurkens
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Benoeming deskundige en regeling deskundigenonderzoek in civiele bodemzaak over authenticiteit wandkast

In deze civiele bodemzaak tussen een rechtspersoon uit het Verenigd Koninkrijk en een Italiaanse rechtspersoon heeft de rechtbank een deskundigenonderzoek bevolen om vragen over de authenticiteit en datering van een wandkast te beantwoorden.

De rechtbank benoemt de door partijen voorgestelde deskundige en regelt dat de kast naar diens studio wordt vervoerd voor onderzoek. Partijen stemmen in met het nemen van twee monsters voor koolstofdatering, waarbij de rechtbank kiest voor de standaardvariant van het onderzoek vanwege kostenoverwegingen en beperkte tijdsdruk.

De rechtbank legt vast dat de eisende partij het voorschot op de kosten van de deskundige moet betalen en regelt de vertaling van het vonnis in het Italiaans. Tevens worden de verplichtingen van partijen en de deskundige ten aanzien van het onderzoek en rapportage gedetailleerd omschreven.

De procedurele stappen en communicatie tussen partijen en deskundige worden nauwkeurig gevolgd, waarbij de rechtbank verdere beslissingen aanhoudt totdat het deskundigenrapport is ontvangen.

Uitkomst: De rechtbank benoemt een deskundige voor onderzoek naar de wandkast en regelt de praktische en financiële aspecten van het deskundigenonderzoek, waarna verdere beslissingen worden aangehouden.

Uitspraak

RECHTBANK Limburg

Civiel recht
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: C/03/329564 / HA ZA 24-173
Vonnis van 18 maart 2026
in de zaak van
de rechtspersoon naar buitenlands recht
[eisende partij],
gevestigd te [plaats 1] (Verenigd Koninkrijk),
eisende partij,
hierna te noemen: [eisende partij] ,
advocaat: mr. A.G.D.M. van Hoek,
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
[gedaagde partij] S.R.L.,
gevestigd te [plaats 2] (Italië),
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde partij] ,
advocaat: mr. D. Stikkelbroeck.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 26 november 2025,
- de brief van de heer [deskundige] van [bedrijf] (hierna: [deskundige] ) van 12 januari 2026,
- het e-mailbericht van de rechtbank met bijlage aan partijen van 15 januari 2026,
- het e-mailbericht van mr. Stikkelbroeck van 21 januari 2026,
- het e-mailbericht van mr. Van Hoek van 27 januari 2026,
- het e-mailbericht van 28 januari 2026 van mr. Stikkelbroeck,
- de offerte van [deskundige] van 18 februari 2026,
- de reactie van [eisende partij] op voormelde offerte per e-mail aan de rechtbank en de wederpartij van 19 februari 2026,
- de reactie van [gedaagde partij] op voormelde offerte per e-mail aan de rechtbank en de wederpartij van 25 februari 2026.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De verdere beoordeling

2.1.
Bij tussenvonnis van 26 november 2025 heeft de rechtbank een deskundigenonderzoek bevolen voor de beantwoording van de door de rechtbank in dat vonnis vastgestelde vragen en bepaald dat de deskundige bij afzonderlijk vonnis zal worden benoemd. Zij heeft daarbij overwogen dat de rechtbank het voorstel van partijen zal volgen en contact zal opnemen met de door partijen beoogde deskundige, de heer [deskundige] te [plaats 3] (hierna: [deskundige] ), teneinde hem te vragen of hij zich in staat acht de door de rechtbank geformuleerde vragen te beantwoorden, bereid is een eventuele benoeming te aanvaarden en of hem dit vrij staat. Bij brief van 18 februari 2026 heeft [deskundige] aan de rechtbank laten weten dat dit het geval is en dat hij de opdracht kan aanvaarden.
2.2.
Gelet op het vorenstaande zal de rechtbank [deskundige] (hierna ook aan te duiden als ‘de deskundige’) als deskundige benoemen, zoals in de beslissing vermeld. Aan de deskundige zullen de bij tussenvonnis van 26 november 2026 vermelde vragen worden voorgelegd. Om praktische redenen zal de rechtbank deze vragen in dit vonnis nogmaals in de beslissing opnemen.
2.3.
Met betrekking tot de praktische gang van zaken rond het onderzoek overweegt de rechtbank nog als volgt. Naar aanleiding van vragen van [deskundige] bij brief van 12 januari 2026 heeft [eisende partij] de rechtbank bij e-mailbericht van 27 januari 2026 bericht dat de opslagplaats waarin de wandkast zich momenteel bevindt geen mogelijkheden biedt voor een uitgebreid onderzoek. Bij diezelfde mail heeft [eisende partij] verklaard dat zij, voor zover de rechtbank dat nodig acht, bereid is de wandkast op eigen kosten naar de studio van [deskundige] te laten vervoeren, zodat het onderzoek met de juiste middelen, ruimte en assistentie kan worden verricht. Bij e-mailbericht van 19 februari 2026 heeft [eisende partij] daaraan toegevoegd dat de kast kan worden geleverd zodra [deskundige] aangeeft daarvoor gereed te zijn. [eisende partij] zal dan de transporteur, [transporteur] , opdracht geven de wandkast één week na de levering weer op te halen, overeenkomstig de mededeling van [deskundige] dat de wandkast maximaal één week in zijn werkplaats kan worden opgeslagen. De afmetingen van de wandkast bedragen, aldus [eisende partij] , 325 x 115 x 64 centimeter. De wandkast is verzekerd, zodat de eigen verzekeringsfaciliteit van de deskundige niet hoeft te worden aangesproken.
2.4.
De rechtbank acht het, gelet op het bovenstaande, aangewezen dat de wandkast ten behoeve van het onderzoek naar de studio van [deskundige] wordt gebracht en verstaat dat [eisende partij] daarvoor zal zorgdragen, waarbij [eisende partij] de kosten van het transport voor eigen rekening neemt. De additionele kosten van € 800,00 voor het verblijf van de wandkast in de studio van [deskundige] – welke naar de rechtbank aanneemt niet in voornoemd aanbod van [eisende partij] zijn begrepen, nu deze pas later bekend zijn geworden – zal de rechtbank optellen bij het voorschot op de kosten van de deskundige.
2.5.
[deskundige] heeft bij brief van 18 februari 2026 aangegeven dat het carbon-14 onderzoek (koolstofdatering) zal worden uitgevoerd door CEDAM, het Research Center of the University of Salento (Lecce). Hij heeft daarbij de keuze gegeven voor twee opties, te weten:
een onderzoek met de ‘standard dating service’ voor koolstofdatering, waarbij het totale deskundigenonderzoek ongeveer negen weken in beslag zal nemen, met een kostenraming van € 7.000,00 (exclusief btw);
een onderzoek met de ‘rapid dating service’ voor koolstofdatering, waarbij het totale deskundigenonderzoek ongeveer vier weken in beslag zal nemen, met een kostenraming van € 7.500,00 (exclusief btw).
Deze kostenramingen zijn gebaseerd op koolstofdatering aan de hand van twee te nemen monsters: één van de deuren, en één van het lichaam van de wandkast.
2.6.
Partijen zijn vervolgens in de gelegenheid gesteld om hierop te reageren. [eisende partij] heeft bij e-mailbericht van 19 februari 2026 laten weten dat zij kan instemmen met het nemen van twee monsters en met de begroting, waarbij haar voorkeur uitgaat naar de snelle variant, tegen een totaalbedrag van € 7.500,00. [gedaagde partij] heeft gereageerd bij e-mailbericht van 25 februari 2026. Zij heeft eveneens aangegeven zich in de begroting van de deskundige te kunnen vinden, maar opteert voor het standaard onderzoek om de kosten te beperken, nu de koolstofdatering zowel door de deskundige als ook door [gedaagde partij] niet noodzakelijk wordt geacht.
2.7.
De rechtbank sluit zich, gelet op de reacties van partijen, aan bij het voornemen van [deskundige] tot het nemen van twee monsters voor de koolstofdatering (vraag 4B onder de beslissing). Zij zal [deskundige] daarbij de opdracht geven een onderzoek uit te voeren met de ‘standard dating service’, nu niet is gesteld of gebleken dat sprake is van zodanige tijdsdruk dat de spoed- oftewel de duurdere onderzoeksvariant (die in het licht van de gehele juridische procedure slechts beperkte tijdswinst oplevert) noodzakelijk is. De goedkopere versie levert dezelfde informatie op voor het beoogde doel, terwijl onnodige extra kosten daarmee worden vermeden. De rechtbank zal daarom het voorschot voor de deskundige vaststellen op een bedrag van € 7.000,00 (onderzoek) + € 800,00 (verblijf wandkast in studio [1] ) = € 7.800,00 (exclusief btw).
2.8.
Bij tussenvonnis van 27 augustus 2025 (rov. 4.27) is al aangekondigd en toegelicht dat het voorschot op de kosten van de deskundige door [eisende partij] als eisende partij moet worden betaald en dat bij eindvonnis zal worden beslist wie van partijen uiteindelijk de kosten van de deskundige moet betalen.
2.9.
Dit vonnis dient (door de griffie) in het Italiaans aan de deskundige te worden verstrekt. De rechtbank draagt [eisende partij] op om een vertaling in het Italiaans van dit vonnis te laten maken door een beëdigd vertaler en het vertaalde vonnis met de bijbehorende factuur van de vertaler naar de rechtbank te sturen, met een afschrift aan [gedaagde partij] . De rechtbank zal vervolgens een afschrift van het vertaalde vonnis aan de deskundige sturen. De kosten van de vertaling van dit vonnis moeten worden voorgeschoten door [eisende partij] ; de rechtbank zal bij eindvonnis beslissen wie van partijen deze kosten uiteindelijk moet betalen. De rechtbank zal [eisende partij] een termijn van vier weken verlenen voor het overleggen van de beëdigde vertaling en factuur.
2.10.
Gelet op de aard van het door de deskundige te verrichten onderzoek – alsmede de met vertaling gepaard gaande kosten – zal de rechtbank [eisende partij] niet opdragen het gehele procesdossier aan de deskundige in afschrift te verstrekken. Wel dient [eisende partij] (in ieder geval) de volgende stukken in afschrift aan de deskundige te verstrekken:
het tussenvonnis van 27 augustus 2025, vertaald in het Italiaans door een beëdigd vertaler;
productie 11 van [eisende partij] ;
de producties 1, 2, 3, 9, 10, 27 en 29 van [gedaagde partij] .
De onder ii en iii genoemde producties zijn ofwel in het Italiaans, ofwel in het Engels opgesteld. De deskundige is Italiaans, zodat voor de Italiaanse teksten geen vertaling nodig is. Op grond van eerdere communicatie met de deskundige gaat de rechtbank ervan uit dat deze de Engelse taal voldoende beheerst om de (korte) tekst in de producties te begrijpen. Indien de deskundige echter gemotiveerd aangeeft dat hij voor een correcte beantwoording van de vraagstelling een Italiaanse vertaling van deze tekst nodig heeft dient [eisende partij] daarvoor zorg te dragen.
2.11.
De rechtbank wijst erop dat partijen wettelijk verplicht zijn om mee te werken aan het onderzoek door de deskundige. De rechtbank zal deze verplichting uitwerken zoals hierna onder de beslissing omschreven. Wordt aan een van deze verplichtingen niet voldaan, dan kan de rechtbank daaraan de gevolgen verbinden die zij geraden acht, ook in het nadeel van de desbetreffende partij.
2.12.
Als een partij op verzoek van de deskundige of op eigen initiatief andere stukken uit het procesdossier of schriftelijke opmerkingen of verzoeken aan de deskundige toestuurt, moet zij daarvan direct een afschrift aan de wederpartij verstrekken.
2.13.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

3.De beslissing

De rechtbank
3.1.
beveelt een onderzoek door een deskundige voor de beantwoording van de volgende vragen:
1. Uit welke periode stamt de kast?
2. Hoe moet de aanduiding ‘ca. 1580’ worden opgevat?
3. Constateert u aanpassingen die dateren van na de bij vraag 1 genoemde periode met betrekking tot de verguldingen, het polijsten en/of (de panelen van) de deuren van de wandkast?
4. A. Zo ja, wanneer zijn deze aanpassingen aangebracht?
B. Kunt u aan de hand van een carbon-14 datering (bij benadering) de leeftijd vaststellen van het hout dat gebruikt is voor het frame van de kast, de deurlijsten en de deurpanelen?
5. Kunt u, zowel per afzonderlijk type aanpassingen (de verguldingen, het polijsten,
et cetera) als voor het geheel van aanpassingen, aangeven of dit gevolgen heeft voor de authenticiteit van de kast?
6. Kwalificeert u de kast in de huidige staat als authentiek?
7. Indien het antwoord op vraag 3 bevestigend luidt: hebben de aanpassingen gevolgen voor de (verkoop)waarde van de kast in april 2020? Zo ja, op welke waarde taxeert u de kast op genoemd peilmoment met en zonder de aanpassingen?
8. Zijn er nog andere punten die u naar voren wilt brengen waarvan de rechter volgens u kennis dient te nemen bij de verdere beoordeling?
3.2.
benoemt tot deskundige:
[deskundige],
[bedrijf]
[adres]
,
telefoon: [telefoonnummer] ,
e-mailadres: [e-mailadres] ,
3.3.
bepaalt dat de griffier een in het Italiaans vertaalde kopie van dit vonnis aan de deskundige zal toezenden en draagt de griffier op dit onmiddellijk na ontvangst van het vertaalde vonnis te doen,
de vertaling van dit vonnis
3.4.
draagt [eisende partij] op dit vonnis te laten vertalen in het Italiaans door een beëdigd vertaler en het vertaalde vonnis, alsmede de factuur van de vertaler aan de rechtbank en [gedaagde partij] toe te sturen,
het voorschot
3.5.
stelt de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige vast op € 7.800,00 (exclusief btw),
3.6.
bepaalt dat [eisende partij] het voorschot moet overmaken
binnen twee wekenna de datum van de nog te ontvangen nota met betaalinstructies van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak,
3.7.
draagt de griffier op om de deskundige onmiddellijk in kennis te stellen van de betaling van het voorschot, maar niet voordat het vertaalde vonnis aan de deskundige is toegestuurd,
het onderzoek
3.8.
bepaalt dat [eisende partij] de in rov. 2.10 genoemde stukken uit het procesdossier in afschrift aan de deskundige dient toe te sturen,
3.9.
verstaat dat [eisende partij] op eigen kosten zal zorgdragen voor het transport van de wandkast naar en van de studio van de deskundige,
3.10.
bepaalt dat de deskundige het onderzoek zelfstandig zal instellen op de door de deskundige in overleg met partijen te bepalen tijd en plaats,
3.11.
wijst de deskundige erop dat:
- de deskundige voor aanvang van het onderzoek kennis moet nemen van de Gedragscode voor gerechtelijk deskundigen in civielrechtelijke en bestuursrechtelijke zaken én van de Leidraad deskundigen in civiele zaken (beide te raadplegen op www.rechtspraak.nl; Engelse vertaling van de leidraad deskundigen in civiele zaken: Practice direction for experts in Dutch civil law cases),
- de deskundige het onderzoek pas begint na het bericht van de griffier omtrent betaling van het voorschot,
- de deskundige het onderzoek onmiddellijk staakt en contact opneemt met de griffier, als tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het voorschot niet toereikend blijkt te zijn,
- de deskundige bij het onderzoek de partijen in de gelegenheid moet stellen opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het schriftelijk bericht vermeldt of aan dit voorschrift is voldaan, onder vermelding van de eventueel gemaakte opmerkingen en/of gedane verzoeken,
- de deskundige partijen bij een onderzoek van een object ter plaatse gelegenheid moet bieden dit onderzoek bij te wonen; als slechts één partij (althans niet alle partijen) bij het onderzoek van objecten ter plaatse aanwezig is of zijn, de deskundige dit onderzoek niet mag uitvoeren, tenzij alle partijen zijn uitgenodigd om bij dat onderzoek aanwezig te zijn, en dat uit het rapport moet blijken dat hieraan is voldaan,
- als partijen bij het onderzoek van objecten ter plaatse aanwezig zijn geweest, uit het rapport moet blijken welke opmerkingen zij hebben gemaakt en welke verzoeken zij hebben gedaan, en hoe de deskundige hierop heeft gereageerd,
3.12.
bepaalt dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundige moeten verstrekken als de deskundige daarom vraagt, de deskundige toegang moeten verschaffen tot voor het onderzoek noodzakelijke plaatsen, en de deskundige ook voor het overige gelegenheid moeten geven om het onderzoek te verrichten,
het schriftelijk rapport
3.13.
draagt de deskundige op om uiterlijk drie maanden na het schriftelijk bericht van de griffier over de betaling van het voorschot een schriftelijk en ondertekend rapport in drievoud ter griffie van de rechtbank in te leveren, met een gespecificeerde declaratie (voor een Engelstalig model voor een deskundigenbericht zie: model deskundigenbericht),
3.14.
wijst de deskundige erop dat:
- uit het schriftelijk rapport moet blijken op welke stukken het oordeel van de deskundige is gebaseerd,
- de deskundige een concept van het rapport aan partijen moet toezenden, waarna partijen de gelegenheid krijgen om binnen vier weken daarover bij de deskundige opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het definitieve rapport de door partijen gemaakte opmerkingen en verzoeken en de reactie van de deskundige daarop moet vermelden,
3.15.
bepaalt dat partijen bij de deskundige geen gelegenheid hebben om op elkaars opmerkingen en verzoeken naar aanleiding van het concept-rapport te reageren,
overige bepalingen
3.16.
draagt de griffier op om de zaak op de rol te plaatsen van
15 april 2026voor het overleggen van de onder 3.4 genoemde vertaling en factuur en vervolgens:
- als het voorschot niet binnen de daarvoor bepaalde (eventueel verlengde) termijn is ontvangen: voor akte uitlating voortprocederen van beide partijen op een termijn van twee weken of,
- na ontvangst ter griffie van het rapport: voor conclusie na deskundigenbericht van beide partijen op een termijn van vier weken,
3.17.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. drs. Hurkens en in het openbaar uitgesproken op 18 maart 2026.

Voetnoten

1.Zie rov. 2.4.