ECLI:NL:RBLIM:2026:2542

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
1 april 2026
Publicatiedatum
17 maart 2026
Zaaknummer
C/03/345709 / HA ZA 25-417
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Verhoeven
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:300 BW
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Nakoming vonnis verdeling huwelijksgoederengemeenschap en levering woning

Partijen waren gehuwd in algehele gemeenschap van goederen, huwelijk is ontbonden. Bij vonnis van 4 oktober 2023 werd de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap vastgesteld, waarbij de vrouw de woning aan een adres werd toegewezen en de man verplicht werd de helft van de resterende waarde te voldoen.

De vrouw sommeerde de man herhaaldelijk om het vonnis na te komen, waaronder de overdracht van zijn aandeel in de woning en betaling van een bedrag van € 10.761,91 wegens onderbedeling. De man reageerde niet en kwam niet na.

De vrouw vorderde nakoming van het vonnis, betaling van het bedrag en kostenveroordeling. De man erkende zijn verplichting tot overdracht maar verzocht om een langere termijn van drie maanden. De rechtbank wees dit af en stelde een termijn van veertien dagen vast.

De rechtbank veroordeelde de man tot medewerking aan de levering van zijn aandeel in de woning binnen veertien dagen, bij gebreke waarvan het vonnis in de plaats treedt van zijn medewerking. Tevens werd hij veroordeeld tot betaling van het bedrag uit onderbedeling met wettelijke rente. De proceskosten werden gecompenseerd, ieder draagt eigen kosten.

Uitkomst: De man wordt veroordeeld tot medewerking aan levering woning en betaling onderbedeling binnen veertien dagen, bij gebreke waarvan het vonnis in de plaats treedt van zijn medewerking.

Uitspraak

RECHTBANK Limburg

Civiel recht
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: C/03/345709 / HA ZA 25-417
Vonnis van 1 april 2026
in de zaak van
[eiseres],
wonende te [plaats] ,
eiseres,
advocaat: mr. S.X.J. Zuidema,
tegen
[gedaagde],
wonende te [plaats] ,
gedaagde,
advocaat: mr. P.J.C. Bolton.
Partijen zullen hierna de vrouw en de man genoemd worden.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding, met de producties 1 tot en met 3,
- de conclusie van antwoord,
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald,
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 17 maart 2026.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Partijen zijn op [datum] 2000 in Syrië in algehele gemeenschap van goederen met elkaar gehuwd. Het huwelijk van partijen is inmiddels al enkele jaren ontbonden.
2.2.
Bij vonnis van 4 oktober 2023 heeft de rechtbank de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap van partijen vastgesteld. Daarbij heeft de rechtbank ten aanzien van de gemeenschappelijke woning aan de [adres 1] (onder andere) het volgende bepaald:
“(…) 3.1. deelt toe aan [eiseres] de woning aan de [adres 1] tegen een waarde van € 167.000,00 (in verhuurde staat), onder veroordeling van [eiseres] om na aftrek van (makelaars- en notaris-)kosten en hypotheekkosten de helft van de resterende (over)waarde aan [gedaagde] te voldoen,,(…)” [1]
2.3.
De advocaat van de vrouw heeft de (toenmalige) advocaat van de man bij brief van 1 november 2024 gesommeerd om het vonnis na te komen, waarbij (onder andere) het volgende is medegedeeld:
“(…) In de voormelde aangelegenheid wendt zich andermaal tot mij mevrouw [eiseres] , zulks met betrekking tot het volgende. Cliënte zou graag zien dat hetgeen door de rechtbank in het eindvonnis is bepaald, wordt uitgevoerd. Ergo, dat de verdeling zoals die is bepaald, ook feitelijk plaatsvindt.
Zij heeft een overzicht gemaakt van de betalingen die over en weer zouden dienen plaats te vinden.
Te betalen door [eiseres] aan [gedaagde] :
Spaarrekening [eiseres] [rekeningnummer 1] euro 16.194,39 / 2 = euro 8.097,20
Betaalrekening [eiseres] [rekeningnummer 2] euro 368,17 / 2 = euro 184,05
SNS Bank levensverzekering [kenmerk 1] euro 7.500 / 2 = euro 3.750,-
Taxatiewaarde [adres 1] euro 167.000 / 2 = euro 83.500,-
TOTAAL euro 95.531,25
Te betalen door [gedaagde] aan [eiseres] :
Spaarhypotheek [kenmerk 2] ( [adres 2] euro 55.000,- / 2 = euro 27.500,-
Taxatiewaarde [adres 2] - hyp. euro 42.882,62 / 2 = euro 21.441,31
(euro 135.000,- - euro 92.117,38 = euro 42.882,62
Bedrijfswaarde en winstaandeel euro 25131 + euro 28.140,- = euro 53.271,-
Pensioenspaarrekening INGBR- [adres 2] euro 8.161,70 / 2 = euro 4.080,85
TOTAAL euro 106.293,16
Ik begrijp dat het enige dat feitelijk nog zou moeten gebeuren is, dat het transport van het aandeel van uw cliënt in de [adres 1] aan mijn cliënte wordt overgedragen en dat cliënte vervolgens nog recht heeft op het bedrag waartoe zij is onderbedeeld, zijnde euro 10.761,91, op grond van bovenstaande berekening.(…)” [2]
2.4.
De advocaat van de vrouw heeft de man (rechtstreeks) bij e-mail van 11 februari 2025 (opnieuw) gesommeerd om het vonnis van 4 oktober 2023 na te komen.
2.5.
De man heeft niet gereageerd.
2.6.
Het vonnis van 4 oktober 2023 is tot op heden niet (volledig) nagekomen.

3.Het geschil

3.1.
De vrouw vordert dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I. De man veroordeelt om medewerking te verlenen aan de levering van zijn aandeel in de woning aan de [adres 1] aan de vrouw, zulks binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis, bij gebreke waarvan dit vonnis in de plaats zal treden van die vereiste medewerking van de man aan de ondertekening van de notariële leveringsakte;
II. De man veroordeelt tot betaling aan de vrouw tegen behoorlijk bewijs van kwijting het bedrag uit onderbedeling ter hoogte van € 10.761,91, te vermeerderen met de wettelijke rente gerekend vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;
III. De man veroordeelt in de kosten van het geding, te vermeerderen met de nakosten, een en ander te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis, en – voor het geval voldoening van de (na)kosten niet binnen de redelijke termijn plaatsvindt – te vermeerderen met de wettelijke rente over de (na)kosten te rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening.
3.2.
De man voert verweer.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

Nakoming vonnis van 4 oktober 2023
4.1.
De vrouw stelt zich op het standpunt dat de man de in het vonnis van 4 oktober 2023 opgenomen wijze van verdeling van de (ontbonden) huwelijksgemeenschap dient na te komen. Volgens de vrouw dient de man uit hoofde van deze verdeling zijn aandeel in de gemeenschappelijke woning aan de [adres 1] aan de vrouw over te dragen en een bedrag van € 10.761,91 in het kader van onderbedeling aan haar te voldoen. De man heeft tot op heden nog steeds niet aan het vonnis voldaan, aldus de vrouw. Voor het geval dat de man niet binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis zijn medewerking verleent om zijn aandeel in de woning aan de vrouw over te dragen, vordert de vrouw dat dit vonnis in de plaats dient te treden van de medewerking van de man.
4.2.
De man betwist niet dat hij op grond van het vonnis van 4 oktober 2023 gehouden is zijn aandeel in de woning aan de [adres 1] aan de vrouw over te dragen, maar stelt zich op het standpunt dat hem daartoe een (langere) termijn van drie maanden dient te worden gegund. Voorts heeft de man tijdens de mondelinge behandeling geen bezwaar gemaakt tegen de vordering van de vrouw ten bedrage van € 10.761,91 wegens onderbedeling. De man stelt zich op het standpunt dat dit bedrag voortvloeit uit de in het vonnis van 4 oktober 2023 opgenomen wijze van verdeling.
4.3.
Nu de vordering van de vrouw is gegrond op nakoming van de in het vonnis van 4 oktober 2023 opgenomen wijze van verdeling van de (ontbonden) huwelijksgemeenschap en de man inhoudelijk geen verweer voert, worden de vorderingen van de vrouw toegewezen zoals in het dictum is vermeld. De rechtbank ziet geen aanleiding om de door de vrouw gevorderde termijn van veertien dagen te verlengen zoals door de man is verzocht. De man heeft na het vonnis van 4 oktober 2023 voldoende tijd gehad om de overdracht van zijn aandeel in de woning te regelen en de rechtbank acht een termijn van veertien dagen derhalve redelijk. Ter zitting is komen vast te staan dat de woning wordt verhuurd. Om die reden is het niet nodig om de man een termijn te gunnen om vervangende woonruimte te zoeken. Er is naar het oordeel van de rechtbank om die reden voldoende aanleiding om op grond van artikel 3:300 BW Pro te bepalen dat, als de man niet binnen veertien dagen meewerkt, dit vonnis in de in de plaats komt van de noodzakelijke toestemming en/of wilsverklaring en/of handtekening van de man in de notariële leveringsakte.
Proceskosten
4.4.
Gelet op de relatie tussen partijen zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. De rechtbank ziet geen aanleiding hiervan af te wijken, zoals gevorderd.

5.De beslissing

De rechtbank
5.1.
veroordeelt de man om medewerking te verlenen aan de levering van zijn aandeel in de woning aan de [adres 1] aan de vrouw, zulks binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis, bij gebreke waarvan dit vonnis in de plaats zal treden van die vereiste medewerking van de man aan de ondertekening van de notariële leveringsakte,
5.2.
veroordeelt de man tot betaling aan de vrouw tegen behoorlijk bewijs van kwijting het bedrag uit onderbedeling ter hoogte van € 10.761,91, te vermeerderen met de wettelijke rente gerekend vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening,
5.3.
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
5.4.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
5.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Verhoeven, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 1 april 2026.

Voetnoten

1.Productie 1 bij dagvaarding.
2.Productie 2 bij dagvaarding.