Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBLIM:2026:2546

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
25 maart 2026
Publicatiedatum
17 maart 2026
Zaaknummer
C/03/342151 / HA ZA 25-238
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Bodemzaak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevel tot deskundigenonderzoek en descente wegens gebreken in aanbouw woning

In deze civiele bodemzaak tussen eisers en een aannemingsbedrijf staat de kwaliteit van uitgevoerde werkzaamheden aan een woning centraal. Na overeenstemming over het inschakelen van een deskundige, benoemt de rechtbank ir. [deskundige] als deskundige voor een descente en onderzoek ter plaatse.

De deskundige zal beoordelen of de werkzaamheden voldoen aan de eisen van goed en deugdelijk werk en, indien niet, passende herstelmaatregelen en kosten vaststellen. De descente en aansluitende mondelinge behandeling vinden plaats in de woning van eisers.

Eisers zijn verplicht het voorschot van €900 te betalen en medewerking te verlenen aan het onderzoek. De rechtbank wijst op de wettelijke medewerkingsplicht en de gevolgen van niet-naleving. Verdere beslissingen worden aangehouden tot na het deskundigenonderzoek.

Uitkomst: De rechtbank beveelt een deskundigenonderzoek en descente ter plaatse en houdt verdere beslissing aan.

Uitspraak

RECHTBANK Limburg

Civiel recht
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer: C/03/342151 / HA ZA 25-238
Vonnis van 25 maart 2026
in de zaak van

1.[eisende partij 1],

wonende te [plaats 1],
2.
[eisende partij 2],
wonende te [plaats 1],
eisende partijen,
hierna samen te noemen: [eisende partijen],
advocaat: mr. A.J.T.M. Hendriks,
tegen
[gedaagde partij] B.V.,
gevestigd te [plaats 2],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde partij],
advocaat: mr. R.J.S. Houtackers.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 25 februari 2026
- de akte houdende uitlating aan de zijde van [eisende partijen]
- de akte houdende uitlating aan de zijde van [gedaagde partij].
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De verdere beoordeling

2.1.
Bij tussenvonnis van 25 februari 2026 heeft de rechtbank overwogen dat tussen partijen ter zitting overeenstemming is bereikt over het inschakelen van een rechtbankdeskundige middels een descente door de rechtbank. Bij akten na tussenvonnis hebben partijen zich kunnen uitlaten over de persoon van de door de rechtbank te benoemen deskundige, de kosten en de aan hem voor te leggen vragen.
2.2.
In dit vonnis zal de descente worden gelast en zal voornoemde deskundige worden benoemd ter beantwoording ter plaatse van de in de beslissing vermelde vragen.
2.3.
Partijen hebben geen bezwaar gemaakt tegen de persoon van de te benoemen deskundige, de aan hem te stellen vragen en het vastgestelde voorschot. De rechtbank zal om die reden de heer ir. [deskundige], verbonden aan [B.V.] te [plaats 3] als deskundige benoemen, en de aan hem voor te leggen vragen formuleren zoals in het dictum is bepaald. De rechtbank zal eveneens het voorschot vaststellen op een afgerond bedrag van € 900,00 (inclusief btw). In het geval er tijdens de descente geen schikking tot stand komt en een schriftelijke rapportage nodig wordt geacht, zal een aanvullend voorschot worden bepaald.
2.4.
In het tussenvonnis van 25 februari 2026 is reeds aangekondigd en toegelicht dat [eisende partijen] het voorschot op de kosten van de deskundige moet betalen.
2.5.
De deskundige heeft de rechtbank meegedeeld dat er algemene voorwaarden van toepassing zijn. De rechtbank aanvaardt dit voorbehoud voor zover deze algemene voorwaarden voorzien in een beperking van aansprakelijkheid. De publiekrechtelijke aard van de rechtsverhouding tussen de rechtbank en een deskundige, zoals geregeld in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), verzet zich tegen integrale toepassing van de algemene voorwaarden. Voor de volledigheid merkt de rechtbank op dat deze aansprakelijkheidsbeperking van toepassing is op de verhouding tussen de deskundige en partijen.
2.6.
De rechtbank wijst erop dat partijen wettelijk verplicht zijn om mee te werken aan het onderzoek door de deskundige. De rechtbank zal deze verplichting uitwerken zoals hierna onder de beslissing omschreven. Wordt aan een van deze verplichtingen niet voldaan, dan kan de rechtbank daaraan de gevolgen verbinden die zij geraden acht, ook in het nadeel van de desbetreffende partij.
2.7.
De rechtbank wijst partijen erop dat de descente in aanwezigheid van de deskundige zal plaatsvinden in de woning van [eisende partijen] aan het [adres 1], op een – aan de hand van de door partijen op te geven verhinderdata – nader te bepalen datum. Tevens is de rechtbank voornemens de aansluitende mondelinge behandeling ook aldaar plaats te laten vinden. Indien dit niet mogelijk of gewenst is, verzoekt de rechtbank dit bij de opgave van de verhinderdata aan de rechtbank mee te delen.
2.8.
De rechtbank zal de zaak verwijzen naar de rol voor opgave van verhinderdata.
2.9.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

3.De beslissing

De rechtbank
in conventie
3.1.
beveelt een onderzoek door een deskundige voor de beantwoording ter plaatse van de volgende vragen:
Voldoen de door [gedaagde partij] uitgevoerde werkzaamheden in de woning van [eisende partijen] aan de eisen van goed en deugdelijk werk?
Indien de vraag onder 1) ontkennend wordt beantwoord, kunt u dan aangeven wat de passende herstelmaatregelen en de kosten daarvan zijn?
Heeft u verder nog op- en/of aanmerkingen uwerzijds waarvan u van oordeel bent dat die in het kader van het hier verzochte deskundigenbericht aan de rechtbank en aan partijen ter kennis dienen te worden gebracht?
3.2.
benoemt tot deskundige:
de heer ir. [deskundige], verbonden aan [B.V.],
te: [adres 2],
telefoon: [telefoonnummer],
e-mailadres: [e-mailadres].
3.3.
bepaalt dat de griffier een kopie van dit vonnis aan de deskundige zal toezenden,
het voorschot
3.4.
stelt de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige vast op € 900,00 (inclusief btw),
3.5.
bepaalt dat [eisende partijen] het voorschot moet overmaken binnen twee weken na de datum van de nog te ontvangen nota met betaalinstructies van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak,
3.6.
draagt de griffier op om de deskundige onmiddellijk in kennis te stellen van de betaling van het voorschot,
het onderzoek
3.7.
bepaalt dat [eisende partijen] het procesdossier in afschrift aan de deskundige moet toesturen,
3.8.
bepaalt dat de deskundige ter plaatse het onderzoek zal instellen onder leiding van mr. I.R.A. Timmermans-Vermeer, rechter, in de woning van [eisende partijen], aan het [adres 1],
3.9.
wijst de deskundige erop dat:
- de deskundige voor aanvang van het onderzoek kennis moet nemen van de Gedragscode voor gerechtelijk deskundigen in civielrechtelijke en bestuursrechtelijke zaken én van de Leidraad deskundigen in civiele zaken (beide te raadplegen op www.rechtspraak.nl),
- de deskundige het onderzoek onmiddellijk staakt en contact opneemt met de griffier, als tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het voorschot niet toereikend blijkt te zijn,
3.10.
bepaalt dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundige moeten verstrekken als de deskundige daarom vraagt, de deskundige toegang moeten verschaffen tot voor het onderzoek noodzakelijke plaatsen, en de deskundige ook voor het overige gelegenheid moeten geven om het onderzoek te verrichten,
overige bepalingen
3.11.
beveelt een descente en aansluitende mondelinge behandeling en verschijning van partijen, bijgestaan door hun advocaten, voor het geven van inlichtingen en het nader onderbouwen van hun stellingen, door mr. I.R.A. Timmermans-Vermeer, waarbij de descente en de aansluitende behandeling zal plaatsvinden in de woning van [eisende partijen], aan het [adres 1], tenzij anders wordt bepaald, op een door de rechtbank vast te stellen datum en tijd,
3.12.
bepaalt dat de naam van de rechter nog niet definitief is en dat de zaak nog aan een andere rechter kan worden toegedeeld omdat de uiteindelijke toedeling vlak voor de zitting plaatsvindt,
3.13.
bepaalt dat als een andere rechter de zaak op zitting zal behandelen partijen uiterlijk twee werkdagen voor de zitting daarvan bericht krijgen,
3.14.
bepaalt dat de zaak op de rol zal komen van
woensdag 6 mei 2026voor het opgeven van de verhinderdata van de partijen en hun advocaten tot en met augustus 2026,
alsmede opgave of de aansluitende mondelinge behandeling in de woning van [eisende partijen] kan plaatsvinden, waarna dag en uur van de descente en de aansluitende mondelinge behandeling zullen worden bepaald,
3.15.
wijst partijen erop dat voor het onderzoek door de deskundige tevens descente en mondelinge behandeling 2,5 uur zal worden uitgetrokken,
3.16.
draagt de griffier op om de zaak op de rol te plaatsen:
- als het voorschot niet binnen de daarvoor bepaalde (eventueel verlengde) termijn is ontvangen: voor akte uitlating voortprocederen van beide partijen op een termijn van twee weken,
3.17.
houdt iedere verdere beslissing aan.
in reconventie
3.18.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. Timmermans-Vermeer en in het openbaar uitgesproken op 25 maart 2026.