Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBLIM:2026:2614

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
31 maart 2026
Publicatiedatum
18 maart 2026
Zaaknummer
C/03/349756 / HA RK 26-34
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • Rulkens
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 197 lid 2 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing voorlopig getuigenverhoor over toedracht bedrijfsongeval met ernstig letsel

Op 29 juni 2022 is verzoeker ten val gekomen op het bedrijfsterrein van verweerster sub 1 doordat hij met zijn voet in een gat in het wegdek stapte, wat leidde tot ernstig letsel waaronder een gecompliceerde polsbreuk. Verzoeker heeft verweerster sub 1 aansprakelijk gesteld, maar deze en haar verzekeraar verweerster sub 2 betwisten de aansprakelijkheid en de toedracht van het ongeval.

Verzoeker heeft daarom een voorlopig getuigenverhoor verzocht om duidelijkheid te verkrijgen over de toedracht van het ongeval en de staat van het wegdek ten tijde daarvan. Verweersters sub 1 en sub 2 verzetten zich niet tegen dit verzoek en alle partijen wensen de zaak zonder mondelinge behandeling af te doen.

De rechtbank beoordeelt dat het verzoek voldoet aan de wettelijke vereisten en dat er geen beletselen zijn die het verzoek in de weg staan. Daarom wordt het voorlopig getuigenverhoor toegewezen. Drie getuigen worden opgeroepen, waaronder verzoeker zelf en twee werknemers van verweerster sub 1, waarvan één getuige een beëdigd tolk Bulgaars mag meenemen.

Het getuigenverhoor zal plaatsvinden in het gerechtsgebouw te Roermond en partijen worden verplicht in persoon te verschijnen. De rechtbank behoudt zich het recht voor om na afloop van het getuigenverhoor een mondelinge behandeling te bevelen om verdere procedurele stappen te bespreken.

Deze beschikking is gegeven door rechter Rulkens en in het openbaar uitgesproken op 31 maart 2026.

Uitkomst: Verzoek tot voorlopig getuigenverhoor wordt toegewezen om de toedracht van het bedrijfsongeval te onderzoeken.

Uitspraak

RECHTBANK Limburg

Civiel recht
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer / rekestnummer: C/03/349756 / HA RK 26-34
Beschikking van 31 maart 2026
in de zaak van
[verzoeker],
te [plaats 1],
verzoekende partij,
hierna te noemen: verzoeker,
advocaat: mr. D.C.A. van den Dungen,
tegen

1.[V.O.F.],

te [plaats 2],
verwerende partij,
hierna te noemen: verweerster sub 1,
2.
ACHMEA SCHADEVERZEKERINGEN N.V.,
te Apeldoorn,
verwerende partij,
hierna te noemen: verweerster sub 2.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift met producties 1 tot en met 9, ter griffie ontvangen op 16 februari 2026,
- het bericht van verweerders van 24 februari 2026,
- het bericht van verzoeker van 26 februari 2026.
1.2.
De beschikking is bepaald op vandaag.

2.Het verzoek en het verweer

2.1.
[verzoeker] vraagt de rechtbank om een voorlopig getuigenverhoor te bevelen.
2.2.
Aan het verzoek heeft [verzoeker] het volgende ten grondslag gelegd.
[verzoeker] is op 29 juni 2022 ten val gekomen op het bedrijfsterrein van verweerster sub 1, doordat hij met zijn voet in een gat in het wegdek stapte. Hij heeft daarbij ernstig letsel opgelopen, waaronder een gecompliceerde polsbreuk waarvoor meerdere operaties noodzakelijk waren en een langdurig revalidatietraject. De heer [naam] heeft [verzoeker] na het ongeval thuis gebracht.
2.3.
Op 13 december 2022 heeft [verzoeker] verweerster sub 1 aansprakelijk gesteld.
2.4.
Verweerster sub 1 is voor aansprakelijkheid verzekerd bij verweerster sub 2, die aansprakelijkheid herhaaldelijk heeft afgewezen. Zij betwist de gestelde toedracht en beroept zich daarbij op twee door haar overgelegde schriftelijke verklaringen van werknemers ([werknemer 1] en [werknemer 2]) van verweerster sub 1.
[verzoeker] vindt de inhoud, totstandkoming en betrouwbaarheid van die verklaringen om meerdere redenen twijfelachtig.
2.5.
Na het ongeval heeft verweerster sub 1 het betreffende gat met cement laten vullen, waardoor de huidige toestand van het wegdek afwijkt van de situatie ten tijde van het ongeval.
2.6.
[verzoeker] acht een voorlopig getuigenverhoor noodzakelijk om duidelijkheid te verkrijgen over de toedracht van het ongeval, voordat een bodemprocedure kan worden overwogen.
2.7.
[verzoeker] verzoekt een voorlopig getuigenverhoor om de volgende getuigen te horen:
  • De heer [verzoeker], (verzoeker), wonende te [plaats 1]
  • De heer [werknemer 1], (werknemer verweerster sub 1), wonende te [plaats 2]
  • De heer [naam], wonende te [plaats 2].
De heer [werknemer 1] is de Nederlandse taal niet machting. [verzoeker] verzoekt hem toe te staan een beëdigd tolk Bulgaars mee te brengen voor het verhoor van getuige [werknemer 1].
2.8.
Verweersters sub 1 en sub 2 verzetten zich niet tegen toewijzing van het verzoek. Alle partijen vragen de zaak zonder mondelinge behandeling af te doen.

3.De beoordeling

Het verzoek om een voorlopig getuigenverhoor
3.1.
Het verzoekschrift voorlopige bewijsverrichtingen moet op grond van artikel 197 lid 2 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) inhouden:
a. een kernachtige omschrijving van het geschil of de gebeurtenis waarop het verzoek betrekking heeft en de gronden van het verzoek
b. de aard en het beloop van de vordering
c. de naam en woonplaats van de wederpartij of de redenen waarom de wederpartij onbekend is.
Verder moet het verzoekschrift vermelden de namen en woonplaatsen van de personen die de verzoekende partij als getuigen wil horen.
3.2.
[verzoeker] heeft aan de formele eisen van het verzoekschrift voldaan. Het verzoek zal daarom worden toegewezen tenzij de rechtbank van oordeel is:
- dat de informatie die wordt verlangd, niet voldoende is bepaald
- er onvoldoende belang bij de voorlopige bewijsverrichting bestaat
- het verzoek om voorlopige bewijsverrichtingen in strijd is met de goede procesorde
- er sprake is van misbruik van bevoegdheid of
- als er andere gewichtige redenen bestaan die zich verzetten tegen de voorlopige bewijsverrichting.
3.3.
Nu het verzoek voldoet aan de eisen van de wet en geen van de in voornoemde rechtsoverweging genoemde beletselen is gebleken, zal het verzoek worden toegewezen.
3.4.
Bij het oproepen van de getuigen moet er rekening mee worden gehouden dat het verhoor van een getuige gemiddeld ten minste 60 minuten duurt. De namen en woonplaatsen van de getuigen en de tijdstippen waartegen zij zijn opgeroepen moeten ten minste tien dagen voor het verhoor aan de wederpartij en aan de griffier van de rechtbank worden opgegeven.
3.5.
Omdat (de advocaat van) verweersters sub 1 en sub 2 al in het bezit zijn van het verzoekschrift van en een afschrift van deze beschikking ontvangen, hoeft [verzoeker] geen afschrift van deze stukken aan verweersters sub 1 en sub 2 te verstrekken.
3.6.
Partijen moeten erop voorbereid zijn dat de rechtbank na afloop van de getuigenverhoren op verzoek van partijen of een van hen of ambtshalve een (nieuwe) mondelinge behandeling kan bevelen om een schikking te beproeven of tot het geven van inlichtingen aan de rechtbank. Tijdens deze mondelinge behandeling kan de rechtbank ook de verdere behandeling van geschillen over de vordering met partijen bespreken.
Partijen moeten daarom in persoon bij de getuigenverhoren verschijnen. Een rechtspersoon moet ter zitting vertegenwoordigd zijn door iemand die van de zaak op de hoogte is en bevoegd is tot vertegenwoordiging.

4.De beslissing

De rechtbank
4.1.
beveelt een voorlopig getuigenverhoor om duidelijkheid te verkrijgen over de toedracht van het ongeval en de staat van het wegdek op 29 juni 2022,
4.2.
het getuigenverhoor zal worden gehouden door een nog aan te wijzen rechter van deze rechtbank,
4.3.
bepaalt dat de onder 2.7. genoemde getuigen zullen worden gehoord en dat het getuigenverhoor zal plaatsvinden in het gerechtsgebouw te Roermond, Willem II Singel 67,
4.4.
bepaalt dat [verzoeker] wordt toegestaan een beëdigd tolk Bulgaars mee te brengen voor het verhoor van getuige [werknemer 1],
4.5.
bepaalt dat [verzoeker]
binnen twee wekenna de datum van deze beschikking schriftelijk aan de rechtbank - ter attentie van de griffie Verzoekschriften Civiel Handel - de getuigen en de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten in de maanden
mei 2026 tot en met augustus 2026moet opgeven waarna dag en uur van het getuigenverhoor zullen worden bepaald.
Deze beschikking is gegeven door mr. Rulkens en in het openbaar uitgesproken op 31 maart 2026.