Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord
- de conclusie van repliek.
Rechtbank Limburg
De zaak betreft een vordering van Zuyd Hogeschool tegen een gedaagde die zich via Studielink inschreef voor een opleiding en het collegegeld in termijnen zou betalen. De gedaagde betaalde echter zeven facturen niet, wat leidde tot een vordering van € 1.854,25 inclusief hoofdsom, rente en incassokosten.
De gedaagde voerde verweer met een beroep op onvoorziene omstandigheden, namelijk de ernstige psychische ziekte van zijn echtgenote, waardoor hij niet in staat was de lessen te volgen en zich administratief uit te schrijven. Tevens verzocht hij om matiging van de vordering op grond van redelijkheid en billijkheid.
De kantonrechter oordeelde dat het verweer onvoldoende was onderbouwd en dat de gedaagde geen gebruik had gemaakt van de mogelijkheid om zijn verweer nader toe te lichten. De stellingen van Zuyd Hogeschool bleven daardoor onweerlegd. De kantonrechter wees het beroep op redelijkheid en billijkheid af, omdat onverkorte toepassing van de overeenkomst niet onaanvaardbaar was gebleken.
De gedaagde werd veroordeeld tot betaling van het openstaande bedrag, de wettelijke rente vanaf 4 november 2025, en de buitengerechtelijke incassokosten. Tevens werd hij veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van openstaand collegegeld, rente, incassokosten en proceskosten aan Zuyd Hogeschool.